Minister Kwist, een feuilleton (17)

In de week dat de dooi intrad en achter de schermen de voorbereidingen werden getroffen voor de tussenformatie, waarbij de coalitiepartijen opnieuw met hun gedoogpartner zouden gaan onderhandelen over de extra bezuinigingen die onafwendbaar werden geacht, werd het nieuws overheerst door de ophef over een meldpunt op internet dat was ingesteld door de PVV, waar anoniem melding kon worden gemaakt van gevallen van overlast veroorzaakt door Oost-Europeanen. De collectieve verontwaardiging over dit meldpunt werd nog overtroffen door de collectieve verontwaardiging over het feit dat premier Rutte ondanks herhaaldelijke verzoeken had geweigerd zich ervan te distantiëren.

Minister Kwist had met interesse kennis genomen van alle reuring. Het was een kwestie die ver buiten zijn portefeuille lag, en niemand verwachtte een standpunt van hem. Hij had wel een standpunt, maar dat was oninteressant. In moreel opzicht was dat initiatief natuurlijk verwerpelijk. Maar als minister had hij afgeleerd om in morele termen te denken. De strategische implicaties waren veel belangrijker. En hij doorzag het spel. Wilders speelde voor de bühne, zoals hij altijd deed. En gezien alle media-aandacht was het een voltreffer. De internationale protesten van Oost-Europese ambassadeurs zal hij hebben verwacht. Sterker nog, hij zal er op hebben gehoopt. Ze gaven hem de gelegenheid zich opnieuw te profileren met zijn anti-Europese agenda.
Ook Ruttes strategie begreep Kwist maar al te goed. Hij koos ervoor om het initiatief te bagatelliseren volgens het oude adagium dat je een niche-partij als de PVV het beste kunt negeren, vooral wanneer die vist in dezelfde electorale vijver waar je eigen kiezers in rondzwemmen. Maar deze keer werkte het niet. Het kwam over als lafheid. De ophef luwde niet en de druk op Rutte bleef toenemen.
En in dit spanningsveld zag Kwist interessante strategische mogelijkheden. Hij maakte weliswaar deel uit van dit kabinet, maar hij was ook een CDA’er die was verwikkeld in de machtsstrijd binnen zijn partij. En anders dan de vice-premier Verhagen werd hij als minister van het kleinste en minst belangrijke departement niet vereenzelvigd met de gedoogconstructie, wat hem de kans gaf om steun te vinden bij de linkervleugel van zijn partij. Hoe succesvoller het kabinet, waar hij zelf deel van uitmaakte, zou zijn, hoe sterker de positie zou zijn van Verhagen en diens bondgenoten. Hij was als tegenstander en geheime uitdager van Verhagen gebaat bij spanningen in de coalitie. En het moment was ideaal. De tussenformatie kwam eraan. De messen werden al geslepen. Het onderling wantrouwen was al groter dan normaal. Elke ergernis zou in dit klimaat een ergernis in het kwadraat worden.
Kwist bedacht een geniaal plan. Hij schreef een mail aan een oude studievriend die lid was van de christen-democratische fractie van het Europese parlement. Hij deed hem de suggestie om Rutte voor dat gremium ter verantwoording te roepen. Zo sloeg hij twee vliegen in één klap. Rutte zou geërgerd zijn over het feit dat hij op het matje werd geroepen door de fractie waarvan zijn coalitiegenoot het CDA deel uitmaakte ,en het zou bijna onmogelijk voor hem zijn om in het Europees parlement niet iets te zeggen over zijn onvoorwaardelijk geloof in de Europese gedachte. Wilders zou daar zeker op gaan reageren op een manier die irritatie zou wekken bij de VVD. En dan moest de tussenformatie nog beginnen.
Het lukte. Er werd een datum vastgesteld voor Ruttes verantwoording in het Europese parlement. Maar tot Kwists grote verbazing kwam zijn mailtje terecht in de pers. Hij belde zijn vriend in Brussel, maar die wist van niets. Kwist geloofde hem. En het was ook niet de eerste keer dat het gebeurde. Hij maakte zich grote zorgen. Het moest iemand van zijn eigen departement zijn. Hij werd verraden door een van zijn eigen ambtenaren.

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer