‘Ik wil de progressieve agenda gaan bepalen’

De ster van het GroenLinks-Kamerlid Jesse Feras Klaver (1986) rijst snel. Zo jong als hij is, domineert hij menig debat. En Klaver heeft nog veel grotere plannen. Is de nieuwe JFK opgestaan? Als we hem op zijn werkkamer treffen, maakt hij een ontspannen indruk. Over een paar uur moet hij op het Malieveld een kolkende massa van zo’n duizend NedCar-medewerkers toespreken. “Nee, dat vind ik niet spannend of eng. Ik heb wel vaker voor grote menigtes gestaan, en daarbij heb ik een goed verhaal te vertellen.”

Zouden die knoesten uit Limburg iets aannemen van zo’n in hun ogen ongetwijfeld jeugdig eigenwijsje?
“Waarom niet?” kaatst hij terug. Zijn blik verraadt geen spoor van twijfel.

Ik dacht: Jesse is 25 jaar, die zal op z’n minst al gepromoveerd zijn. Maar je hebt alleen de mavo gedaan en nog een hbo-opleiding.
“Ik heb op de vrije school-variant van het vmbo gezeten in Prinsenbeek, bij mijn woonplaats Roosendaal. Op het vmbo dachten ze: hij is geen hoogvlieger, hij moet maar bakker worden of zo. Maar moeder heeft altijd een rotsvast vertrouwen in mij gehad en mij altijd gestimuleerd 20 en voorgehouden dat ik mijn dromen moest najagen en dat ik daar kei- en kei- hard voor moest werken, want niks komt een mens aanwaaien. En mijn droom was op vrij jonge leeftijd al om de politiek in te gaan.”

Wilde je geen piloot worden, of brandweerman, profvoetballer?
“Ik kon niet goed voetballen, maar ik wilde eerst nog miljonair worden. Maar toen ik mijn eindscriptie schreef op het vmbo, over ons sociaal-economisch stelsel, ontdekte ik dat dat maar een leeg en egoïstisch bestaan was. Ik wilde de wereld veranderen, de economie gezonder en milieuvriendelijker maken.”

Enig idee waaruit die aandrang voortkwam?
“Toch uit mijn familie, denk ik, een echte patchwork family. Ik ben opgevoed door mijn moeder, mijn opa en oma en mijn neef Michel. Indische mensen. Mijn vader, die van Marokkaanse afkomst is, is kort na mijn geboorte vertrokken. Ik weet waar ik hem kan vinden, maar er is geen contact. Dat komt wel als ik daar behoefte aan heb, en niet eerder. Neef Michel en mijn opa zijn vaderfiguren voor mij geweest.”

Jesse Klaver tijdens de presentatie van de kandidatenlijst voor de laatste verkiezingen.

Hoe hebben zij jou dan geïnspireerd?
“Ze hebben mij gevormd. Michel heeft me geleerd om verantwoordelijkheid te nemen. Hij bekommerde zich om mij omdat hij dat nodig achtte, zonder dat iemand hem dat vroeg. Mijn oma stond voor compassie. Zij gaf een wildvreemde man die schulden had geld van haar aow, en vroeg daar niets voor terug. Ze vond gewoon dat die man geholpen moest worden. Punt uit. Later heeft die man haar terugbetaald, en sindsdien waren ze vrienden. Van mijn moeder heb ik geleerd wat vrijheid is, in al z’n facetten.”

Je bent geboren in 1986, dus de Paarse jaren van 1994 tot 2000 moeten jouw bildungsjaren zijn geweest. Was de toenmalige minister-president Wim Kok een voorbeeld?
“Niet echt. Weet je wie altijd mijn held is geweest? JFK. John Fitzgerald Kennedy. Ik heet Jesse Feras Klaver, ook JFK. Ooit kocht ik in een kringloopwinkel een boekje uit 1957, Portretten van moed, en dat was door hem geschreven. Fas-ci-ne-rend. Ook zijn inaugurale rede en allerlei speeches heb ik gelezen. Zelfde verhaal. Over tien jaar staan we op de maan, zei hij begin jaren zestig al. En dat is uitgekomen. Die man heeft qua beleid misschien niet zo veel bereikt, maar zijn grote verdienste is dat hij de VS in beweging heeft gekregen.”

Eh, ja, onder meer richting Vietnam.
“Je moet je helden niet ophemelen, want, inderdaad, hij stuurde de militaire adviseurs, en toen begon het balletje daar te rollen. Maar ik waardeer hem om iets anders: om zijn vermogen een land, een bevolking op te tillen, wakker te schudden. Niet met droog beleid, maar met waarden. Met verhalen, richtingen. Wat is onze positie in de wereld? Dat soort vragen. Behalve JFK zijn ook de presidenten Clinton en Obama bronnen uit wie ik put.”

Dat waren toch eigenlijk heel pragmatisch ingestelde lieden. Bill Clinton heeft het poldermodel van Wim Kok zelfs overgenomen. Wat maakt hen dan zo bijzonder?
“Zij bedreven en bedrijven politiek vanuit waarden en niet vanuit standpunten. De reflex is: een links iemand wil altijd de belastingen verhogen. Een rechtse persoon zal wel de aftrek van de hypotheekrente in stand willen houden. Dat zijn standpunten, terwijl het mij gaat om de waarden die erachter zitten. GroenLinks wilde twee jaar geleden een garantstelling voor de laagste pensioenen tot tienduizend euro. Mij gaat het niet om de concrete invulling, zoals we die toen voor ogen hadden, maar om de waarde van het eerlijk delen. Hoe zorg je ervoor dat de laagste inkomens niet de klappen van de crisis op moeten vangen? Dat is dus een bredere, algemenere kijk op de zaak.”

Op campagne voor de landelijke verkiezingen in 2012.

Dit klinkt wel heel erg D66, hoor.
“Dat klinkt als mijn generatie. Je kunt mij moeilijk ergens indelen, ik ben crossover, niet in een hokje in te delen. Ik ben Marokkaan, Indisch, Brabander en inmiddels ook Randstedeling.”

Je beschrijving komt mij stereotiep Indisch voor: iedereen te vriend houden, confrontaties uit de weg gaan…
“Indische mensen zijn heel flexibel. Ze houden mensen er graag bij, vinden het niet nodig om te confronteren. Ze willen verbinden.”

Heb je ook iets van Wilders?
“Ik ben een mix, maar daar zit niets van hem bij.”

Als John F. Kennedy je grote voorbeeld is vanwege de richting die hij gaf, welke richting wil jij dan, als de nieuwe JFK, met Nederland op?
“Van Geert Wilders kun je denken wat je wil, maar hij heeft Nederland de afgelopen tien jaar in beweging gekregen, zij het in een negatieve richting. Ik wil met progressieve politiek de agenda voor de komende jaren gaan bepalen. Ik voel dat de tijd er rijp voor is. Er hangt iets in de lucht.”

Ja, angst. De mensen zijn bang voor Europa, de crisis, voor een samenleving die segregeert.
“We moeten weg van die angst door naar buiten te gaan. Rutte zou moeten zeggen: ‘Mijn Nederland is niet bang voor Europa’. Van oudsher hebben wij over onze grenzen gekeken, en dat heeft ons vooral rijkdom gebracht, geld en beschaving. Zo zijn wij. Internationalistisch ingesteld, zonder verlies van je eigen identiteit. Dat is Nederland.”

Wat doen we met de multiculturele samenlevingen die in West-Europa allemaal zijn mislukt?
“Is niet waar. Die multiculturele samenleving is niet af, die zal ook nooit af zijn. Maar mislukt: onzin.”

Waar was ‘links’ toen Frits Bolkestein het drama van de multiculturele samenleving aankaartte, wat daarna is overgenomen door Pim Fortuyn en Geert Wilders?
“Links heeft zich in het defensief laten dringen; we hebben geen eigen verhaal laten horen over Nederland als gastvrij land. Zo hebben we de samenleving verweesd achtergelaten.”

De Paarse kabinetten keken de andere kant op.
“Die kabinetten waren te technocratisch, dat is de harde waarheid. Er heerste te zeer een boekhoudersmentaliteit.”

Wat ga jij daaraan doen?
“Met trots Nederlandse waarden uitdragen. Nee, dit wordt geen verkiezingspraatje voor Rita Verdonk. Als je trots op Nederland bent, dan ben je dat vanwege de waarden waar Nederland voor staat. Ik zie bij mijn linkse collega’s te vaak de neiging de geschiedenis te willen negeren omdat Nederland slavenhandel dreef. Zo negatief, zo eenzijdig, zo correct.”

Toen premier Balkenende jouw vorige baas, Femke Halsema, in de Kamer opriep om eens een voorbeeld te nemen aan de VOC-mentaliteit, viel hem de hoon ten deel van de gehele linkse kerk.
“Dat was ook veel te gemakkelijk en onterecht. Maar kritiek op Balkenende is wel terecht als je zijn normenen waardenverhaal bekijkt. Balkenende heeft te veel aandacht gericht op de normen en te weinig op de waarden. Dat was een gemiste kans.”

Maar bij links mag je ook nooit over waarden spreken, want daaraan kleeft voor hen al gauw de geur uit de benauwende jaren vijftig.
“Dat is waar. Linkse mensen zeggen zich altijd heel liberaal te voelen, ze houden helemaal niet van betutteling, van opgelegde normen. Daardoor heeft links inderdaad dat waardenverhaal laten versloffen. Het wordt tijd dat wij, van een nieuwe lichting, die draad eens gaan oppakken.”

Laten we concreet worden: hebben wij over tien jaar een boerkaverbod?
“Nee. Ik vind een boerka een ontzettend maf kleed, totaal wappie, en ik zou iedereen afraden zo’n ding te dragen. Maar de overheid heeft zich daar niet mee te bemoeien. Wij hebben godsdienstvrijheid, en dat is een ontzettend groot goed. Die vrijheid is bevochten in het verre verleden, en sindsdien kunnen mensen van allerlei geloof zich hier vestigen en hun geloof beleven. Tolerantie is een ander groot goed uit onze rijke traditie. Wij leven vreedzaam naast elkaar. Wij hebben de blik naar buiten gericht, en niet, zoals de PVV en ook een beetje de SP, naar binnen. Al in de zestiende eeuw was Nederland de belangrijkste haven van Europa. Gastvrijheid is een andere heel belangrijke waarde voor mij. En sociale vrijheid. Iedereen hier heeft gelijke kansen, iedereen heeft de vrijheid om zijn hart te volgen. En anders dan in de VS is er een vangnet voor degenen die mislukken of uit de boot vallen.”

Je gaat nou Mark Rutte toch niet ophemelen?
“Nee, want hij tast met zijn beleid die vrijheid juist aan. Je kunt mensen prikkelen om te gaan werken door hun uitkering te korten, maar mensen in de Wajong bijvoorbeeld, die dus een handicap hebben, doen er alles aan om een paar uurtjes in de Albert Heijn te kunnen werken. Maar voor die mensen heb je begeleiders nodig, jobcoaches, en de werkgevers moeten ook geholpen worden. Uitgerekend op hen bezuinigt Rutte.”

Ander voorbeeld: over tien jaar dulden wij niet meer dat bepaalde imams Nederlandse vrouwen liever geen hand geven bij een kennismaking.
“Onzin.”

Zo gaan wij hier met elkaar namelijk om.
“Dat is een norm, een etiquette.”

Een vrouw kan het als een belediging ervaren.
“Ik kan begrijpen dat het voor een vrouw beledigend is, maar waar komen we terecht als de overheid mensen verplicht elkaar de hand te schudden? De overheid kan het maatschappelijk verkeer, de omgangsvormen niet regelen. Die moeten zich vormen in de praktijk.”

Waarin verschil jij nou van Wilders, want hij heeft ook niets tegen moslims die zich normaal gedragen en die de vrijheid van onze samenleving respecteren. Hij is alleen harder als het om de sancties gaat voor criminelen.
“Wilders breekt radicaal met onze traditie van godsdienstvrijheid en gastvrijheid. Hij zondert een groep uit: de moslims. Hij wil de Koran verbieden en het geloof uit de publieke sfeer weren. Zo doen we dat in Nederland niet. In Nederland is er altijd ruimte geweest voor mensen om hun eigen geloof te beleven. Als je oproept om vrouwen met een hoofddoek te beboeten, of minaretten te verbieden, dan heb je waarden waarvoor Nederland staat gewoon niet begrepen.”

Jouw pleidooi laat zich samenvatten in een slogan die Wim Kok ooit gebruikte, maar die hij nimmer waarmaakte: de luiken moeten open.
“Ik ben van 1986 en opgegroeid in de jaren negentig. Ik denk dat mijn generatie de eerste is van na de oorlog die niet meer zo belast is door de verzuiling. Mijn generatie is volkomen wars van hokjesgeest. Wij denken heel werelds, maken veel reizen, zijn zeer vertrouwd met de global village.”
Een paar uur na het interview zien we Jesse Klaver weer. Hij heeft gesproken op het Malieveld. NedCar en de overheid zijn beide schuldig aan het deficit van de Limburgse auto-industrie. Er is de laatste jaren te veel gefocust op ‘oude industrie’, zei hij, terwijl er volop kansen waren richting de duurzame hybride-industrie. “Het gaat ons niet om het behoud van de stenen van de NedCar-fabriek, maar om jullie talenten,” zo zei hij ook. En onwillekeurig moesten we denken aan JFK’s beroemdste oneliner: “Vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar wat jij voor je land kan doen.”