Opgebrand & uitgeflext

Het Nieuwe Werken is de jongste mantra in arbeidsland. Want thuis achter je laptop kruipen wanneer je wilt, Nespressootje bij de hand, vanuit het park mailen met collega’s, dat wil iedereen toch? Een wet is in de maak. Maar de praktijk is weerbarstig. Nieuwe Werkers missen hun collega’s of draaien door, en bedrijven hebben niet louter altruïstische bedoelingen.

Eindelijk wordt werken leuk, want werken kan nu ook 2.0! Dat achtervoegsel – ontleend aan internetapplicaties die het delen van informatie vergemakkelijken – staat voor modern, voor bij de tijd. Voor nieuw. Vandaar Het Nieuwe Werken, kek afgekort tot HNW. De Nieuwe Werker is een hippe meid die in pyjama op de bank een Nespressootje drinkt, met gemak deadlines haalt, goede resultaten boekt en de balans tussen werk en privéleven prima weet te bewaken. Dit in tegenstelling tot de Oude Werker: een man van middelbare leeftijd die in de file staat, slappe koffie uit de automaat drinkt en zijn kinderen alleen ziet tijdens het avondeten. Een onproductieve, inefficiënte sukkel, die bovendien het milieu naar de knoppen helpt.

Alles kent zo zijn modes, zo ook de wereld van het werk. Eind jaren negentig was het een en al employability wat de klok sloeg (dat ging over de inzetbaarheid van medewerkers), daarna kwamen het flexwerk en het deeltijdwerk voor mannen (vrouwen werkten allang parttime, nieuw was dat mannen ook een dag thuis wilden kunnen zijn).

Grote kans dat u er al aan doet, aan werken 2.0. Dat u van uw baas op woensdagmiddag thuis mag werken als de kin-deren vrij zijn. Of dat u ’s ochtends om tien uur op kantoor mag komen om de file op de A4 te ontwijken, een mogelijkheid die bijvoorbeeld KPN zijn personeel biedt. Microsoft Nederland zag door videoconferencing het aantal vluchten dat werknemers moesten nemen dalen met tien procent.

Vorige week donderdag dienden de Kamerleden Eddy van Hijum (CDA) en Ineke van Gent (GroenLinks) een initiatiefwet in die flexibele werktijden op flexibele plekken afdwingbaar moet maken. Een Kamermeerderheid lijkt nu eindelijk vóór (het is Van Gents derde poging). Misschien is HNW vanaf volgend jaar dus een recht. Met de initiatiefwet wil Van Gent het ‘taboe’ wegnemen, zoals ze zegt, van ’s avonds op de bank nog even een spreadsheet maken. Van Hijum wil dat ouders hun kind al om kwart over drie van school kunnen ophalen.


Taboe? Dat is een groot woord. Thuiswerken is niet iets van de laatste jaren. HNW ging voorheen ook wel door het leven als flexwerken, en dat gebeurt al een jaar of 25. Maar het flexwerken werd nooit zo enthousiast omarmd door werkgevers als HNW. Het maakte de afstemming tussen medewerkers maar lastig, bijvoorbeeld. Maar van HNW zijn ze helemaal weg. Niet voor niets: het kan ze aanzienlijke sommen geld besparen. Minister Jan Kees De Jager van Economische Zaken, ook een werkgever, rekende het vorig jaar voor in een speech voor werkgeversorganisatie VNO-NCW: inkrimpen van de 1,3 werkplek die zijn ministerie in 2011 had per ambtenaar naar de 0,9 die het kabinet voor de hele overheid heeft afgesproken, kan per jaar een besparing van drie tot vijf miljoen euro opleveren.

Willem de Jager (geen familie) is een Nieuwe Werker van het eerste uur, een oude Nieuwe Werker dus eigenlijk. De Jager is directeur van Stichting Telewerkforum, de organisatie die bedrijven en overheden informeert over Het Nieuwe Werken. Door de telefoon spuit hij zijn kennis over zijn troetelkindje. Vanzelfsprekend vanuit huis, want De Jager werkt al 25 jaar flexibel. “Het is voor mij een way of life geworden, ik kan me niets anders meer voorstellen. Vandaag werk ik thuis, morgen ga ik even naar kantoor en de rest van de week ben ik bij klanten of naar vergaderingen. Voor mij is flexwerken zo normaal geworden dat ik het vaak heel lastig vind om HNW uit te leggen aan mensen die totaal niet weten wat het is.”

