‘Het ik is een sprookje’

We laten ons door ons brein in de luren leggen en de vrije wil is een verzinsel. Die vaststelling heeft vergaande gevolgen, zegt de Amerikaanse neurowetenschapper David Eagleman – bijvoorbeeld voor de rechtspraak.

Het Griekse aforisme ‘ken uzelf’ staat aan de basis van onze westerse filosofie. Maar neurowetenschappers gooien die stelling nu overboord: wie zichzelf wil kennen, moet zich vooral realiseren dat ons bewuste ik maar een miniem deel is van ons gecompliceerde brein. De Amerikaanse neurowetenschapper David Eagleman duikt in de diepste lagen van onze hersenen, waar ons gedrag wordt gestuurd, maar ons bewustzijn niets te vertellen heeft. Eagleman (40) leidt het Laboratory for Perception and Action van het Baylor College of Medicine in Houston, Texas. Daar onderzoekt hij onze tijdsbeleving, de werking van onze zintuigen en de gevolgen van de neurowetenschap voor de rechtspraak. Met zijn boek Scènes uit het hiernamaals, een verzameling korte verhalen over een leven na de dood, doet hij ook literair van zich spreken.

Toen u op uw achtste van het dak van een huis viel, deed u ongewild uw allereerste experiment. Wat leerde u toen?

“Ik maakte een buiklanding op een stapel bakstenen en raakte behoorlijk gewond. Vooral mijn neus moest het ontgelden; die kon je in alle richtingen buigen. Maar wat me fascineerde, was mijn tijdsbeleving.”

Die val leek een eeuwigheid te duren?

“Ja, het leek wel alsof het in slow-Motion ging. Ik voelde me volkomen rustig en tegelijkertijd heel scherp van geest. Zo moet Alice in Wonderland zich hebben gevoeld toen ze in het hol van het Witte Konijn viel. Wat speelde zich op dit levens-bedreigende moment in mijn brein af? later heb ik uitgerekend dat die val hooguit 0,8 seconden heeft geduurd, maar het leek inderdaad een eeuwigheid. Daardoor kwam ik op het idee dat onze hersenen de tijd niet passief registreren maar Actief construeren, afhankelijk van de om-standigheden.”


Onze tijdsbeleving staat dus los van de werkelijke tijd?

“Het is niet eens duidelijk wat ‘werkelijke tijd’ is. Het is goed mogelijk dat die niet eens bestaat.”

We kunnen de tijd meten tot op een fractie van een seconde, alles wordt in tijdsduur uitgedrukt. Onze hele waarneming is aan tijd gebonden.

“Zeker, maar de tijd van de klok is niets meer dan een conventie die voor ons werkbaar is. De tijd is metasensorisch, dat wil zeggen dat hij in tegenstelling tot zien, horen, ruiken, proeven en voelen geen herkenbaar punt van waarneming heeft. De tijd zit als het ware als een ruiter bovenop de andere zintuigen. Stel dat de tijd midden in ons gesprek ineens zou stilstaan en pas na vijfduizend jaar weer zou beginnen te lopen. Daar zouden we helemaal niets van merken.”

U bent als wetenschapper voortdurend bezig met tijd. U hebt uw val van het dak later in een experiment nagebootst. Wat was het resultaat?

“Ik heb proefpersonen van een hoogte van 45 meter in een vangnet laten springen. Ondanks alle veiligheidsvoorzieningen vonden alle deelnemers dat doodeng. En allemaal dachten ze dat hun val veel langer duurde dan in werkelijkheid het geval was: gemiddeld 36 procent langer.”

Wordt de tijd opgerekt door de intensiteit en emotie van zo’n ervaring?

“Het is niet alleen de schrik die onze tijdsbeleving beïnvloedt. Als we iets zien aankomen, bijvoorbeeld een auto-ongeluk, hebben we het gevoel dat alles heel langzaam gebeurt. Maar iets onverwachts Ervaren we juist als iets wat razendsnel gebeurt.”

Wat concludeert u daaruit?


“Onze tijdsbeleving is enorm subjectief. Dat heeft natuurlijk ingrijpende gevolgen voor de manier waarop we de werkelijkheid waarnemen, en zelfs voor ons hele wereldbeeld. Neem de begrippen oorzaak en gevolg. Wij denken dat het een op het ander volgt, maar dat systeem kan worden verstoord. Ik werk op dit moment aan de hypothese dat schizofrenie een defect in de tijdwaarneming is. Mensen die eraan lijden doen iets, maar zeggen later dat ze het niet hebben gedaan. Ze sturen een Motorisch signaal uit en krijgen feedback van hun zintuigen, maar ze ordenen de dingen op een andere manier in de tijd. Daarom bedenken ze verhalen om te verklaren wat er is gebeurd.”

Zinsbegoocheling is dus niets vreemds?

