Eigen ras eerst

‘Weet je waarom mannen niet op je afstappen? Omdat je een indo bent, een pinda. Je hebt een kleurtje en dat maakt de trap naar je kutje net die extra trede hoger.” Aldus de ex van een vriendin van wie de helft van de grootouders uit onze voormalige kolonie kwam. Zij had hem versierd. Dat ze het niet bij hem uitgehouden heeft, had vermoedelijk ook met zijn beeldspraak te maken.

Zou angst voor het vreemde nog steeds werkzaam zijn als het gaat om de grootste minderheid in Nederland? Zo ja, dan lijkt me dat het zijn halveringstijd al bereikt heeft. Alleen mannen met een exclusieve voorkeur voor Lonsdale-kledij zullen Aziatische vrouwen mijden. De rest lijdt op zijn minst occasioneel aan wat Amerikanen ‘geelzucht’ noemen. Zelfs showmaster Jos Brink kon het niet laten om assistente Sandra Reemer zijn ‘kroepoekje’ te noemen.

De interesse in vrouwelijke chinoiserie heeft verschillende uitingsvormen. Of het nu gaat om het Filipijnse postorderbruidje, de Thaise seksslavin, de geraffineerde dragon lady of de ambitieuze tiger mom, geen man die er ongevoelig onder blijft. Let wel, het blijft natuurlijk seksueel kolonialisme. Maar zelfs de laagste instincten kunnen leiden tot hooggestemde gevoelens. Robert Vuijsje heeft uitgebreid de lof gezongen van zwarte venussen. De verwijten waren niet van de lucht. Maar zou er heus minder liefde tussen hem en zijn halfbloedkind zijn dan tussen de Friese boer en zijn vlasharige Wopke?

Toch blijft het zwenken wat dit onderwerp betreft. Zeggen dat je niet op rossig valt, zal buiten Ierland op weinig verwondering stuiten. Maar zeggen dat je niets moet hebben van zwarte vrouwen, je doet het beter niet in het openbaar. Terecht.

Nu gebruiken racisten graag het experiment van het verdrinkende kind. U staat aan de rand van een meer. Een blond jochie schreeuwt om hulp en kan nauwelijks zijn hoofd boven water houden. Op een gelijke afstand verkeert ook een zwart leeftijdgenootje in ademnood. U kunt maar een van hen redden. Het vermoeden is dan natuurlijk dat u ‘eigen ras eerst’ denkt.


Een gedachteoefening die u vooral in het achterhoofd moet houden als u twijfelt tussen sollicitanten. Ga ik voor die persoon die net wat meer op me lijkt? Of geeft die extra cursus toch de doorslag? Voor de rest is het experiment, zoals alle onverifieerbare vermoedens, onzin. Gelukkig zijn liefde en lust de grote nivelleerders. Over een paar eeuwen lijken we allemaal op elkaar. Hoe zit het dan met dat Indonesische muurbloempje uit het begin van deze column? Haar ranke bouw, haar hartvormige gezicht omgeven door glanzend, zwart haar – aan dat alles kan het toch niet liggen?Nee, haar probleem is dat ze uitgaat in discotheken waar Hollandse mannen toch eerder op de aangeschoten, geblondeerde del afstappen. Soort zoekt niet altijd soort. Behalve als het om middelmaat gaat.

Thomas Blondeau