Dat lukt De Jager desondanks vrij aardig. De voordelen van Het Nieuwe Werken rollen moeiteloos van zijn lippen: door de grotere vrijheid in keuze van werktijden en werkplek voor de medewerker komt die minder in de knoop met zijn privéleven en ervaart hij minder stress. De werkgever krijgt er tevredener werknemers voor terug, die meer produceren (acht procent, is becijferd), plus lagere huisvestingskosten (dertig tot vijftig procent).


Dat van die huisvesting is trouwens ook sneu, voor de vastgoedsector dan: die floreert momenteel toch al niet en loopt kans nog meer leegstand voor zijn kiezen te krijgen. De Nederlandsche Bank waarschuwde begin februari al voor een uitbreiding van de economische crisis door die leegstand.

Het Nieuwe Werken heeft een vooraanstaand pleitbezorger in Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER). “Als het zo breed wordt opgepakt als wij bepleiten, is Het Nieuwe Werken voor een land als Nederland een goede kans op weer voorop te lopen,” zegt hij op de Haagse burelen van de Raad. “Nederland is al kampioen deeltijdwerken, maar hiermee kunnen we echt laten zien wat mogelijk is in een economie als de onze.” Rinnooy Kans SER, het belangrijkste adviesorgaan in Nederland, publiceerde vorig jaar april het rapport Tijden van de samenleving waarin de overheid en het bedrijfsleven op het hart wordt gedrukt om meer vaart te maken met Het Nieuwe Werken. Naast de voordelen die De Jager opsomde, ziet de SER ook een toename in duurzaamheid en economische groei.

Rinnooy Kan pleit er niet alleen voor dat Nederlanders meer thuiswerken dan op die fameuze woensdagmiddag, maar ook dat loketten van gemeentes op zaterdagmiddag opengaan: ook dat hoort bij HNW. “Maar ja, de een zijn vrijheid is de ander zijn gebondenheid. Als het loket open is, moet er wel iemand achter willen zitten.” Dat zou op termijn moeten kunnen lukken, zou je zeggen: ambtenarenbond AbvaKabo is voorstander van HNW, maar wil er in de cao’s duidelijke afspraken over.

De overheid spaart kosten noch moeite om Nederland aan HNW te krijgen. Het ministerie van Sociale Zaken heeft tot eind 2012 een pot met 24 miljoen euro beschikbaar voor bedrijven die nieuw willen werken. Ze kunnen bijvoorbeeld 18.000 euro subsidie krijgen om van externe adviseurs te horen hoe ze hun organisatie, inclusief de digitale, moeten inrichten voor HNW, en welke nieuwe vaardigheden medewerkers moeten leren voor HNW. Er is een Week van het Nieuwe Werken, sinds twee jaar, in november. In die week reikt De Jagers Stichting Telewerkforum de jaarprijs Nieuwe Werken uit aan de werkgever die het flexwerken het best heeft ingevoerd. De winnaar van 2011: de gemeente Heemstede. De gemeente blinkt volgens de jury uit in actief gebruik van sociale media, de huisvesting met haar vele flexibele werkplekken en het verspreiden van kennis aan andere gemeentes.


Dan is er nog het Platform Slim Werken Slim Reizen, waarin onder meer de B50 zitting hebben: vijftig ‘beeldbepalende’ werkgevers als regionale overheden, vakbonden, ICT-bedrijven en adviesbureaus. Het platform wil vooral ‘massa maken’: een ‘massale beweging’ van werkgevers en werknemers op gang brengen, zodat HNW een onomkeerbare trend wordt. Een miljoen slim werkende en reizende Nederlanders tegen het eind van dit jaar moet mogelijk zijn. Een beetje gek is dan weer dat de Nederlandse werkgevers tegen de initiatiefwet zijn van CDA en GroenLinks. Nieuw Werken vinden ze leuk en aardig, maar alleen als het ze uitkomt, zo lijkt het.

Toch vlot het nog niet zo erg met Het Nieuwe Werken. Slechts 41 procent van de werknemers is op de hoogte van de voordelen, wees recent onderzoek van Blauw Research uit. Waarom tweepuntnult dan niet iedereen?

Misschien omdat het toch niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Medewerkers en managers kunnen maar moeilijk wennen aan werken 2.0. Leidinggevenden vinden het lastig erop te vertrouwen dat hun werknemers thuis net zo hard werken als op kantoor. De Jager: “Terwijl die medewerkers dat juist wél doen. We moeten af van de gedachte dat iemand die even de hond uitlaat niet naar behoren werkt. Zolang een werknemer zijn werk af krijgt, moet het de leidinggevende niet uitmaken hoeveel tijd hij daaraan heeft besteed. Als manager moet je werknemers los durven laten.”

Eric Puister, eigenaar van bedrijf Unknot, begeleidde als adviseur kennismanagement bedrijven bij het toepassen van HNW. Hij constateert dat managers nog te veel controle willen hebben over hun werknemers. “Ze moeten, vaak vanwege bezuinigingen, innoveren en inkrimpen, maar willen tegelijkertijd controle houden. Voor hen zijn cijfers heilig: creativiteit in het organiseren van werk krijgt geen ruimte.”


Het gros van de medewerkers kan prima omgaan met die nieuwe vrijheid bij het indelen van hun werk, zegt Willem de Jager. Ongeveer vijftien procent van de thuiswerkers heeft moeite met individueel werken. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek kampt een op de acht werknemers in Nederland met burn-out-verschijnselen. Het gaat dan relatief vaak om hogeropgeleiden in de kennissector – bijna de helft van de thuiswerkers is hogeropgeleid. Recent onderzoek van Pascale Peters, universitair docente bedrijfskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen, bevestigde dan ook dat vooral thuiswerkers relatief vaak een burn-out krijgen: zij kennen geen goede balans tussen werken en rust nemen. In De Jagers woorden zijn dit ‘perfectionisten die uit zichzelf geen noodrem kennen. Zonder collega’s die op hen letten, blijven ze werken tot ze erbij neervallen.”

‘Werkpsycholoog’ Wouter Vrooland staat in zijn praktijk flexwerkers met burn-outklachten bij. “Het grootste nadeel van thuiswerken is dat je altijd bereikbaar moet zijn. Je bent daardoor voortdurend alert. De laptop staat de hele dag aan, elke minuut kijk je op de smartphone om te zien of je bent gebeld of gemaild. Een geest die continu alert moet zijn, trekt een enorme wissel op je mentale gezondheid. Je raakt veel vermoeider. De adrenaline die je krijgt van presteren neemt nog meer toe, waardoor het moeilijk is niet aan je werk te denken. Veel van mijn cliënten worstelen bovendien met slaapgebrek. Ze zijn tot laat in de avond bezig met werk; daar-door gaan ze laat naar bed. En als ze er dan in liggen, liggen ze soms nog uren te malen.”


Vrooland geeft zijn cliënten eenvoudige tips mee. “Begin de dag met het afhandelen van e-mails, tot een uur of tien. Daarna mag je alleen aan het einde van de dag nog een keer je inbox openen, tussendoor niet. Dit geeft meer rust en focus op de taken die voor je liggen.” Volgens de psycholoog ligt de basis van een goede gezondheid in rust en ontspanning. “Neem dus, ook thuis, de tijd om ’s middags te lunchen. En loop dan ook even een rondje door de wijk voor een frisse neus.”

HNW-bedrijven hebben ook zo hun maatregelen getroffen. De Jager: “Microsoft heeft sinds enkele jaren vrijetijdscoaches. Die leren werknemers pauze te nemen en te ontspannen.”

Burn-out is niet het enige gevaar voor de Nieuwe Werker. Ook eenzaamheid ligt op de loer. Wouter Vrooland krijgt die eenzame Nieuwe Werkers te zien. “Die mensen geven aan dat ze het werk veel minder leuk zijn gaan vinden, omdat ze het contact met collega’s missen. Iedereen heeft immers behoefte aan menselijk contact. Bij thuiswerken verdwijnt soms de motivatie en krijgen werknemers moeite met presteren.” De Jager bevestigt dat: “We zien dat bijna elk bedrijf dat Het Nieuwe Werken invoert het eerste jaar overspoeld wordt met klachten. Mensen missen eenvoudigweg de small talk, de kantoorhumor.”

Voor werknemers die lijden onder eenzaamheid heeft Vrooland maar één advies: “Heel simpel: ga terug naar kantoor.” Maar ja, bedrijven zijn gaan rekenen op thuiswerken, en niet meer ingesteld op mensen die fulltime aanwezig willen zijn. Niet alle werknemers kunnen nog tegelijkertijd op kantoor zijn. “Medewerkers zijn gewoonweg niet meer veertig uur per week welkom,” constateert Vrooland. Zoals bij de Hogeschool Utrecht, waar, zo meldde de Volkskrant enige tijd geleden, docenten tussen de studenten een werkplek moeten zoeken omdat hun flexplekken op kantoor altijd bezet zijn.


Misschien was de de hogeschool wat al te enthousiast geweest met het schrappen van werkplekken. Volgens De Jager valt het plaatsgebrek meestal wel mee. Neem het hoofdkantoor van de Rabobank, waar voor invoering van het flexwerken maar 37 procent van de bureaus bezet was. Dertig procent van de werkplekken werd geschrapt, HNW werd ingevoerd. Daarna lag de bezetting nog steeds onder onder de vijftig procent.