“Nee. Je ziet namelijk helemaal niet wat je denkt dat je ziet, maar wat je brein je vertelt. Het brein is geprogrammeerd om waar te nemen wat nodig is om je te kunnen oriënteren en te overleven. Die waarneming is niet alleen op z’n zachtst gezegd onvolledig, maar ook bedrieglijk, omdat ze de indruk wekt dat ze een compleet beeld geeft. Welke informatie onze hersenen ook ontvangen, ze zullen er op de een of Andere manier chocola van maken.”

Onze hersenen komen dus altijd met een interpretatie, waar soms niets van klopt?

“De manier waarop we de wereld om ons heen waarnemen, wordt bepaald door delen van de hersenen die ontoegankelijk zijn voor ons bewustzijn. Dit principe van een gesloten denkapparaat en voort-durend zelfbedrog zien we niet alleen bij de manier waarop we kijken en tijd waarnemen, maar zelfs bij hogere functies, zoals denken, voelen en geloven.”


Met ons bewustzijn onderscheiden we ons van dieren, maar volgens u worden wij ook door onze hersenen gestuurd zonder dat we er erg in hebben.

“Tijdens de evolutie hebben onze hersenen zich erin gespecialiseerd informatie te verzamelen en ons gedrag dienovereenkomstig te sturen. Het doet helemaal niet ter zake of het bewustzijn bij dat beslissingsproces is betrokken. U denkt dat u opeens een geweldig idee krijgt? Nou, daar speelt uw bewustzijn nauwelijks een rol in. Uw hersenen draaien grotendeels op de automatische piloot. Het bewustzijn is niet het middelpunt van ons denken, het staat ergens langs de rand toe te kijken, als een passagier in een auto.”

Maar als zich in ons hoofd allerlei autonome processen afspelen, wat blijft er dan nog van ons ik over?

“Wat blijft er überhaupt van een mens over? Ik denk dat de neurowetenschap aan de vooravond staat van een nieuwe copernicaanse revolutie. Copernicus en Galilei hebben bewezen dat de aarde niet het middelpunt van het universum is. Ze hebben de mens als het ware van de troon gestoten. En dat was nog maar de aanloop naar een hele serie ontdekkingen waardoor de mens gaandeweg steeds minder belangrijk is geworden. Darwin reduceerde ons tot een tak aan de stamboom van het dierenrijk. De relativiteitstheorie van Einstein en de kwantummechanica hebben ons beeld van de fysieke werkelijkheid overhoop gegooid. Freud ontdekte de macht van het onbewuste. We moeten constateren dat we maar heel weinig over onszelf weten. We staan niet in het middelpunt van onszelf, maar ergens aan de rand. Vanaf die plek krijgen we maar weinig mee van wat er gebeurt.”


Het lijkt wel alsof u dat leuk vindt. Maar is het niet juist jammer dat de biologie bepaalt wie wij zijn?

“Als er zoiets als een ziel bestaat, dan zit die verscholen in allemaal microscopisch kleine deeltjes. Ook al zouden we niets over onze hersenen weten, dan kunnen we alleen al uit de werking van drugs afleiden dat ons gedrag en onze geest op moleculair niveau kunnen worden beïnvloed.”

Is er nog wel iets aan ons dat niet lichamelijk is?

“Het staat onomstotelijk vast dat ons bestaan verbonden is met de biologie. Maar wie we zijn, heeft uiteindelijk met zo veel samenhangende factoren te maken dat het vermoedelijk nooit mogelijk zal zijn een sluitend verband te leggen tussen onze moleculen en ons gedrag.”

U laat een beetje ruimte open voor de vrije wil?

“Met alle respect, maar dat vind ik een verkeerde vraag.”

Maar dat is toch iets fundamenteels? Hoe zit het dan met goed en kwaad, schuld en boete?

“Onze rechtspraak gaat ervan uit dat mensen een vrije wil hebben, en op grond van die aanname worden wetsovertredingen bestraft. Maar hoe moet je iemands schuld beoordelen als het maar de vraag is of ons bewustzijn iets in te brengen heeft?”

Waarom hebben we dan toch het gevoel dat we over een vrije wil beschikken? Kan de neurowetenschap dat niet aantonen?

“Hoe graag we ook allemaal willen dat onze vrije wil bestaat, we kunnen met de huidige stand van de wetenschap het bestaan ervan niet onomstotelijk aantonen. En daarmee kom ik bij mijn punt: als we die vraag niet kunnen beantwoorden, kunnen we hem beter buiten beschouwing laten als we over schuld en onschuld beslissen.”


Dus een misdadiger hoeft niet te worden bestraft?

“We moeten de schuldvraag niet centraal stellen. We moeten ervan uitgaan dat de dader niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan. Het misdrijf is een signaal dat in zijn hersenen iets abnormaals is gebeurd. Dan gaat het niet meer om schuld of om vergelding, maar om de vraag: wat moeten we met de beklaagde doen?”

