Fraaie tragikomische schets

We zijn het alweer bijna vergeten, maar in het laatste decennium van de afgelopen eeuw was de Nederlandse cinema op sterven na dood. Wie de oogst van de jaren negentig overziet, treft een stortvloed van slordig in elkaar geflanste artistiekerige films waarvan het aantal namen op de aftiteling veelal even hoog was als het aantal bezoekers. De publieksfilms deden het niet veel beter. De Zeemeerman, Nachtvlinder en Intensive Care waren zó tenenkrommend slecht dat ze van de weeromstuit een cultstatus kregen. Bij gebrek aan beter werd Ian Kerkhof (waar is die gebleven?) uitgeroepen tot Groot Talent. De film waarmee hij in 1992 twee Gouden Kalveren won, trok welgeteld 421 bezoekers.

Anno 2012 ziet de situatie er aanmerkelijk beter uit. Het niveau ligt hoger, of anders worden films toch in ieder geval met meer vernuft aan de man gebracht. We kijken er allang niet meer van op als een film meer dan honderdduizend bezoekers trekt. In de jaren negentig gold zoiets nog als een wonder. Er lijkt weer sprake van toenemend zelfvertrouwen.

Daarvan getuigen twee recente films die zich afspelen in een milieu van hele en halve criminelen. Met Black Out (een maand geleden uitgebracht) toont Arne Toonen zich een begaafd volgeling van Guy (‘Snatch’) Ritchie en Dick Maas. Zijn film is met zo veel vaart, humor en visuele flair gemaakt dat je het onzinnige verhaaltje voor lief neemt.

Black Out speelt zich af in een morsig crimineel milieu in Amsterdam. Dat geldt ook voor Plan C van debuterend regisseur Max Porcelijn. Maar waar Black Out het moest hebben van slapstickachtige humor en een flitsende montage, is de toonzettting van Plan C volslagen anders. De humor is grimmiger en het tempo ligt soms opzettelijk laag. Ter illustratie: drie mannen die elkaar in een café ontmoeten om een overval voor te bereiden, bestellen eerst koffie. Ze wachten geduldig tot die koffie wordt gebracht. En de toeschouwer wacht met ze mee. Een van die mannen is een rechercheur (Ruben van der Meer) die grote gokschulden heeft en ook nog wat leninkjes heeft uitstaan bij schimmige Chinese geldschieters. Als zijn schuldeisers ongeduldig (en onaardig) beginnen te worden, vat hij het plan op om een paar kennissen (Ton Kas en René van ’t Hof) het pokeravondje te laten overvallen waar hij zelf wekelijks aanschuift.

Uiteraard lopen de dingen anders dan gepland. Een echte thriller is Plan C niet – eerder een fraaie tragikomische schets van drie brokkenmakers. Over de acteerprestaties niets dan lof. Ton Kas stijgt boven zichzelf uit in zijn vertolking van een gewetenloze boef met een karrevracht aan frustraties. En Ruben van der Meer – op tv doorgaans eerder luidruchtig dan leuk – verrast met zijn ingetogen vertolking van een sukkel die zichzelf steeds dieper in de nesten werkt. Hoewel zijn personage een lamlul van het zuiverste water is, blijf je op een of andere manier toch sympathie voor hem koesteren. Knappe prestatie van Max Porcelijn, die we bij dezen tot Groot Talent bestempelen. En dat wil anno 2012 meer zeggen dan in de jaren negentig.


Plan C. Regie: Max Porcelijn. Vanaf 1 maart in de bioscoop.

Erik Spaans