Nieuw: de bescheiden Sarko

In de peilingen zakt hij alleen maar. Toch doet Nicolas Sarkozy in een nieuwe, minder patserige versie van zichzelf weer een gooi naar het Franse presidentschap. ‘Het is de vraag of de kiezers erin zullen trappen.’

De stemmen zijn geteld, de winnaar van de Franse presidentsverkiezingen 2007 is bekend: Nicolas Sarkozy is het nieuwe staatshoofd. Op de Place de la Concorde in Parijs hebben zich op de avond van deze 6 mei duizenden van zijn aanhangers verzameld rond de obelisk. Ze willen hun nieuwe president toe-juichen – maar waar blijft hij?

Het kersverse staatshoofd is vlakbij en tegelijkertijd ver weg. Een paar honderd meter verderop heeft Sarkozy in de chique brasserie Fouquet’s aan de Champs-Elysées een privépartijtje belegd. Samen met vooraanstaande partijgenoten, zoals oud-premier Jean-Pierre Raffarin en de toekomstige minister-president François Fillon, drinkt hij op zijn overwinning. Maar het aantal aanwezige collega-politici is de vingers van een hand te tellen. Het zijn vooral de steenrijke zakenvriendjes van ‘Sarko’ die aan de dis zitten, zoals telecomtopman Martin Bouygues en de op zes na rijkste man op aarde, Bernard Arnault. Verder op de gastenlijst: topmodellen, topsporters en de immens populaire Franse zanger Johnny Hallyday.

Met dat uurtje in Fouquet’s luidde Sarkozy niet alleen zijn ambtstermijn in, maar vestigde hij ook zijn imago als ‘mr. Bling Bling’. Het rijkeluisfuifje viel zo slecht bij de Fransen dat hij er onlangs zelfs zijn excuses voor aanbood.

Na la nuit du Fouquet’s wordt de kleine president op meer uitspattingen betrapt die getuigen van zijn voorliefde voor geld en luxe – en dat bevalt de Fransen maar niets. Hij poseert grijnzend met een dure Ray-Ban zonnebril op zijn neus, dost zich uit met protserige horloges en brengt vakanties door op de dure jachten van zijn vrienden. Als Sarkozy ook nog eens fiscale maatregelen invoert die de wel-gestelden bevoordelen, staat hij definitief te boek als ‘de president van de rijken’.


Voeg bij dat niet al te positieve imago twee economische crises en een stapel onvervulde beloften en voilà: het ‘antisarkozysme’ is geboren. De antipathie jegens de president is groot: nog nooit eerder stond een staatshoofd er aan het einde van zijn termijn zo beroerd voor. Volgens de laatste peilingen zal hij weliswaar de tweede ronde halen – die komt er als de eerste geen absolute winnaar oplevert – maar dan genadeloos verliezen van zijn socialistische concurrent François Hollande. Die staat momenteel met 55 procent van de stemmen aan kop in de peilingen.

Ondanks zijn weinig florissante vooruitzichten wierp Sarkozy zich halverwege februari in de race. “Als ik niet opnieuw het vertrouwen van de Fransen zou vragen, zou ik het gevoel hebben mijn plicht te verzaken,” zei hij op de Franse televisie. “Dan zou ik me voelen als de kapitein van een schip in volle storm, die zegt: ‘Ach, ik ben moe, ik zie ervan af, ik houd het voor gezien.'” Na twaalf jaar met de centrum-rechtse Jacques Chirac waren de Fransen in 2007 toe aan een nieuw gezicht. Het electoraat was destijds overwegend rechts, maar vond het extreem-rechtse Front national van Jean-Marie le Pen te radicaal. De handige politicus Nicolas Sarkozy, Minister van Binnenlandse Zaken en Financiën onder Chirac, sprong in dat gat. Hij kwam weliswaar uit hetzelfde nest als ‘Chichi’, de Union pour un Mouvement Populaire (UMP), maar hij had zijn kritiek op de zittende president nooit onder stoelen of banken gestoken.

“Sarkozy beloofde waar te maken wat de regering-Chirac had nagelaten,” zegt Pierre Martin, politicoloog en onderzoeker aan de universiteit van Grenoble. “Hij zette vol in op rechtse thema’s: het aanpakken van de 35-urige werkweek, het socialistische paradepaardje bij uitstek, het terugbrengen van het aantal ambtenaren en het bestrijden van immigratie en werkloosheid.” Zijn campagne sloeg aan: Sarkozy versloeg de socialiste Ségolène Royal in de tweede ronde van de verkiezingen met 53 procent van de stemmen.


Sarko’s ambtstermijn begon hoopvol, maar vijf jaar later overheerst teleurStelling, aldus Martin. “De grootste teleurstelling voor de Fransen zijn Sarkozy’s slechte prestaties op het gebied van de economie. De 35-urige werkweek bestaat nog steeds en de werkloosheid is enorm gegroeid. Hij beloofde bij zijn aantreden de werkloosheid terug te dringen tot vijf procent en vroeg de kiezer hem daar ook op af te rekenen. Inmiddels zit bijna tien procent van de beroepsbevolking thuis.”

Ook zijn verkiezingsslogan ‘Meer verdienen door meer te werken’ vloog als een boemerang terug in zijn gezicht. Martin: “Sarkozy wilde die belofte waarmaken door overuren fiscaal minder zwaar te belasten. Dat deed hij, met als gevolg dat werkgevers hun personeel liever een paar uurtjes langer lieten werken dan nieuwe mensen aan te nemen. Voor een gezin betekent dat dat vader iets meer verdient, maar dat zijn zoon geen baan vindt. Daar komt bij dat de kiezers hun koopkracht niet hebben zien toenemen, en daar rekenen ze Sarkozy nu op af.”

De deceptie op het gebied van immigratie was voorspelbaar, meent Martin. “Sarkozy heeft nooit gezegd dat hij de grenzen dicht zou gooien, maar deed wel uitspraken als ‘wie niet van Frankrijk houdt, moet maar vertrekken’. Met dergelijke ferme taal heeft hij zijn electoraat een verkeerd beeld gegeven, want je kunt mensen niet zomaar wegsturen. Zo moest hij het uitzetten van Roma staken.” Het ging om illegale kampen van deze zigeuners.

De populariteit van Sarkozy leefde even op na zijn kordate aanpak van de economische crisis van 2008. Maar de kantonale verkiezingen van 2011 waren een fiasco: de socialisten kregen 36 procent van de stemmen, tegen een magere 19 procent voor Sarkozy’s UMP. Tijdens de senaatsverkiezingen van oktober vorig jaar haalde links voor het eerst in decennia een meerderheid.


Maar dat Sarkozy ook prestaties op zijn naam heeft staan, is iets wat de Fransen in hun boosheid weleens vergeten. Dat zegt tenminste politicoloog Bruno Dive, die een boek schreef over de president. “Hij heeft publieke diensten samengevoegd, ambtenaren herplaatst en universiteiten autonoom gemaakt, maar dat klinkt allemaal niet erg sexy. Hij heeft de pensioenleeftijd verhoogd naar 62, wat geen populaire maar wel een verstandige Maatregel was. Hij zou meer moeten uitdragen dat hij het lef heeft om moeilijke en pijnlijke beslissingen te nemen.”

Sarkozy heeft ook een steek laten vallen na de crisis van 2008, vindt Dive. “Hij heeft toen adequaat gereageerd, maar had meteen moeten uitleggen dat hij in een dergelijke economische situatie zijn doelen niet allemaal meer kon verwezenlijken. Dan hadden de Fransen dit hem nu minder kwalijk genomen.” Waarom hij dat destijds naliet? Dive wijt het aan de arrogantie van de president. “Sarkozy denkt altijd dat hij alles aankan: de crisis, Frankrijk en nu een herverkiezing.”

Ontspannen loopt Nicolas Sarkozy eind februari 2011 door de Rue de la Convention in Parijs. Hij is op weg naar zijn pas geopende campagnekantoor in het vijftiende arrondissement. Hier, in deze gewone buurt, wonen de kiezers die hij weer voor zich moet zien te winnen. Onderweg aait hij een paar peuters over hun bol en knoopt hij een gesprek aan met een Parijzenaar. De man diept een stapel papieren op uit zijn tas en geeft ze aan de president, die ze aandachtig bekijkt. Hij belooft zijn potentiële kiezer plechtig naar een oplossing voor diens probleem te zoeken.


