Altijd de eerste

Sep Vanmarcke is de nieuwe messias van de voorjaarskoersen.

Opeens reed Sep Vanmarcke daar. Het was een wat suffige zaterdagmiddag, in Vlaanderen scheen de zon en Sep – fijne naam voor een wielrenner – dokkerde over de kasseien van de Lange Munte – fijne naam voor een kasseienweg – in de richting van Gent, alwaar hij een kwartiertje later de Grote Tom Boonen zou verslaan in de sprint.

En zo won Sep Vanmarcke de Omloop het Nieuwsblad, de krokus van het wielrennen, het eerste teken van leven na een bladstille winter. Sep, de aankondiger van nieuw leven.

Zo gaat het nou altijd met de Omloop – die vroeger Het Volk heette en nu dus Het Nieuwsblad, omdat de ene krant in de andere is opgegaan, wat bijzonder jammer is, omdat de oude naam beter klonk, met dat ‘volk’ erin vooral, en natuurlijk omdat verandering in de sport nu eenmaal altijd achteruitgang is. Je denkt: hij komt niet meer dit jaar, dit keer blijft het voor altijd winter, voor altijd donker, het leven voor eeuwig een januari vol berijpte kunstgrasvelden en verwoed rondjes pootje-overende schaatsers. Maar nee.

Een paar weken geleden was ik op een bijeenkomst in Amsterdam-West, waar het wielerweblog Hetiskoers.nl onder de naam ‘Het is Koers Cinema’ een avond had georganiseerd waarop oude wielerfilms zouden worden vertoond. Thema van de avond was ‘Eddy Merckx’, de enige renner ooit die zowel in zwart-wit als in kleur de allerbeste was. Er stonden twee documentaires geprogrammeerd die zijdelings met Merckx te maken hadden, dat wil zeggen: documentaires over wedstrijden waarin de Belg de vloer aanveegde met de concurrentie. Drie lange uren van schokkerige, bijna vergeelde beelden, begeleid door een lijzige commentaarstem. Binnen minder dan een dag was de voorstelling uitverkocht. Die avond was de zaal gevuld met mannen van uiteenlopende leeftijden, die ademloos keken naar het verslag van een wedstrijd waarvan de uitslag al een kleine veertig jaar vaststond. Als Merckx door het beeld fietste, hielden al die mannen – enkelen van hen waren in wielertenue, anderen hadden spijt dat ze daar niet aan gedacht hadden – collectief hun adem in.


In de pauze werd Belgisch bier geschonken en zachtjes fluisterde men er het woord ‘Omloop’. Het was duidelijk: hier werd, in de beslotenheid van een filmzaaltje, een voorschot genomen op de lente. Als Anonieme Alcoholisten aan de vooravond van de grote Gall & Gall-uitverkoop, zo zaten we erbij.

De meesten van ons wisten misschien nog niet eens van het bestaan van Sep Vanmarcke, maar onbewust waren onze gedachten al bij hem, bij de nog naamloze solist tijdens de ouverture van ons favoriete zaterdagmiddagconcert.

Een korte introductie van de nieuwe messias van de voorjaarskoersen: Sep Vanmarcke is 23 jaar, hij is 1 meter 90 lang en zijn vriendin heet Pauline. Die voortekenen zijn goed, want als Sep per ongeluk al 34 geweest was, 1 meter 63 lang en vrijgezel, had ik het allemaal nog maar moeten zien. Nu weet ik dat Sep alles heeft om een flandrien hors catégorie te worden, een jongen met dijen als hespen, kabels van spieren op de kuiten en een vrolijke vrouw die Pauline heet en die elke dag kilo’s pasta voor hem kookt. In de Omloop het Nieuwsblad reed Sep net zo lang tot er nog maar twee tegenstrevers aan zijn wiel hingen: de Spanjaard Flecha en de Belg Boonen.

Tom Boonen is de oude messias, de flandrien vóór Sep, zoals er te zijner tijd ook een flandrien ná Sep zal moeten komen. En hoewel Tom Boonen pas 31 is, en volgens zichzelf in de vorm van zijn leven, zijn houdbaarheid als wielersuperster nadert de uiterste datum. Met elk nieuw voorjaar moet er nieuw leven zijn en dat nieuwe leven heet sinds zaterdag Sep Vanmarcke. Hij versloeg de onverslaanbare Boonen en kon het zelf niet geloven. Voor de camera’s van de VRT huilde hij en lachte hij. Het klonk ongeveer hetzelfde. Zijn gezicht was ietwat verkreukeld, de sponsorpet stond net een beetje scheef op het asblonde haar, maar in zijn ogen stond de hoop te lezen dat elke volgende zege altijd de eerste zou blijven, en elke wielerkoers altijd de Omloop het Nieuwsblad.