Zonder ICT geen Nieuw Werken. Dankzij de komst van laptops, internet en eenvoudigere software zat ineens niemand meer aan kantoor gebakken. Heden ten dage zijn videoconferenties en cloud computing (het afnemen van software en bestanden vanaf een centrale server in plaats van alle documenten op de harde schijf te hebben staan) schering en inslag, net als het gebruik van sociale media als Twitter, LinkedIn en Facebook. Eric Puister, van Unknot, relativeert de zegeningen van de techniek. “Het is allemaal wel leuk, maar mensen werken beter in elkaars fysieke nabijheid. Communicatie is voor tachtig procent non-verbaal. Enkel over en weer mailen werkt niet. Je moet met collega’s over het gezinnetje kunnen praten, een borrel kunnen drinken. Anders krijg je geen nieuwe ontwikkelingen of frisse ideeën.” Alleen maar digitaal met elkaar samenwerken leidt volgens hem tot een zesjescultuur. “We halen op die manier niet alles uit talentvolle werknemers.”

SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan beaamt dat. “Natuurlijk, werken blijft een sociale activiteit. Niets is leuker dan met verschillende mensen werken aan een mooi project. Dat laat zich niet vervangen door briefjes aan elkaar schrijven. Toch heb ik in mijn tijd bij ING (Rinnooy Kan was daar in de jaren negentig lid van de raad van bestuur – MP) ervaren dat bijvoorbeeld videoconferencing goed kan werken. Daar was het noodzaak: omdat ik verantwoordelijk was voor een verzekeringsbedrijf dat internationaal opereerde, moest ik wel vaak op die manier overleggen. Dat was best prettig, het kwam aardig in de buurt van een gewone vergadering. Je zag mensen aan de andere kant van de wereld recht voor je.”


HNW betekent dan ook niet het einde van het kantoor as we know it. Zelfs de bedrijven waar thuiswerken het verst is doorgevoerd kennen nog vergaderingen en teambesprekingen, waarvoor medewerkers zich ten burele verzamelen. De kantoorindeling is wel 2.0: werkkamers hebben plaatsgemaakt voor ‘ontmoetingspleinen’ met sfeervolle verlichting en zitjes. De Jager: “Het nieuwe hoofdkantoor van de Rabobank is net een grote huiskamer, met zithoeken en sfeerverlichting. Je gaat erheen voor sociale contacten, niet om te werken.”

Al geldt dat niet voor iedereen. Vooral jongere werknemers zijn bang onzichtbaar te worden voor hun baas. Ze hechten, meer dan hun oudere collega’s, nog veel waarde aan aanwezig zijn op kantoor. Dit blijkt onder andere uit onderzoek van adviesbureau Ernst & Young. Willem de Jager weet ook wel waarom dat zo is: “Jong afgestudeerden willen het liefst een plaats verwerven in de hiërarchie op kantoor en de sociale mores van de werkgever leren.” Toch lost ook dit probleem zich vanzelf weer op, denkt hij. “Als die jonge generatie een gezin gaat stichten, ziet ze vanzelf de voordelen van thuiswerken.”

Met alle geld en aandacht die de overheid schenkt aan Het Nieuwe Werken is het interessant om te kijken hoe ver zij zelf is. Het tijdschrift Binnenlands Bestuur constateerde afgelopen najaar dat de overheid bepaald niet het goede voorbeeld geeft: ‘klassiek’ werken domineert. Vooral in gemeentes werken nog maar weinig ambtenaren flexibel. Slechts veertig procent doet daar naar eigen zeggen aan enige vorm van Nieuw Werken: dat is dan een (mid)dag thuis werken. Nog niet echt de structurele omwenteling die de beide De Jagers, (de minister en de adviseur) en Rinnooy Kan wensen. Willem de Jager: “Het Nieuwe Werken zou de belangrijkste hervorming van het kabinet-Rutte moeten zijn. Wil je Nederland economisch vooruit helpen, laat men dan flexwerken.”


Nieuw werken lijkt vooralsnog vooral populair bij bedrijven die er een flinke kostenbesparing in zien. Microsoft (heeft zéker de juiste software), SNS Reaal, Rabobank, Achmea, Robeco: vooral banken en verzekeraars in Nederland lijken niets liever te willen dan hun kantooroppervlak verkleinen en de werknemer naar huis sturen met een laptop en een smartphone. Foei, vindt Willem de Jager: kostenbesparing moet niet de reden zijn aan HNW te beginnen. “Het is meer een fijne bijkomstigheid als het geld oplevert. Bedrijven moeten flexwerken vooral zien als een investering in hun medewerkers.”

Matthijs Prinzen