De Pers verdwijnt, de STER blijft. En dat is verrekte oneerlijk

‘Gratis, maar niet rendabel’. Het is vandaag, in nrc.next, de meest inventieve kop boven een artikel over het ter ziele gaan van De Pers. De gratis krant (slogan: ‘Gratis, maar niet goedkoop’) haalde al vanaf het begin veel te weinig advertentie-inkomsten binnen. Na ruim vijf jaar valt nu dus het doek. Dat zullen de mensen die elke dag in de trein voor nop een aardig krantje lazen zeer betreuren. Maar voor de betaalde kranten is het goed nieuws: er is per 1 april een concurrent minder op de lezers- én op de advertentiemarkt.

De betaalde printmedia, waaronder HP/De Tijd, hebben hun advertentievolumes de afgelopen jaren schrikbarend zien dalen. Die advertenties zorgden nog niet zo lang geleden voor de helft van de inkomsten. Dat daar inmiddels vaak wel 80 procent van is verdampt, komt door de opkomst van internet, de economische crisis en doordat de adverteerders – het is een soort modeverschijnsel – massaal hebben besloten uit te wijken naar de tv.

Is dat erg? Ja, dat is erg. Kwaliteitsjournalistiek kost nu eenmaal geld. Tv-programma’s als De Wereld Draait Door en Pauw & Witteman halen elke dag een sleepnet door de printmedia om de meest interessante gasten te vinden. Zelf iets uitzoeken – bijvoorbeeld een redactrice stage laten lopen bij de PVV – doen ze niet. En waarom zouden ze ook? Zo gaat het toch prima? Maar als een gast vanavond in P&W gratis het verhaal samenvat dat hij in uitgebreide vorm in een betaald printmedium heeft verteld, waarom zou je die krant of dat blad dan eigenlijk nog kopen?

Andere programma’s, zoals Zembla, hebben juist alle ruimte om dure onderzoeksjournalistiek te bedrijven. Een team maandenlang vrijmaken voor één uitzending van drie kwartier, dat kunnen maar weinig printmedia zich permitteren.

Elke tv-kijker betaalt via zijn belastingafdracht automatisch mee aan zulke programma’s. De redacteuren van de Volkskrant en HP/De Tijd sponsoren dus de concurrentie, of ze nu willen of niet. Maar daar kunnen ze wel mee leven; ook schrijvende journalisten kijken na gedane arbeid graag naar goede programma’s.

Maar wat wél steekt, is dat de publieke omroepen óók nog eens honderden miljoenen uit de advertentiemarkt vissen door, via de STER, reclameblokken te verkopen. De adverteerder kan zijn advertentie-euro immers maar één keer uitgeven. Bovendien geven de publieke omroepen ook nog voor een habbekrats uitgebreide tv-gidsen uit vol bijdragen van coryfeeën uit eigen (dus door de belastingbetaler betaalde) stal. De VARA Gids, featuring columns van types als Paul Witteman, kost 52 euro voor een vol jaar. Daar kan een opinieblad het onmogelijk voor doen. En ook in die tv-gidsen staan advertenties.

Dit alles heet oneerlijke concurrentie.
Wat te doen?
1: Het aantal publieke tv-netten moet worden teruggebracht naar twee. Lingo en shows rond campingartiesten als Jan Smit moeten de commerciële omroepen maar maken. Twee publieke netten kosten vast minder belastinggeld dan drie netten.
2: De publieke netten, de tv-gidsen én de websites van de publieke omroepen moeten eindelijk reclamevrij worden. Zal er dan meer reclamegeld naar de commerciële zenders gaan? Ongetwijfeld, maar ook de printmedia zullen profiteren. Bovendien vinden de printmedia het helemaal niet erg om te concurreren, mits er sprake is van fair play. Lees: van concurrenten die niet door de overheid worden bevoordeeld.
Misschien had een krant als De Pers dan ook na 1 april nog gewoon bestaan.

boudewijn geels