Doorvergaderen met broodjes

Voor zijn reconstructie interviewde journalist Roel Janssen vijf Nederlanders en een Belg die uit hoofde van hun functie veel te maken hadden met de conceptie van de euro. Aan het woord komen de voormalige premiers Lubbers, Kok, André Szász (De Nederlandsche Bank) Cees Maas, toenmalig schatkistbewaarder bij Financiën, Hans van den Broek, destijds minister van Buitenlandse Zaken, en Wilfried Martens, tot 1992 minister-president van België. Omdat deze zes verantwoordelijk waren voor de totstandkoming van het verdrag, hadden zij het beste zicht op de onderhandelingen tussen de twaalf lidstaten die de EU op dat moment telde. Onderhandelingen die, behalve de politiek en het hogere bedrijfsleven, verder weinig mensen interesseerden.

In het boek komt Lubbers als eerste aan de beurt met zijn euro-memoires. Wat opvalt (en een beetje verveelt), is de nadruk die hij legt op zijn goede relaties met ieder persoon van enige importantie voor het verdrag. Hij kon lekker samenwerken met Thatcher en Reagan, met Jacques Delors had hij een ‘goede fit’, mitterand waardeerde hem, en ga zo maar door. Bij Kohl beging Lubbers echter een misstap, en toen puntje bij paaltje kwam, werd hij daardoor nooit voorzitter van de Europese Commissie. ‘Maastricht’ is Lubbers’ grootste Europese prestatie, houdt hij vol: bij het opstellen van het verdrag zouden de betrokkenen niks over het hoofd gezien hebben; het ging pas mis bij de vervolgstappen.

Andere geïnterviewden lijken in De euro meer bereid de hand in eigen boezem te steken. Cees Maas wist dat het mis zou gaan toen er een startdatum werd bepaald (daardoor kwam er minder controle op de toelatingscriteria – KG), en ook toenmalig lid van de DNB-directie André Szász had zijn twijfels – maar niet genoeg invloed. Wim Kok maakt in zijn terugblik duidelijk dat de Europese sentimenten over de euro heel anders waren dan nu. Kohl, Mitterand, hijzelf: ze waren allen mannen die de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt en gedreven werden door het idee dat landen met een gedeelde munt nooit oorlog zouden gaan voeren.

Hoewel de overlap in hun verhalen de lezer af en toe vermoeit, geeft Janssen met zijn boek een boeiend kijkje in de eurokeuken. Soms letterlijk: hij laat Lubbers vertellen over een Europese top waar hij het diner (van topkok Cas Spijkers) afbestelt en broodjes laat komen, omdat hij vindt dat er nog te veel besproken moet worden. Duits ambtgenoot Helmut Kohl raakt erdoor ontstemd en bast door de zaal: “Ich bin hungrig!” Soms is het een meer figuurlijk kijkje. Hans van den Broek legt uit hoe men bij het warm maken van landen voor het Maastricht-verdrag abnormaal ver ging in het verlenen van vrijstellingen. Het werd bijvoorbeeld de Denen toegestaan te verbieden dat hun vakantiehuisjes aan de kust zouden worden verkocht aan buitenlanders (lees: Duitsers). Alles om toch maar voor elkaar te krijgen dat ieder land uiteindelijk zou instemmen met alle onderdelen van het verdrag. Kort en goed: een oplossing voor de huidige crisis zult u in De euro niet vinden; helder inzicht in de Europese machtsverhoudingen, waarbij en passant uw weggezakte Europakennis wordt bijgespijkerd, wél.


Roel Janssen: De euro: Twintig jaar na het Verdrag van Maastricht. De Bezige Bij. € 17,90. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Karen Geurtsen