Stofje

En toen besloten ze kinderen te nemen. Een logisch gevolg van twaalf jaar samen. Schoolliefjes met een overeenstemmende mate van dromen najagen, falen en nesteldrang. Hij werkte in de weekends in een restaurant om te kunnen sparen voor een huis. Als wederdienst klaagde ze niet over zijn teruggetrokkenheid en de weinige tijd die ze samen doorbrachten.

Toen ze stopte met de pil, kwamen de jeugdpuistjes. Beetje vervelend op je 33ste, maar de dokter zei dat dat normaal was. Een maand later besefte ze dat ze zich totaal niet aangetrokken voelde tot de man van haar leven. Zijn lichaamsgeur was haar nog nooit opgevallen. Hij rook fris, daar niet van. Maar het was geen geur die je nachten doet doorhalen en tegelijk naar huis laat verlangen.

Dokter? “Je bent begonnen met de pil op je zeventiende. Blijkbaar was je toen nog in de groei, hormonaal gezien. Je lichaam gaat nu verder waar je die onderbroken hebt.” Haar puberlijf was verliefd geworden op een man die niet meer paste bij haar volwassen huishouding.

Aanvankelijk wachtte ze af en onderdrukte haar twijfel. Ging gewoontegetrouw naar haar werk, de winkel en het gezamenlijke bed. Maar net in die winkel deed ze iets waartoe ze zichzelf nooit in staat had geacht. Ze flirtte. Met de kassajongen die nauwelijks Nederlands sprak en zijn eigen land was ontvlucht. Op een dag zei hij: “Jij mag zo veel plastic zakjes nemen als je wil.”

Met het schoolliefje ging het uit. Op het bed van de kassajongen bekeek ze foto’s van zijn familie. Dat hij vaak te laat kwam op afspraken, kon ze hem niet kwalijk nemen. “Ik zit met hem op dezelfde vibratie,” verklaarde ze.

Mannen kunnen niet op een soortgelijke manier experimenteren met hun hormonen. Hoewel, toen een weinig verlokkelijke vriendin zwanger werd, vond ik haar opeens bijzonder aantrekkelijk. Niet vanwege haar verse oermoederpostuur. Mijn geilheid tijdens de babyshower was even hardnekkig als ongrijpbaar. Waarschijnlijk iets scheikundigs, want na de bevalling was ze weer de lieve, ongevaarlijke borrelvriendin van vroeger.


Mijn begrip van neurochemie mag dan bijzonder rudimentair zijn, ik ben blij niet in Couperus’ tijd te leven. Die had om bovenstaande voorvallen te kunnen begrijpen dikke turven vol gissingen moeten schrijven. Anno nu zijn we al tevreden met: ‘Vast een stofje in mijn hoofd’. We hoeven het niet meer te begrijpen, we schrijven het gewoon toe aan het lichaam.

Net zoals die vriendin met haar superette-affaire. Na een jaar van rollebollen verlangde ze terug naar het vertrouwde. Maar het brave schoolliefje had ondertussen een ander. Hij was nog nooit zo gelukkig geweest, verklaarde hij enigszins wraakzuchtig. Waarom nu pas? Hij had geen idee. Vast iets hormonaals.

Thomas Blondeau