Tussen grijs en zwart

Onder de titel ‘Goed na de oorlog’ publiceerde HP/De Tijd in mei 2005 – de bevrijding was precies zestig jaar geleden – een lijst met vijftien ‘niet te missen boeken over de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting’. Een van die vijftien titels was Mussert, een politiek leven van de romancier en historicus Jan Meyers uit 1984.

Dat boek is nog steeds de enige volwaardige levensbeschrijving van de oprichter en leider van de NSB. Wel verschenen eind 2005 Musserts Nagelaten bekentenissen, een verzameling teksten die de NSB-voorman schreef in de periode tussen zijn arrestatie (7 mei 1945) en zijn dood voor het vuurpeloton, exact een jaar later. In de inleiding schreef Gerard Groeneveld, de bezorger van de teksten, dat de Werdegang van Mussert en zijn volgelingen jarenlang ‘een hete brij’ was geweest waar historici liever omheen liepen. “Vooral wie de nuance zocht in het grijze gebied tussen ‘goed’ en ‘fout’, verstoorde de geruststellende vaststelling dat alles wat tot de NSB behoorde niet deugde.”

Toch waren het, zo had Meyers met enige nadruk betoogd, wel degelijk die ongemakkelijke grijstinten die de overhand hadden in het leven van Mussert. Een louter boosaardig man was hij beslist niet, een fanatiek antisemiet evenmin. Wel een even pedante als tragische poseur die met de komst van de Duitsers de kans zag om alsnog te bereiken wat hij ook vóór de oorlog reeds had nagestreefd: een totalitaire Nederlandse staat met zichzelf als dictator aan het hoofd. Helaas voor Mussert zagen de Duitsers weinig in dat plan. Wel gebruikten ze Musserts goedgelovigheid en ijdelheid om hem medeplichtig te maken aan allerlei impopulaire maatregelen. Het bezettingsregime kon zich zo met zijn uitbuitingspolitiek deels verschuilen achter de NSB. “Mussert had geen idee hoe hij door zijn beschermers werd gepiepeld,” schreef Groeneveld in 2005. “De Duitsers vonden het prachtig.”

Niettemin ligt er nu een nieuw boek over Mussert, waarin veel grijstinten toch weer zijn vervangen door de kleur zwart. De auteur is historica en voormalig Vrij Nederland-redacteur Tessel Pollmann. Met Mussert & Co – De NSB-leider en zijn vertrouwelingen heeft ze, zo meldt de inleiding, geen biografie willen schrijven, maar ‘een reeks artikelen over Mussert en de mensen met wie hij leefde en werkte’.


De interessantste, want meest onthullende passages in het boek hebben betrekking op de financiële handel en wandel van de NSB en haar leider. Hebzucht en zelfverrijking, constateert Pollmann, waren aan de orde van de dag. Zo kocht de partij in de oorlog maar liefst 66 panden op, verspreid over heel Nederland. Een groot deel van deze panden (61) was ‘te kwader trouw’ verkregen, dat wil zeggen: de koper wist dat het om geconfisqueerd bezit ging. In de regel was dat joods bezit, aldus Pollmann. Ook Mussert zelf maakte zich aan dergelijke praktijken schuldig, hoewel hij beslist niet liep te pronken met zijn nieuw verworven rijkdom: openlijk vertoon van luxe zou immers slecht zijn voor het imago van de partij.

Kan het debat over de ware aard van Anton Mussert dus worden heropend? Er lijkt alle aanleiding toe.

Tessel Pollmann: Mussert & Co – De NSB-leider en zijn vertrouwelingen. Uitgeverij Boom, € 19,90. Ook via ako.nl.

Roelof Bouwman