Syriërs in Nederland

De Syrische gemeenschap in Nederland is anders samengesteld dan de bevolking in het moederland, maar er is een duidelijke overeenkomst: er bestaat geen consensus over de koers die het geplaagde land moet varen. En ook de internationale gemeenschap is verdeeld.

Het is zo’n demonstratie waarbij er meer agenten dan demonstranten op de been zijn. Op deze regenachtige woensdag 15 februari in Den Haag begint de tocht – tegen het veto waarmee Rusland en China een VN-resolutie tegen het geweld in Syrië blokkeren – letterlijk met een handjevol Syrische Nederlanders, begeleid door acht man politie. De mobiele cel die pontificaal op de stoep is neergezet voor het geval het uit de hand loopt, werkt in deze situatie bijna op de lachspieren. De agenten vinden er niets grappigs aan. Ze zijn druk in de weer met het plaatsen van hekken die de demonstranten van het wegdek scheiden, waarachter het ministerie van Buitenlandse Zaken als een grijze moloch opdoemt. Daar discussieert minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal vandaag met zijn Russische collega Sergej Lavrov over de situatie in Syrië. “Wie is het aanspreekpunt?” vraagt een agente op strenge toon. De demonstranten kijken een beetje verdwaasd om zich heen en er worden verschillende namen geroepen. Dit is duidelijk een demonstratie op z’n Syrisch: op het laatste moment georganiseerd, drijvend op improvisatievermogen. Na een klein uur staat een dertigtal aanwezigen achter de hekken, onder wie twee vrouwen. Een Nederlandse die na enkele vakantiereizen naar Syrië ‘haar hart heeft verloren aan het land’ en een Syrischedie door de mannen net zo hartelijk met schouderklopjes wordt verwelkomd als ieder ander. Normaal gesproken zijn er meer vrouwen aanwezig, zegt André Abdallah, voorzitter van het Syrisch Comité, een initiatief dat Syrische Nederlanders bij elkaar brengt om actie te voeren tegen de geëscaleerde toestand in hun geboorteland. Maar deze keer waren ze toevallig verhinderd, aldus Abdallah. Dit is overduidelijk geen islamitische bijeenkomst, zoals vorig jaar mei op de Dam in Amsterdam, waarbij mannen en vrouwen gescheiden van elkaar demonstreerden. Het merendeel van de aanwezigen in Den Haag is van Koerdische of christelijke komaf, een enkeling is moslim. Dat is een heel andere samenstelling als die in het moederland. Daar bestaat de bevolking grofweg voor zeventig procent uit soennitische moslims, voor tien procent uit christenen, voor tien procent uit Koerden en voor nog eens tien procent uit afgeleide stromingen. De Nederlandse Syriërs die zich hebben verenigd in het Syrisch Comité bestaan uit een harde kern van zo’n vijftig mensen. Ze praten onderling veel over de situatie in hun thuisland. Sterker nog: het is bijna hun enige gespreksonderwerp. Ze zijn er dagelijks mee bezig en bellen met hun familie in Syrië — als ze tenminste verbinding krijgen — en ze plaatsen aan de lopende band bloederige filmpjes op hun Facebook- pagina’s. Soms vertaald in het Nederlands, zodat ook hun Nederlandse volgers de boodschap meekrijgen. Iedereen lleeft mee met de duizenden burgerslachtoffers, maar voor veel Nederlanders geldt Syrië nog altijd als een groot, gevaarlijk Arabisch land – volgens de toenmalige Amerikaanse president George Bush onderdeel van de ‘As van het kwaad’, samen met andere dictatoriaal geregeerde landen als Noord-Korea, Iran en Irak.
Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week

irene de zwaan