Quizmaster in boekenland

Als NRC-redacteur ontdeed hij de Boekenbijlage van zijn gezaghebbende positie. Lezen werd Lezen & cetera. Nu wordt hij de nieuwe directeur van het Nederlands Letterenfonds. De vele hobby’s van Pieter Steinz.

Hij beschouwde zichzelf niet als boekbespreker of criticus, schreef hij in zijn afscheidsstuk, maar als ‘literatuur-correspondent’. Zoals de doorsnee correspondent bericht vanuit een standplaats in het buitenland, rapporteerde hij uit ‘boekenland’ waar de boeken aan stambomen groeien en alle schrijvers familie van elkaar zijn. Na bijna een kwarteeuw verbonden te zijn geweest aan NRC Handelsblad, achtereenvolgens als kunstredacteur, boeken-coördinator en chef Boekenbijlage, is Pieter Steinz (48) per 1 maart overgestapt naar het Nederlands Letterenfonds, de samen-smelting van het vroegere Fonds voor de Letteren en het Nederlands Literair Productie- en Vertalingen-fonds. Daar volgt hij Henk Pröpper op als directeur, die naar De Bezige Bij vertrok. Er zijn maar een paar van dit soort mandarijnen- banen in Nederland, nu minder dan vroeger; noodgedwongen fuseren de fondsen met elkaar, maar de ervaren plucheklever weet te overleven. Eens binnen, altijd binnen. “Ik ga de literatuur promoten,” zei hij over zijn nieuwe baan. “Dat heb ik altijd belangrijk gevonden.” Steinz was meer propagandist dan criticus. Een man van reeksen en klassiekers. Naast zijn werk voor de krant was hij veelvuldig in het land te vinden. Eens per drie weken sprak hij over boeken voor de radio. Maandelijks interviewde hij schrijvers bij boekhandel Donner in Rotterdam. Hij gaf lezingen en verzorgde optredens, in zaaltjes en op video. Anders dan veel collega’s is hij geen neerlandicus, maar historicus en anglist. Zijn interesse lag niet bij wikken en wegen, maar bij informatie. “Ik schreef en las altijd liever een stuk over een boek of een interview met een schrijver dan een essay over de rol van de kritiek of het vermeende gezagsverlies van de boekbespreker. ”Steinz is de bedenker van ‘boekwebben’: schema’s waarin één werk uit de wereldliteratuur in de context van het oeuvre, de inspiratiebronnen en de invloed van een schrijver wordt geplaatst. “Die wereldliteratuur, en vooral het verband dat er tussen werken uit verschillende landen en tijden bestaat, is sinds 2002 mijn voornaamste werkgebied als correspondent geweest.” Hij ziet het schrijven van boeken niet als een intellectuele prestatie, maar als een familieaangelegenheid. Hij looft niet het unieke, maar het algemene. Hij trekt een stamboom, noteert wie de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is, en wie van wie een boekenkindje heeft gekregen. De wereldliteratuur wordt tot een enkele pagina gecomprimeerd en is in een oogopslag te overzien. De lezer hoeft zelf niets meer te ontdekken. Het is slikken zonder kauwen. Bij wijze van meesterproef bestond de illustratie bij het afscheid uit een groot schema ‘in de vorm van een stamboom van de westerse literatuur en uitgaande van twee schrijvers (Homeros en Shakespeare) en twee boeken (de Bijbel en Don Quichot) die de grootste invloed op onze schrijvers hebben gehad’. De recensent nam afscheid als sibbenkundige.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week

Meer leuke content? Like ons op Facebook

ron kaal