Liefde en oorlog

Het boekenweekgeschenk van Tom Lanoye is een spannend, aangrijpend verhaal. Wrang, realistisch en vol cliffhangers. Lezen!

In zijn Poetica sprak Aristoteles zich uit voor de tragedie met een eenheid van tijd, plaats en handeling. De filosoof zou een hartverzakking krijgen als hij Heldere hemel zou lezen, het boekenweekgeschenk van Tom Lanoye. In amper honderd pagina’s schetst de Vlaming twee tijdsbeelden, zet hij minstens vijf volwaardige, totaal verschillende karakters neer – een handvol Belgen, een zwarte Amerikaanse soldaat, een in de Krim opgegroeide Sovjetpiloot – hij wisselt een familiedrama af met geopolitieke kwesties, trekt een parallel tussen liefde en oorlog en portretteert zijn land en de bijbehorende nationale complexen. En dan zijn we er nog lang niet.

Rode draad in de verhaallijnen is een MiG-23, een Russisch gevechtsvliegtuig dat ergens boven Polen zijn bestuurder verliest, en vervolgens op de automatische piloot op West-Europa afkoerst. Dwars door het IJzeren Gordijn. Voor het eerst in veertig jaar. Het is 1989, de nadagen van de Koude Oorlog. Wat onder normale, vredige omstandigheden een onhandig probleem was geweest, op te lossen met een telefoontje, is nu het mogelijke startschot voor een Derde Wereldoorlog.

De werkelijke tijd die verstrijkt in Heldere hemel kan niet veel meer dan een uur zijn – de onbemande vlucht van de MiG, van Polen naar Vlaanderen. Maar via flashbacks geeft Lanoye ons inzicht in de complete levensverhalen van zijn hoofdpersonen. Soms zelfs tot twee generaties terug.

Wat we moeten weten over tijd en locatie staat dikgedrukt boven de hoofdstukken vermeld, als een titel: ‘Thuis, in Kooigem bij Kortrijk, en in shock’. En als ondertitel: ‘(weer duizend kilometer terug)’. Door die aanpak kan Lanoye overzichtelijk schakelen van Polen naar Kooigem naar Brussel en weer terug. Het dient ook een ander doel: hij vermijdt er de vaak wat saaie logistieke zinnen mee, zinnen in de trant van ‘Personage X bevindt zich in plaats Y’, die hij anders in het verhaal had moeten wurmen. Nu val je, zonder uitleg, bij elk nieuw hoofdstuk meteen het verhaal binnen.


Het begint bij Vera Van Dyck, het belangrijkste personage. Ze wordt om half zes ’s ochtends wakker gebeld door haar man. We horen alleen Vera praten. Haar man heeft rampzalig nieuws, zoveel is duidelijk. Doek, einde proloog. Geslaagde cliffhanger, en zeker niet de laatste. Na een uitstapje naar Polen – niks bijzonders, een Sovjetpiloot die aan een parachute bungelt – komen we weer bij Vera terug. En ja, de vermoedens worden snel bevestigd. Na het telefoongesprek heeft Vera meteen de sloten laten vervangen. Manlief heeft een nieuwe liefde gevonden. Drie keer raden wat voor type. Doe een wilde gok. Jong, volmaakt geproportioneerd, en vol levenslust? In een keer goed.

Meer van de plot verklappen zou zonde zijn. Een groot deel van het leesplezier zit ‘m er juist in dat Lanoye je telkens een stap voor blijft. Vera’s leven wordt onverwacht op losse schroeven gezet. En zoals dat gaat in situaties van emotionele chaos, neemt Vera zowat elke minuut een nieuw definitief, rotsvast besluit. Alle stadia van Vera’s shock worden even overtuigend neergezet: totale verbijstering, woede, ordinaire scheldpartijen, fatalisme, optimisme, realiteitszin. En elke keer weer geloof je in Vera’s standvastigheid. Dit is haar definitieve besluit, denk je, voor Lanoye het verhaal weer een draai van 180 graden geeft.

Ondertussen weten we de hele tijd dat het onbemande vliegtuig koers zet richting België, en een paar keer krijgen we een update te horen. Nog tien minuten, nog vijf minuten – vergelijkbaar met de obligate close-ups van een aftellende digitale klok, bekend uit een stuk of 673 Hollywoodthrillers. Een even simpele als effectieve Methode.


De vergelijking tussen liefde en oorlog ligt evengoed voor de hand, maar ook die buit Lanoye optimaal uit, niet door er nadrukkelijk op te wijzen, maar door in de confrontaties tussen twee concurrerende vrouwen af en toe een oorlogsterm als ‘demarcatielijn’ te laten vallen.

In de heftige ruzies, de verbale bokspartijen zeg maar, is Lanoye op z’n best. En in de momenten daarna: “Vera bleef nog een hele tijd onbeweeglijk staan, als was ze aan de grond genageld. Toen gooide ze eerst de lege tumbler, daarna haar volle waterglas tegen de muur kapot. Naast de schilderijen. Zo onbesuisd was ze nu ook weer niet.”

Naast de schilderijen. Een minder goede schrijver had het bij het kapotsmijten gehouden. Dit is realistischer, en veel wranger.

In zijn laatste roman, Sprakeloos, een monument voor zijn overleden moeder, onderbrak Lanoye het verhaal regelmatig voor metaverhandelingen over het schrijven. Hij ging bijvoorbeeld tekeer tegen het cliché ‘less is more’ – maar juist door zijn uitgebreide aanval dacht je juist: een beetje minder was hier geen ramp geweest.

In Heldere hemel is zijn aanpak anders. Door simpelweg een spannend, aangrijpend verhaal te schrijven, of eigenlijk een stuk of vier aangrijpende spannende verhalen, toont hij het onweerlegbaar aan: minder is lang niet altijd meer.

Tom Lanoye: Heldere hemel. CPNB, gratis bij aankoop van minimaal €12,50 aan Nederlandstalige boeken.

Dries Muus