Verslaafd aan celebs

Lady Di had voortdurend last van paparazzi. Ook Jean-Jacques Rousseau werd al gevolgd door handtekeningen-jagers. En we wilden álles weten van de gezondheidstoestand van prins Friso. Waarom toch? Hoogleraar Robert van Krieken plaatst het sterrenkijken in historisch perspectief.

Er viel veel te bespreken bij de koffieautomaat de laatste tijd. Whitney Houston die in bad de geest gaf, prins Friso die in coma raakte, Rob de Nijs die op z’n 69ste weer vader werd. Hoewel maar weinig mensen een persoonlijke relatie met een van hen hebben, gingen deze drie beroemdheden in menig kantoor uitgebreid over de tong. Want we hebben het nu eenmaal graag over beroemdheden. Over zangers, acteurs, sporthelden, royals, politici. De beroemdheidscultus is ook in de kunsten een dankbaar onderwerp. De hoofdpersoon in de nieuwe roman van de populaire auteur Robert Vuijsje, Beste vriend, is vaak te gast in quizzen en praatprogramma’s om-dat hij beroemd is – maar hoe werd hij dat ook weer? De film My Week with Marilyn, nu te zien bij een bioscoop bij u in de buurt, is gebaseerd op de dagboeken van een derde regieassistent die in de jaren zestig een week met haar werkte. Roem fascineert. Maar waarom eigenlijk? Zeventienduizend kilometer hier vandaan bestudeerde een wetenschapper het
aandachtsmonopolie van bekende mensen en historische figuren. Van Robert van Grieken (1955), hoogleraar sociologie aan de universiteit van Sydney, verschijnt in juni het boek Celebrity Society. We spreken hem via Skype over de X-factor van politici en domme blondjes, over opvoedingsdilemma’s die programma’s als The Voice Kids oproepen, en de banaliteit van het sterrenkijken.
Vorige maand probeerden Nederlandse media nieuws te brengen over prins Friso, terwijl er haast niets te melden viel. Journalisten stalkten zijn familie en artsen, om maar van minuut tot minuut een update te kunnen geven. Mag dat stalken zomaar in onze celebrity society?
“Dat verschilt. Fransen beschermen het privéleven van hun beroemdheden juridisch veel beter dan Britten. Het is dus de vraag wat Nederlanders belangrijker vinden: de privacy van Friso en zijn familie, of gedetailleerde informatie over wat er aan de hand is. Wat er mag en wat niet moet trouwens wettelijk worden vastgelegd. Mensen zijn namelijk niet zó principieel dat ze informatie weigeren tot zich te nemen als die wel beschikbaar komt. Daar is het onderwerp te fascinerend voor. Van journalisten is ook weinig terughoudendheid te verwachten. De concurrentie om als eerste met een nieuwtje naar buiten te komen is moordend. De enige oplossing is dus een wet”.
Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week

karen geurtsen