19: Rood gevaar

Zeker, er is anno 2012 van alles mis met ons bruto binnenlands product, de huizenmarkt en de overheidsfinanciën. Maar is er iemand in ons land die serieus rekening houdt met een communistische staatsgreep?

Nee, daarvoor moeten we terug naar 1948. In februari van dat jaar grepen communisten de macht in Tsjecho-Slowakije, dat daarna werd omgebouwd tot een satellietstaat van de Sovjet-Unie. De Nederlandse communisten vonden het een voorbeeldige actie (‘Nu Praag, morgen Den Haag’), en aangezien de CPN in 1946 ruim tien procent van de stemmen had gekregen – in Amsterdam was de partij zelfs de grootste geworden – leek dat niet bij voorbaat loos gepraat.

En dus namen de niet-communistische partijen een aantal preventieve tegenmaatregelen. De twee CPN-wethouders in Amsterdam kregen hun congé en de leden van de communistische fracties in Eerste en Tweede Kamer werden verwijderd uit de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken en Defensie. En omdat de coup in Praag mede mogelijk was geworden door communisten die met infiltratietechnieken sleutelposities in het ambtenarenapparaat in handen hadden weten te krijgen, werd ook het vooroorlogse, maar na de bevrijding afgeschafte ‘ambtenarenverbod’ voor CPN’ers opnieuw ingevoerd. Ondertussen lieten ook de Nederlandse kiezers zich niet onbetuigd: bij de Kamerverkiezingen van juli 1948 zakte het communistische stemmenpercentage van 10,6 naar 7,7 procent.