Leven dankzij een lefgozer

Na afloop van de première van Intouchables werd Philippe Pozzo di Borgo gevraagd wat hij van de film vond. “Ik applaudisseer met beide handen,” luidde het enthousiaste antwoord. De daad bij het woord voegen kon hij echter niet, want Pozzo di Borgo is vanaf zijn nek verlamd en slijt zijn dagen in een rolstoel. Het verhaal van Intouchables is goeddeels ontleend aan zijn leven. En dan met name aan zijn wonderlijke vriendschap met zijn verzorger Abdel Sellou. Hij schreef er een autobiografisch boek over: Le second souffle (dat in het Nederlands verschijnt onder de titel Onaantastbaar), waarin hij vertelt hoe een ernstig ongeluk tijdens het paragliden hem van de ene dag op de andere van een atletische veertiger in een bewegingloze invalide veranderde.

Hoewel de puissant rijke Pozzo di Borgo over genoeg geld beschikte om zich met uitstekende verzorgers te omringen, had hij weinig trek meer in het leven, zeker niet toen een paar jaar later zijn vrouw aan kanker overleed. Dat hij zijn levenslust hervond, was vooral te danken aan Abdel Sellou, een Franse Algerijn die geen enkele kwalificatie als verzorger had en voor galg en rad dreigde op te groeien. Sellou was aanvankelijk zelfs helemaal niet van plan om verzorger te worden. Hij was alleen bij het sollicitatiegesprek komen opdagen om aan zijn verplichtingen te voldoen (en zijn uitkering niet kwijt te raken). Maar gaandeweg ontwikkelde zich tussen de verlamde miljonair en zijn grofgebekte en tegendraadse assistent een bijzondere band, die beider levens een nieuwe impuls zou geven.

Klinkt dat vertrouwd? Tja, filmmakers zijn nu eenmaal gek op verhalen over mensen uit geheel verschillende uithoeken van de samenleving die vriendschap sluiten – zeker als die ook nog eens op ware gebeurtenissen zijn gebaseerd. Wat dat laatste betreft, hebben de makers van Intouchables zich heel wat vrijheden gepermitteerd. Om de hoofdpersonen optimaal te laten contrasteren, hebben ze van de verzorger nu een swingende Senegalese lefgozer gemaakt. Deze Driss (Omar Sy) laat zijn verlamde baas (François Cluzet) kennismaken met de geneugten van een goede joint, en weet ook nog wel ergens een Thaise callgirl op te scharrelen die raad weet met diens enige resterende erogene zone: zijn oren. De miljonair doet van zijn kant manhaftige pogingen om zijn assistent iets bij te brengen over beeldende kunst en klassieke componisten. In een Amerikaanse film zou dat ongetwijfeld hebben geresulteerd in een didactisch verhaallijntje waarin we zien hoe de kansarme sukkel zich cultureel ontplooit, maar zo bont maken de Franse filmmakers het gelukkig niet. De kennismaking met het kunstcircuit inspireert Driss hooguit tot commerciële plannetjes en klassieke muziek maakt geen schijn van kans tegenover het vuur waarmee hij de disco van Earth, Wind & Fire propageert.


Hoewel het scenario grofweg het geijkte patroon van een Hollywooddrama over een onwaarschijnlijke vriendschap volgt, wordt de film nergens klef. Intouchables is een prettige, mild humoristische film. Zo eentje waarbij je de bioscoop met een glimlach verlaat. Dat verklaart wellicht het enorme succes in Frankrijk, waar Intouchables bijna zeventien miljoen toeschouwers trok.

Les Intouchables. Regie: Eric Toledano en Olivier Nakache. Vanaf 22 maart in de bioscoop.

Erik Spaans