De president draagt tegenwoordig Alleen nog maar serieuze zwarte kostuums, of een deftige coltrui als de sfeer wat minder formeel is. Hij kijkt niet meer opvallend-onopvallend op zijn dure klokjes en praat op gedragen toon. Een uitbarsting zoals in 2008, toen hij tegen een man die zijn hand weigerde ‘Rot dan maar op, eikel’ mompelde, zullen we niet meer zien. Laat staan dat hij aangeschoten een persconferentie gaf, zoals in 2007 op de G8-conferentie na een paar glaasjes wodka met Poetin. Sarkozy wil overkomen als de rust en ernst zelve. Hij heeft zichzelf volledig vernieuwd.

Ook zijn voorliefde voor populair vermaak heeft hij overboord gezet. Zong hij vroeger luidkeels liedjes van chansonnier Michel Sardou mee als hij in de regeringsjet zat, nu zien we hem met een boek van Tolstoj in de ‘Sarko One’. “Dat is de goede invloed van zijn derde vrouw, Carla Bruni,” aldus politicoloog Dive. “Zij liet hem met de Franse literatuur en de Italiaanse cinema kennismaken, bracht hem kennis over kunst en cultuur bij. Dat zij heeft toegezegd hem volledig te Steunen in zijn campagne, is alvast een pluspuntje. Bruni is in Frankrijk populair.”

Sarkozy heeft wel door dat hij in die vijf jaar te ver van het volk verwijderd is geraakt, meent Dive. “Hij heeft goed begrepen wat hij voortaan moet nalaten. Hij praat nauwelijks over zijn privéleven en heeft niet met zijn onlangs geboren dochtertje geparadeerd. Hij gaat met de Fransen in gesprek en is bescheidener dan vijf jaar geleden. Het is alleen de vraag of de kiezers erin trappen. Die zijn niet gek, die zien ook wel dat zijn houding iets kunstmatigs heeft.”

Van de vijftien kandidaten die willen meedingen naar het presidentschap heeft Sarkozy het meest te duchten van François Hollande. De voorman van de socialisten voerde afgelopen week de peilingen voor de eerste ronde aan met 29 procent van de stemmen, op de tweede plaats komt Sarkozy met 27 procent. De derde plek is voor het Front National van Jean-Marie le Pens dochter Marine met 17 procent, en centrumkandidaat François Bayrou staat op 11,5.


Aanvankelijk leek de nummer één van de Parti Socialiste een slap aftreksel van Dominique Strauss-Kahn. Deze oud-Minister van Financiën was als topman van het Internationaal Monetair Fonds vorig jaar de koning van de opiniepeilingen – tot hij in mei 2011 in een New Yorks hotel werd gearresteerd omdat hij een kamermeisje zou hebben besprongen en vervolgens in twee nieuwe seksSchandalen verwikkeld raakte. Hij heeft inmiddels het veld geruimd.

Hollande won in oktober de voorverkiezingen binnen de Parti Socialiste. Hij kampte aanvankelijk met een wat sullig imago, maar wist dat de afgelopen weken grotendeels af te schudden. Eind januari stak hij een vlammend betoog af op een grote partijbijeenkomst in de Parijse voorstad Le Bourget, waar hij zich ontpopte als ‘de kandidaat van de verandering’. Vanaf dat moment wisten ze bij het UMP: deze man moeten we niet onderschatten.

De huidige president probeert Hollande weg te zetten als een kandidaat met slechts één thema: het antisarkozysme. Maar de populariteit van de PS-voorman is niet enkel te danken aan de afkeer van de Fransen van hun huidige president, zegt politicoloog Martin. “Hollande heeft goed begrepen dat de kiezer verandering wil. Neem zijn voorstel om Fransen die meer dan een miljoen euro per jaar verdienen 75 procent belasting te laten betalen. Dat viel bij de meeste Fransen in goede aarde, omdat ze genoeg hebben van de scheve verhoudingen. In een tijd waarin iedereen de broekriem moet aanhalen, vinden de kiezers het gerechtvaardigd dat de rijken meer bij moeten dragen.”

Uit een recente poll van onderzoeksbureau BVA blijkt dat maar liefst 66 procent van de Fransen vertrouwen heeft in Hollande. De huidige president steekt daar met slechts 22 procent bleek bij af. De socialist zou beter in staat zijn de werkloosheid terug te dringen (57 procent) en doet goede voorstellen voor hervormingen (53 procent) en het terugdringen van de staatsschuld (50 procent). De verklaring van het instituut: “Sarkozy heeft zijn beloften de afgelopen vijf jaar niet waargemaakt, dus waarom zou de kiezer geloven dat hij dat nu wel doet?”


