Zin en onzin van bezuinigen

Stel je voor: je kunt kiezen tussen twee Samenlevingen. In de ene vindt de overheid gelijke kansen heel belangrijk, dus er is onderwijs en sociale zekerheid voor iedereen. In de andere is er geen sociaal vangnet. Je kunt op eigen kracht zo ver komen als je wilt, maar als je valt, dan val je diep. Deze keuze geeft politiek filosoof John Rawls (1921-2002) de lezers van zijn Theory of Justice. Er is wel één voorwaarde: je weet van tevoren niet wat je in die samenleving zult zijn. Je kunt er arm of rijk worden geboren, als man of vrouw, blank of zwart, ziek of gezond. Rawls dwingt zijn lezers om de keuze te maken vanachter een sluier van onwetendheid, een veil of ignorance. De meeste mensen kiezen in die situatie voor een meer egalitaire samenleving. Zulke gedachtenexperimenten zijn in de dagelijkse politieke praktijk soms ver weg. De heersende gedachte is dat bezuinigingen op onderwijs of sociale zekerheid vervelend maar noodzakelijk zijn. Is dat wel zo? Moeten we ons zorgen maken over de staatsschuld? En – een van de kernvragen van het politieke denken – welke taken moet de overheid in elk geval blijven vervullen?

“We hebben een politieke verplichting om het begrotingstekort onder de drie procent te houden. Bovendien kun je niet jarenlang zeggen dat andere landen zich daaraan moeten houden om het vervolgens zelf na te laten. Dat maakt je als land volstrekt ongeloofwaardig, ook op andere terreinen.

“Geld staat voor vertrouwen, en de overheid heeft een functie in het garanderen van de betrouwbaarheid van de munteenheid. Hoe beter de begroting op orde is, des te meer vertrouwen burgers hebben in de munteenheid, en consumenten en producenten in elkaar. Een overheid die op de kas let, beschermt de economie en is bereid om moeilijke beslissingen te nemen. Dat is een teken van politieke moed. Bovendien worden sommige faciliteiten, zoals de sociale zekerheid en de zorg, steeds duurder.

“De rol van de staat is allereerst buitenlandse vijanden buiten de deur houden, ten tweede ‘boeven vangen’, en ten derde een sociaal vangnet vormen. De grote verschillen in de politiek gaan over hoe ver dat vangnet moet reiken. Bezuinigingen blijven dus normatieve en ideologische keuzes. Er zitten geen natuurwetten achter, maar idealen over hoe een samenleving eruit zou moeten zien. Er kunnen dus ook andere keuzes worden gemaakt zonder dat het land onvermijdelijk instort.”

“Het is onzin om te denken dat bezuinigingen de economie vooruit helpen. Op termijn moeten overheden hun tekorten wegwerken. Maar we zitten nu in een recessie, en dat is een zeer slecht moment. Door extra bezuinigingen daalt de koopkracht, waardoor consumenten minder besteden en de productie daalt. Dat leidt tot banenverlies. Bovendien valt er voor de overheid minder belasting te innen.


“Een andere misvatting is dat overheidsschuld een last is voor onze kinderen. Als een overheid schuld maakt, gaat dat in de vorm van obligaties. Onze kinderen erven zowel de schuld als de obligaties, die recht geven op interest van de toekomstige overheid. De activa en passiva heffen elkaar op.

“Je moet natuurlijk niet gaan potverteren, maar dat heeft Nederland nooit gedaan. nederland leeft juist onder zijn stand, doordat het meer goederen en diensten produceert dan het consumeert. Als alle landen zo spaarzaam waren, had Nederland een groot probleem. Dan zou het overschot nergens worden afgenomen.

“De misvattingen over de overheidsschuld zijn diep verankerd in ons bewustzijn en hebben een morele lading. We gebruiken het woord ‘schuld’ voor een financieel én een moreel concept. Maar die morele connotatie belet ons na te denken of wat we doen wel economisch zinvol is.

“De overheid is verantwoordelijk voor collectieve voorzieningen: politie, justitie, onderwijs, infrastructuur, sociale zekerheid. Wat een overheid doet, is productief. Er zijn domeinen waar de overheid inefficient opereert, en dat moeten we oplossen. Maar het is niet zo dat de overheid altijd verspilt en de markt altijd een oplossing heeft.”

“Het zou heel triest zijn als we veel van wat we aan beschaving hebben opgebouwd nu afbreken, omdat we de oorzaken van de financiële crisis niet aanpakken. We weten dat meer financiële ongelijkheid slecht is voor de criminaliteitscijfers en de volksgezondheid, en stress veroorzaakt. Daarom zouden we, in plaats van alleen bezuinigen, hervormingen moeten doorvoeren. Het Sustainable Finance Lab (een denktank die in 2010 is opgericht door onder anderen Herman Wijffels – IB) heeft bijvoorbeeld aanbevelingen gedaan voor hervormingen in de financiële sector.


“We moeten deze crisis absoluut aangrijpen om politiek lastige beslissingen te nemen. Denk aan het verhogen van het eigen risico in de zorg, het sneller verhogen van de AOW-leeftijd, de hypotheekrenteaftrek afschaffen en flexwerken stimuleren. Dat zorgt nu voor politieke pijn en daarna voor economische pijn, maar we kunnen die dossiers niet voor ons uit schuiven.

“In het Chinees bestaat het woord voor crisis uit twee tekens: ‘gevaar’ en ‘kans’. Wij laten ons nu vooral door het eerste leiden. Er is een orgie van bezuinigingen gaande in Europa, zoals Martin Wolf van de Financial Times schreef. Maar we zien over het hoofd dat een crisis ook een kans biedt tot herbezinning. Bijvoorbeeld: is het bnp wel zo heilig? Zouden we niet over welvaart moeten denken in bredere termen dan alleen geld? Volgens Arnold Heertje omvat welvaart niet alleen ons bnp, maar het welbevinden van mensen nu en in de toekomst, hier én in andere landen. We weten dat economische groei op zich ons niet gelukkig maakt, en dat ervaringen ons in de regel meer geluk geven dan spullen. Minder groei hoeft niet, maar altijd meer groei hoeft óók niet.”

Isabelle Buhre