Reizen naar een ander zelf

De Amerikaanse ondernemer en schrijver Chris Guillebeau heeft een doel: voor zijn 35ste wil hij elk land van de wereld bezocht hebben. Zelfs voor wie van reizen houdt, kan dat voornemen onconventioneel overkomen, want het lijkt er ‘zomaar’ te zijn. We zijn gewend alleen ergens naartoe te gaan wanneer we daar ook een doel mee hebben, bijvoorbeeld werk, een ontmoeting met een vriend, culturele interesse of gewoon ontspanning, op vakantie dus. Maar zomaar in het vliegtuig naar Ethiopië en terug om er geweest te zijn, dat doet niet iedereen. Misschien is de ontmoeting met de wereld – met willekeurige mensen, met ervaringen, met de verveling van lang wachten en uiteindelijk met zichzelf – wel het uiteindelijke doel van Guillebeau. Schrijfster Eudora Welty verwoordde dat zo: “Door te reizen werd ik me voor het eerst echt bewust van de wereld buiten mij. En door te reizen vond ik mijn eigen, introspectieve manier om daar deel van uit te maken.” Waarom reizen we? Wat bieden (verre) reizen ons? En is reizen goed voor iedereen, ook voor mensen die daar geen zin in hebben?

“Soms wil je per se reizen, zonder precies te weten waarom. Gaandeweg kom je er dan achter welke functies het kan hebben. Op mijn 32ste zegde ik mijn baan op en ben ik de woestijn in getrokken. Voor mij was het duidelijk dat dat moest; ik voelde al tien jaar lang de drang. Het had geen direct nut behalve nieuwsgierigheid: hoe houd ik me staande in een mensvijandige omgeving? Wat gebeurt er als je lange tijd met niemand kunt praten? De woestijn was een laboratorium voor de geest.

“In het dagelijks leven sta je op als de wekker gaat, je studeert, je werkt. Je vraagt je zelden af wie dat eigenlijk wil: jijzelf of de mensen om je heen. Ik hield van mijn studie en werk, maar pas toen ik alle tijd zelf moest invullen, merkte ik hoe dichtgetimmerd mijn leven hier was. We zijn gewend om doelen te hebben die ons leven zin geven. Tijdens het reizen viel dat weg. Ik merkte dat ik nieuwe doelen ging uitdenken, bijvoorbeeld op zoek ging naar een oude karavaanweg die op een kaart stond aangegeven. Het gevoel om weer een beginner’s mind te hebben maakt het leven spannend.

“Reizen kan je geest verruimen, je dapperder maken en minder angstig voor andere culturen. Ook kun je empathischer worden, of inzien dat je misschien met minder luxe toe kan.”

“In hoofdlijnen zijn er drie motieven om te reizen. Allereerst is er nieuwsgierigheid naar andere landen, mensen en ervaringen. Daarnaast is er reizen als ontspanning: even weg van de sleur. Ten derde – en dat is een fundamenteler motief – kan de mens gewoon niet goed stilzitten. Volgens Blaise Pascal begint alle ellende van de mens doordat hij niet rustig in zijn studeerkamer kan blijven.


“Maar je kunt dit ook positief bekijken: je hoeft niet altijd in je kamer te blijven, je mag op reis. Het leven wordt daar waardevoller door. Je kunt je dagelijkse leven even tussen haakjes plaatsen en krijgt tijdelijk een andere identiteit. Je bent niet langer ‘de bakker’ of ‘de dokter’, maar een vreemdeling. Opeens val je op, omdat je blank bent of lang. Opeens vinden mensen jouw gewoonten en overtuigingen niet meer normaal – en sta je alleen. Het daagt je uit om te reflecteren op wat je normaal gezien doet, en leert je om je te verhouden tot de normaliteit van een ander. “Simone de Beauvoir schreef over ‘jezelf in de wereld werpen’. Mensen vormen hun identiteit in relatie tot anderen, en worden zo hun beroep, nationaliteit, religie of politieke kleur. Maar het kan zijn dat die categorieën niet langer voldoen. We vragen ons af: ‘Is dit alles wat er is?’ Dat is een goed moment om te reizen.”Drie groepen gaan in het bijzonder vaak op reis: jongeren na de middelbare school, studenten na hun afstuderen en gepensioneerden. Alle drie de groepen hadden een vaste identiteit, maar nu niet meer. Een reis biedt ruimte om te kijken wat je daarna kunt worden.

“Maar jezelf in de wereld werpen is goed voor iedereen – als je alleen in je eigen huis, tuin en keuken blijft, word je toch wat bekrompener.”

“Een letter op papier kun je alleen maar zien door het wit eromheen. Zo is het ook met de mens: die kan alleen maar een plek in de wereld innemen ten opzichte van anderen en van zijn omgeving. Reizen helpt daarbij, omdat we onszelf dan opnieuw moeten positioneren.


“Sinds René Descartes zijn we steeds meer te weten gekomen over universele natuurwetten – maar men ging die ook toepassen op de maatschappij. Dat was een vergissing. Het is onjuist om de positie van een koning te legitimeren met een redenering over de plaats van de zon in het sterrenstelsel, bijvoorbeeld. En in de natuurkunde is inderdaad de ene vierkante meter exact hetzelfde als de andere, maar sociaal gezien niet. Het maakt voor je gedrag veel uit of je je op een vierkante meter feestzaal of een toiletruimte bevindt. Reizen gaat enigszins tegen het modernistische denken in. Niet elke meter is hetzelfde, niet elke maatschappij en elk moment is hetzelfde. Door te reizen leer je dat je wereld gevormd wordt door interactie met anderen, en dat een andere omgeving inderdaad verschil maakt.

“Reizen heeft verschillende nuttige effecten. Allereerst is er de vervreemding van je omgeving en gewoonten. Daarnaast de toe-eigening van jezelf: je moet jezelf zien te redden, omringd door anderen die zich wel in hun vertrouwde sociale omgeving bevinden. Je moet je dus aanpassen, maar ook een zekere reserve behouden om jezelf niet te verliezen en weer gemakkelijk terug te kunnen. De 16de-eeuwse filosoof Michel de Montaigne noemde dit reizen als een gentil-homme: je moet je weten te voegen naar de regels elders, maar tegelijk jezelf niet verliezen.”

Isabelle Buhre