Fluitketelmotief

Wat is er leuker dan het hebben van een band of artiest die alleen van jou is omdat jij hem hebt ontdekt en bijna niemand in het land ooit van hem heeft gehoord. De Braziliaanse zanger/gitarist Osvaldo Lenine Macedo Pimentel, kortweg Lenine, is zo’n held om te koesteren. In 1999 sloop hij door de brievenbus het huis binnen met de stellige intentie om daar nooit meer weg te gaan. Het album dat toen op de mat plofte heet Na Pressão, een meesterwerk dat zich kan meten met het beste van Beatles, Bowie, Wilco of Arcade Fire. De curieuze mix van ritmes uit Noordoost-Brazilië, samba, elektronica, rock, akoestische forró bleek verslavend, om nog te zwijgen van die stem uit duizenden en een gitaarstijl die persoonlijker is dan een vingerafdruk. Productief was hij niet: in twintig jaar tijd maakte hij slechts negen albums, waarvan, naast Na Pressão, Olho de Peixe (met percussionist Marcos Suzano), de albums Lenine in Cité: Live en Acústico MTV, zoals dat heet, in geen enkele verzameling mogen ontbreken.

Na het wat teleurstellende Trilhas van vorig jaar – een compilatie van zijn werk voor film, ballet en tv, dus per definitie wat onsamenhangend – is Chão (grond) weer zo’n plaat om lief te hebben. De plaat opent met iemand die op een grindpad rent, een geluid dat vervolgens wordt geloopt en verder fungeert als ritmische begeleiding. In bijna alle tracks is een alledaags geluid – een kloppend hart, vogelgezang, een fluitketel – het leidmotief in de muziek. Duizelingwekkende polyritmiek, tedere pöezie en traag voorbijtrekkende soundscapes: Chão is Lenine op zijn best.

Ruud Meijer