Minister Kwist, een feuilleton (18)

Hoewel iedereen het al maanden had zien aankomen, kwam de beslissing toch nog onverwacht. Job Cohen trad terug als partijleider van de PvdA. Aanvankelijk werd het nieuws binnen de coalitie onthaald als een overwinning. Maar dat gevoel van triomf ebde al snel weg. Cohen was een fatsoenlijk man met wie altijd goed zaken was gedaan. En dat de leider van de grootste oppositiepartij kampte met een imagoprobleem, was voor de coalitiepartijen welbeschouwd een ideale situatie. En die kon vanuit hun perspectief alleen maar verslechteren, want de kans dat zijn opvolger even plooibaar zou blijken en even knullig zou overkomen in de media, was uiterst klein.

Daar kwam nog iets anders bij. Vooral binnen de CDA werd met jaloezie gekeken naar de wijze waarop de gegadigden voor de opvolging van Cohen een stroom aan positieve media-aandacht wisten te genereren. Er dienden zich jonge, frisse kandidaten aan, wier deskundigheid door niemand werd betwist en die een gevoel van optimisme en enthousiasme wisten op te wekken. Menig CDA’er krabde zich achter de oren. De machtsstrijd in hun eigen partij om de opvolging van Verhagen voltrok zich in grimmig stilzwijgen. Van enig optimisme of enthousiasme was geen sprake. En menigeen moest eerlijk voor zichzelf toegeven dat hij niet zo gauw een kandidaat binnen het CDA zou kunnen noemen die in staat was dergelijke sentimenten op te roepen.
    Voor het eerst sinds minister Ernest Kwist zich aanvankelijk zonder opzet maar met toenemende vasthoudendheid was gaan mengen in de machtsstrijd binnen het CDA, werd hij overvallen door twijfel. Ook hij was niet meer de allerjongste. Wat betreft stijl en temperament had hij meer gemeen met Cohen dan met de jonge honden die het zoveel beter deden in de media. Voor het eerst besefte hij ten volle wat zijn lot zou zijn als hij die strijd daadwerkelijk in zijn voordeel zou beslechten. Dat zou dan zijn baan worden: fulltime positief en enthousiasmerend overkomen. En dat zou al eerder beginnen. Dat zou al beginnen op het moment dat hij zich openlijk kandidaat zou stellen. Raar genoeg had hij daar nooit eerder zo helder over nagedacht. Hij speelde het spel om te winnen, omdat hij genoot van het spel zonder dat hij ooit had stilgestaan bij de consequenties van de overwinning.
    Hij moest er met iemand over praten. Hij stond op, zei tegen zijn secretaresse dat hij zich niet goed voelde en nam de trein naar huis.
    “Misschien moet je een weekje thuisblijven,” zei zijn vrouw. Ze had zijn verhaal knikkend van instemming aangehoord. “Of misschien moeten we er even tussenuit. Een weekje naar de wintersport.”
    “Maar we kunnen niet eens skiën.”
    “Dat doet er niet toe. Dan gaan we een sneeuwpop maken.”
    “Buiten de pistes?”
    “Ben je gek? Dat is veel te gevaarlijk.”
    Kwist lachte. “Maar wat schieten we daarmee op?” vroeg hij.
    “Je bent jezelf een beetje kwijtgeraakt, poesje. Je hebt je de laatste tijd te veel laten meeslepen door het politieke spel, waar je je eigenlijk altijd buiten wilde houden. Het zou goed voor je zijn om even afstand te nemen en na te denken.”
    Kwist knikte. Hij wist dat ze gelijk had. “Maar er zit me nog iets anders dwars,’ zei hij. ‘Iemand op mijn eigen departement zit me te dwarsbomen. Het is al een paar keer gebeurd dat vertrouwelijke informatie is gelekt naar de pers. Ik ben bang om weg te gaan voordat die kwestie is opgelost.”
    “Ach, poesje. Dat denk je maar. Je begint een beetje paranoïde te worden. Je zult zien dat er geen probleem meer is als je bent uitgerust. En als je er niet bent, valt er ook niets te lekken.”  • 

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer