Smalltalk van Jan Soldaat

Oorlog is niet zo’n moeilijk concept. Er zijn soldaten die op elkaar schieten, er zijn doden en gewonden, er vallen onschuldige slachtoffers en er wordt ontzettend veel vernield. Zo is het nu in vele steden en dorpen in Syrië, en zo was het zeventig jaar geleden op talloze plaatsen in Europa en Azië. Toch is het voor gewone burgers nauwelijks mogelijk zich in de werkelijkheid van militairen in te leven, temeer daar ons een onversneden blik in het hoofd van de soldaat doorgaans niet is vergund.

Sönke Neitzel en Harald Welzer, een historicus en een psycholoog, deden een jaloersmakende vondst in de archieven. Ze troffen duizenden zorgvuldig uitgetikte verslagen aan van afgeluisterde gesprekken die Duitse krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog met elkaar voerden in Britse en Amerikaanse gevangenissen. Een goudmijn, want ze bieden een inkijkje in de gedachtenwereld van militairen die, zich onbespied wanend, hun oorlogservaringen met elkaar deelden.

Dat levert huiveringwekkende gespreksflarden op, die zijn ingebed in een helaas wat al te academisch geschreven theoretische context. De schat zit net iets te goed verstopt in het boek: je vermoedt dat er veel unieks is gesneuveld omdat de duiding zo veel ruimte vergde. Het gaat net iets te veel over referentiekaders en psychologische theorieën. Desondanks is Soldaten nog steeds een klassieker in zijn soort: het diep-menselijke verhaal van militairen in oorlogsomstandigheden. Want we krijgen werkelijk het gevoel dat we stiekem meeluisteren met de militairen. En het is niet allemaal even fraai wat er tot ons komt.

Want ja, je leest zoiets. “Ik ben twee keer op burgerdoelen afgegaan, dus huizen Beschoten. (-) De mooiste doelen waren die die we toevallig ontdekten, bijvoorbeeld villa’s op een heuvel. Als je van beneden komt aangevlogen, dan hup erop los. Dan vliegen de ramen aan gruzelementen en het dak omhoog. Die twee keer vloog ik met een FW 190 op de dorpen af. Zoals in Ashford. Daar werd op de markt een bijeenkomst gehouden. Massa’s mensen die naar een toespraak luisterden. Ze vlogen alle kanten op. Dat is pas leuk!”

En je leest zoiets: “Er kwam een enorm konvooi vrachtwagens aangereden. Wat stond daarop? Alleen maar naakte mensen: vrouwen, kinderen en mannen. Allemaal samen op die wagens. Wij lopen naar de plek waar ze zijn gestopt. De soldaten zeiden: ‘Komt u maar hierheen.’ Ik ben toen gaan kijken. Een enorm gat. Eerst zetten ze ze gewoon op de rand neer, waardoor ze vanzelf in de kuil vielen. Dat leverde te veel werk op. Ze moesten ze er weer uithalen omdat als ze zo door elkaar vallen er niet genoeg in passen. Dan moesten ze het gat in. Eentje bleef dan aan de rand staan en de rest ging erin. Onderin goed leggen en de volgende erbovenop. Het werd één grote weke massa. De een boven op de ander, als haringen in een ton.”


Dat lees je dus, en dan weet je: oorlogen zijn van alle tijden, soldaten zijn van alle tijden. En soldaten zijn mensen. Dit gezaghebbende boek gaat niet over de Tweede Wereldoorlog, het gaat over de donkerste kanten van onszelf.

Sönke Neitzel en Harald Welzer: Soldaten – Over Vechten, doden en sterven. Ambo | Anthos, €29,95. Ook via ako.nl.

Mark Traa