Minister Kwist, een feuilleton (20)

Zodra Ernest Kwist terug was in Den Haag, belegde hij een persconferentie. Het nieuwsbericht dat hij zich had ziek gemeld om op wintersportvakantie te gaan, was inmiddels door verschillende dagbladen overgenomen. Het was uitgegroeid tot een heus relletje. Er werden venijnige columns over geschreven. Zichtbaar geïrriteerd presenteerde hij zich aan de verzamelde journalisten in de perszaal van zijn ministerie. Hij maakte niet bepaald de lekker uitgeruste indruk van iemand die net terug is van vakantie. Zo voelde hij zich ook geenszins. Hij was boos.

“Vrienden van de pers, daar de goede gewoonte om wederhoor te plegen kennelijk in onbruik is geraakt, ben ik dan maar zo brutaal geweest om het initiatief te nemen en u alhier uit te nodigen om u in kennis te stellen van mijn versie van de gebeurtenissen. Ik heb twee documenten laten fotokopiëren, die op dit moment worden rondgedeeld. Ik ben ervan overtuigd dat er daarna geen vragen meer zijn.” Hij verliet de zaal. Het eerste document was een verklaring van Kwists huisarts over een zware aanval van allergie die zich manifesteerde in de vorm van uitslag op handpalmen en voetzolen en het voorschrift om een week rust te houden, bij voorkeur in een omgeving met schone berglucht. Het tweede document was een verklaring van een Noord-Italiaans ziekenhuis waarin deze diagnose werd bevestigd. Dat het eerste document was geantedateerd, kon niemand weten.
    Kwist ging naar zijn werkkamer en ontbood José, zijn secretaresse. “Doe de deur achter je dicht. Ga zitten en vertel. Besef goed dat je me heel wat hebt uit te leggen.”
    “Ik was het niet, Ernest. Je moet me geloven.”
    “Lieg niet tegen mij. Natuurlijk was jij het. Wie kan het anders zijn? Wie belde mij ook alweer in Italië om te vragen waar ik was? O ja, dat was jij. En heb ik verder nog iemand gesproken? Nee, helemaal niemand. Dus. Zo klaar als een klontje. Waarom verraad je mij, José?”
    Ze stond op, duwde hem opzij en ging achter zijn computer zitten. “Kijk. Ik heb het op het interne netwerk van het ministerie gezet. ‘De minister is wegens gezondheidsproblemen afwezig. Hij herstelt in de Italiaanse Alpen. We wensen hem beterschap.’ Zie je de datum? De dag dat ik je heb gebeld. Vanaf dat moment was iedereen in het ministerie op de hoogte. Dat leek mij wel zo correct. Maar iedereen kan dat bericht dus hebben gelekt.”
    “En waarom zou ik jou vertrouwen, José?”
    “Maar heb je dat nog steeds niet begrepen? Ik zal het je nog één keer uitleggen.” Ze stond op, ging vóór hem staan, knoopte haar bloesje open en deed haar bh uit. “Hierom, Ernest. Omdat je hier aan hebt gezeten. Om van de rest nog maar te zwijgen. Omdat je daarmee chantabel bent, Ernest. Ik heb je in mijn macht. En daarom steun ik je. Want hoe machtiger jij wordt, des te machtiger word ik. Ik wil je partijleider zien worden en minister-president. Wie jou in de problemen brengt met een relletje over een wintersportvakantie, brengt ook mij in de problemen. Begrijp je dat, Ernest?”
    Kwist zag de logica van haar redenering in. Peinzend staarde hij voor zich uit. “Maar wie was het dan?”
    Ze boog zich voorover en legde haar lippen tegen zijn oor. “Geelhoed,” fluisterde ze.
    “Mijn secretaris-generaal?”
    “Hij is jouw secretaris-generaal niet. Jij bent zijn minister. Stel hem op de proef.”
    “Hoe?”
    “Vraag hem om een paar CDA-prominenten te bellen, bijvoorbeeld Ab Klink, en hen te laten voorstellen om de regeringsdeelname van het CDA na de tussenformatie opnieuw ter discussie te stellen op een partijcongres.”
    Kwist glimlachte. “Een briljant idee overigens.”
    Hij gaf Geelhoed de opdracht en drong aan op geheimhouding.
    De volgende dag stond het in NRC Handelsblad.

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer