Eén twee, hup je congé

Een soepeler ontslagrecht is gewoon veel eerlijker.

De jeugdwerkloosheid stijgt met sprongen, de afgelopen maanden van grofweg zeven naar twaalf procentpunt. Dat is nog altijd een van de laagste cijfers in Europa; maar als de verslechtering in dit tempo doorgaat, zitten we nog voor het einde van het jaar aan Zuid-Europese cijfers.

In een conjuncturele neergang vallen de klappen op de arbeidsmarkt altijd het eerst en het hardst bij jongeren. Als de crisis de neergang waarin we zitten, verdiept en verlengt, worden jongeren de dupe en dreigt een hele generatie de boot de missen. We hebben dat eerder gezien in de jaren tachtig.

Is dat erg? Twee antwoorden zijn mogelijk op die vraag. Allereerst het macro-economische, dat luidt: het valt wel mee. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar die verloren geachte generatie laat zien dat zij haar achterstand op de arbeidsmarkt in de decennia die volgden nagenoeg geheel inliep. Jeugdwerkloosheid richt dus geen blijvende schade aan. Nogmaals: op macroniveau, voor de groep en het geheel.

Maar op individueel niveau is die schade er natuurlijk wel. Want hoe leuk is het om na een paar jaar werkloosheid eindelijk een baan te vinden onder je niveau, vervolgens met heel hard werken en omwegen carrière te maken, en dan vijftien jaar later (eind jaren negentig) toe te moeten zien hoe snotneuzen van 23 de banen en leasebakken krijgen waar je zelf tien jaar voor hebt moeten zwoegen?

Anders gezegd: het is niet eerlijk als leeftijd en het moment waarop iemand de arbeidsmarkt betreedt, bepalen of hij een goede start maakt. Fijner is het als mensen beoordeeld worden op wat ze kunnen, in plaats van op hun geboortejaar.


Er is dan ook reden genoeg om jongeren te helpen. Wie iets kan, moet op de arbeidsmarkt net zo veel kansen hebben als iemand die daar al jaren verkeert. En dat geldt niet alleen voor jongeren. Ook flexwerkers, freelancers en al die anderen die van baan naar bijstand naar baan worden gepingpongd verdienen een eerlijkere arbeidsmarkt. Zodat mensen die iets kunnen, werk vinden dat bij ze past. En zodat mensen die op een verkeerde plek zitten daar niet blijven plakken, enkel en alleen om hun ontslagvergoeding zo hoog mogelijk te maken.

De oplossing: hervorm het ontslagrecht. Het belangrijkste argument daarvoor is dus een eerlijkere arbeidsmarkt. Al het andere is onzin. Want nee: een soepeler ontslagrecht creëert geen nieuwe banen. En nee: een soepeler ontslagrecht levert de overheid geen besparingen op. En nee: dat een arbeidscontract nodig is om een hypotheek te krijgen, is geen goede reden om van het ontslagrecht af te blijven (zoals Agnes Jongerius afgelopen week suggereerde). Dat laatste argument is zo’n drogreden, dat het bijna zinnig lijkt. Maar één: waarom zouden we de risico’s van het kopen van een huis afwentelen op werkgevers? En twee: niemand suggereert de ontslagbescherming helemaal af te schaffen. En drie: laat banken doen waarvoor ze op deze wereld zijn: risico’s in kaart brengen.

Of iemand zijn hypotheek kan betalen, is afhankelijk van zijn verdiencapaciteit en zijn vermogen om snel weer werk te vinden in geval van ontslag. Beide kunnen groeien door een versoepeling van het ontslagrecht. Omdat het mensen aanmoedigt die verdiencapaciteit met scholing et cetera op peil te houden. En omdat een soepeler ontslagrecht de doorstroming op de arbeidsmarkt bevordert. Laten we dus niet, in navolging van de huizenmarkt, ook de arbeidsmarkt op slot houden.


Een betere, soepeler, fijnere en vooral eerlijkere arbeidsmarkt hoeft overigens geen bedreiging te zijn voor mensen met een vaste baan. Die hebben ook baat bij een systeem dat hen aanmoedigt in zichzelf te blijven investeren en te zoeken naar werk dat bij ze past. En dat hen niet discrimineert als ze uiteindelijk toch bij het UWV terechtkomen. Het vereist wel dat de toegang tot de WW op orde is en de uitkering misschien wel – net als in Denemarken – wordt verhoogd. Daarover een andere keer meer.