‘Mag ik alsjeblieft weer naar kantoor?’

Ewout Verhagen (41 jaar)

Communicatieadviseur bij SNS Reaal

“Ik werk bij een grote bank. Toen die enkele jaren begon met het invoeren van flexwerken, was het nog vrijwillig: vooral jongere collega’s gaven zich op om meer vanuit huis te werken. Ik was al vaak onderweg naar klanten, dus ik wilde de rest van de tijd liever op kantoor zijn. In de loop der jaren werd het thuiswerken steeds verder doorgevoerd en werd ook mij gevraagd of ik niet meer thuis wilde werken. Een paar maanden heb ik het gedaan, maar ik kwam al snel tot de conclusie dat thuiswerken niets voor mij is.

“Eigenlijk verbaasde me dat niets. Als student ging ik al altijd naar de bibliotheek om te werken. Thuis kreeg ik niets voor elkaar, er was te veel afleiding. Dat was ook nu het euvel: de televisie ging overdag aan, ik zat voortdurend een beetje te surfen of ging telkens kleine boodschapjes doen. De winkeliers in het winkelcentrum moeten wel gedacht hebben dat ik werkloos was.

“Tijdens een functioneringsgesprek trok ik aan de bel. Of ik niet alsjeblieft weer naar kantoor mocht? Gelukkig zag mijn teamleider in hoe ongelukkig ik me voelde. Al de volgende dag kon ik weer komen. Sindsdien is er een last van mijn schouders gevallen. Ik werk harder en beter. Als ik thuis ben, kan ik weer gewoon ontspannen.”