Ook in de eurocrisis geniet Hollande het meeste vertrouwen van de Fransen, maar is het verschil met Sarkozy minder groot (46 om 42 procent). De president hoopt munt te slaan uit de voortrekkersrol die hij samen met de Duitse bondskanselier Angela Merkel nam in het bezweren van de schuldencrisis. Het is echter de vraag in hoeverre de Fransen daar tevreden over zijn. In eigen land krijgt hij het verwijt dat hij aan Merkels leiband loopt en weinig punten van het Franse wensenlijstje wist binnen te halen. Parijs wil bijvoorbeeld graag een grotere rol van de Europese Centrale Bank, maar Merkel geeft op dat vlak geen sjoege.

Hollande heeft laten weten dat als hij tot president wordt verkozen, hij wil heronderhandelen over het verdrag dat 25 eurolanden eind januari sloten. In Frankrijk gaat het gerucht dat de Duitse bondskanselier Hollande daarom niet wil ontvangen. Toen zij onlangs in Parijs was, sprak zij haar steun voor Sarkozy uit en beloofde ze enkele campagnebijeenkomsten van hem bij te wonen.

Dit weekend schreef het Duitse opinieblad Der Spiegel zelfs dat het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Duitsland en Italië een boycot tegen Hollande zouden hebben georganiseerd. Maar zo’n front zou Hollande weleens in de kaart kunnen spelen, want de Fransen bepalen zelf wel wie ze als nieuwe president kiezen en laten zich niets gelegen liggen aan de voorkeuren van buitenlandse regeringsleiders.

Naast zijn verdiensten op het Europese toneel benadrukt Sarkozy deze campagne rechtse thema’s, net als in 2007. Met zijn pleidooi voor immigratiebeperking hoopt hij de aanhangers van Marine le Pen terug te winnen. Vorige week pleitte hij ervoor het aantal nieuwkomers terug te brengen van 180.000 naar 100.000 per jaar. Op een megabijeenkomst dit weekend verklaarde hij ten overstaan van 60.000 UMP-militanten dat hij uit het Schengen-verdrag wil stappen als andere landen niet snel met aanpassingen komen om de grenzen van Europa beter te bewaken. Le Pen junior zal hoogstwaarschijnlijk wel meedoen aan de verkiezingen. Ze heeft vijfhonderd steunbetuigingen van gekozenen (onder meer burgemeesters, parlementsleden en senatoren) nodig om zich in de strijd te kunnen werpen, begin deze week had ze er nog vijftien nodig. Le Pen heeft nog tot 16 maart om ze te verzamelen. Mocht ze het niet halen, dan zullen de FN-stemmers niet massaal op Sarkozy stemmen. Le Pen roept haar kiezers op niet op de huidige president te stemmen, omdat hij ondanks haar verzoeken dit ‘idiote handtekeningenSysteem’ niet wil Afschaffen.


“Met een oog op de peilingen zeg ik: de UMP is niet bang om te verliezen, de UMP is bang om vermorzeld te worden,” zegt politicoloog Martin. “Vergeet niet dat er vlak na de presidentsverkiezingen een nieuw parlement wordt gekozen. De partij houdt zijn hart vast.”

Sarkozy-kenner Dive benadrukt dat Hollande ondanks de gunstige polls de overwinning nog niet op zak heeft. “Sarkozy beschikt over veel wil, kracht en ambitie en is bovendien een campagnedier. Maar dan moet hij toch wel heel binnenkort gaan stijgen in de peilingen: de enkele procentjes die hij vlak na zijn kandidaatstelling bij elkaar sprokkelde, is hij alweer kwijt. De campagnewet luidt: als een kandidaat in de weken na de bekendmaking van zijn deelname niet stijgt in de polls, is dat een bar slechte voorbode voor de verkiezingsuitslag.”

Sarkozy weet precies waar hij op in moet zetten: het terugwinnen van het vertrouwen van de kiezer. De Antropoloog Claude Lévi-Strauss schijnt het mooi verwoord te hebben. “Quand Sarko n’est pas cru, il est cuit.” Oftewel: wie ongeloofwaardig is, maakt geen schijn van kans.

Eveline Bijlsma