Bedoelt u dat de dader geen straf moet krijgen maar therapie?

“Bij de beoordeling van bijvoorbeeld seksuele delicten lopen de voorspellingen van de psychiater en die van de reclassering over eventuele recidive soms sterk uiteen. Zij maken inschattingen op basis van toevalligheden. Je kunt beter een statistische methode toepassen die aan de hand van bepaalde dadertypen veel nauwkeurigere voorspellingen oplevert.”

Worden bepaalde soorten mensen zo niet als potentieel gevaarlijk gebrandmerkt?

“Er bestaat een ethisch onomstreden therapie in het kader van de reclassering: training van de prefrontale cortex.”

Wat is dat?

“De meeste delinquenten kunnen hun impulsen slecht onderdrukken. De frontale kwabben in hun hersenen, die zich met langetermijnplanning bezighouden en de gevolgen van een daad kunnen overzien, verliezen de strijd met de behoefte aan een snelle kick. Daarom moeten die kwabben worden getraind.”

Net als spieren?

“Ik heb samen met mijn collega’s diverse programma’s samengesteld. Met behulp van hersentomografie kunnen we zien hoe de frontale kwabben worden geactiveerd. We laten een proefpersoon bijvoorbeeld een lekker toetje zien om zijn trek in zoetigheid aan te wakkeren. Op het beeldscherm zie je hoe een bepaald balkje snel omhoog gaat. Daarna moet de proefpersoon zijn impuls beheersen en gaat het balkje weer omlaag.”


Maar dat is toch gewoon het aanspreken van je wilskracht?

“Wat u wilskracht noemt, is in wezen iets biologisch. Mentale processen kun je rechtstreeks in de desbetreffende delen van de hersenen zichtbaar maken. Het brein moet je zien als een team met rivaliserende spelers. Daarbinnen spelen voortdurend conflicten en kunnen tegelijkertijd meerdere standpunten worden ingenomen. De kern van die rivaliteit zit ‘m in het dualisme tussen het rationele en het emotionele Systeem, het verstand en het gevoel. Het leven is een strijdwagen die door twee paarden wordt getrokken: het witte van het verstand en het zwarte van de driften.”

En wie heeft de teugels in handen?

“Niemand. Walt Whitman dichtte: ‘Ik omvat veelheden.’ Achter ons ik staat een wij. We kunnen ons ergeren aan onszelf, onszelf iets verwijten. En het verbazingwekkende gevolg is dat we in staat zijn om met onszelf te onderhandelen. Omdat dat een wedstrijd is tussen twee neuronen-netwerken, hebben we een zekere invloed op de uitkomst, meer niet.”

Als zich in ons brein voortdurend een soort burgeroorlog afspeelt, zoals u beweert, hoe creëren we dan de eenheid die we ons ik noemen?

“Onze hersenen zijn meestervertellers, ze kunnen zelfs uit de meest tegenstrijdige signalen een samenhangend verhaal construeren. Die verhalen zorgen voor zin-geving, ze helpen de verwarring tegengaan. We vertellen onszelf voortdurend sprookjes om al die vreemde processen te verklaren die zich onder ons schedeldak afspelen. Een van die sprookjes is ons ik.”


Is religie ook zo’n verhaal dat ons helpt om de chaos te begrijpen?

“De kracht van religies is dat ze onze emoties aanspreken. Het verstand kan daar heel weinig tegen uitrichten. Kijk bijvoorbeeld maar eens hoe effectief het geloof in de strijd tegen het communisme is geweest.”

Dan bent u zelf vast atheïst.

“Nee, dat zou ik niet willen zeggen.”

Niet? Maar dan toch op z’n minst een Agnost?

“Ook niet. De vraag of God bestaat, vind ik te beperkt. Ik noem mezelf meer een possibilist, iemand die in mogelijkheden denkt. Er is zelfs een beweging, het possibilisme, die voorstaat dat je alle mogelijke hypothesen onderzoekt en de drang naar zekerheid weerstaat. Dat is een hele kunst: weten dat we enorm veel niet weten en zo de meest uiteenlopende mogelijkheden in ons hoofd naast elkaar laten bestaan.”

Is God een hypothese?

“Ik kijk met grote verbazing en ontzag naar de wereld. Ons brein is misschien wel het meest verbazingwekkende dat het universum heeft geschapen. Het heelal is vele malen groter dan onze voorouders ooit konden vermoeden, en ook wijzelf zijn groter dan we op grond van onze voorstelling van onszelf zouden denken. Zelfs als het universum puur stoffelijk is, zelfs als wij slechts een door de evolutie gevormd klompje moleculen zijn, dan is die kosmos zo overweldigend dat we alleen maar met nederigheid kunnen toekijken. De blik naar het hogere is een magische, een numineuze ervaring. In die zin ben ik een religieus mens.”

Der Spiegel. Vertaling: Thijs Joosten

Romain Leick