Minister Kwist, een feuilleton (21)

Dus het was Geelhoed. De secretaris-generaal van het departement verried zijn eigen minister. Kwist twijfelde er niet meer aan. De val die hij op instigatie van zijn secretaresse José voor hem had gezet, was dichtgeklapt. Vertrouwelijke informatie waarover alleen hij kon beschikken, was gelekt naar de pers. De oude schurk.

De vraag was wat te doen. Het zou voor de hand liggen om Geelhoed met zijn gedrag te confronteren en een ontslagprocedure in gang te zetten. Maar dat kon altijd nog. Kwist dacht na. De veel interessantere vraag was eigenlijk die naar het waarom. Welk spelletje speelde Geelhoed? Wat was zijn strategie? Voor wie werkte hij eigenlijk? Hij was een ervaren topambtenaar met een feilloos politiek instinct die gedurende zijn carrière meer ministers had versleten dan hij zich zelf kon herinneren. Hij was er bepaald niet de man naar om te opereren zonder weldoordacht plan. Maar waar lag zijn loyaliteit? Hij was een PvdA’er, maar dat leek in dit geval irrelevant. De PvdA was de grootste oppositiepartij, dat was waar, maar zij leek toch bar weinig profijt te hebben van het perslek vanuit het kleinste en minst belangrijke departement. Het was in elk geval nog nooit gebleken dat de PvdA daar zelfs maar speciale belangstelling voor had. Nee, Geelhoeds loyaliteit lag ergens anders. Maar waar? Kwist besloot dat het belangrijker was om die vraag eerst te beantwoorden alvorens het lek te dichten, Geelhoed op een zijspoor te zetten en de kans te verspelen om die vraag beantwoord te zien.
Daar kwam nog iets anders bij. Kwist besefte dat hij nu een strategisch voordeel had. Hij had een kennisvoorsprong ten opzichte van Geelhoed en zijn bondgenoot, wie dat ook zijn mocht. Hij wist iets waarvan zij niet wisten dat hij het wist. Wellicht kon hij dat voordeel ooit uitbuiten. Om deze redenen besloot hij voorlopig niets te ondernemen en niet te laten merken dat hij zijn secretaris-generaal had betrapt op verraad.
Ernest Kwist maakte zich zorgen over nog iets anders. Intussen was de zogenaamde Tussenformatie in volle gang. Verhagen zat met zijn secondant Van Haersma Buma in het Catshuis te onderhandelen over een nieuw regeerakkoord. Zoals afgesproken vond dat overleg plaats in totale mediastilte. Maar dat lukt natuurlijk nooit. Er lekt altijd wel iets uit over de besprekingen. Althans dat had Kwist gedacht, en velen met hem. Maar het overleg was al ruim twee weken aan de gang en het was wel erg stil. Zelfs Kwists best geïnformeerde contacten binnen het CDA konden geen zinnig woord zeggen over de voortgang.
Volgens Kwist kon dat maar één ding betekenen: de onderhandelingen verliepen voorspoedig. Onderhandelaars gaan lekken uit irritatie of met een strategisch doel, om iets te bereiken wat aan de onderhandelingstafel niet lukt. Als er niet wordt gelekt, wil dat zeggen dat er geen noemenswaardige irritaties zijn en dat de onderhandelaars er aan tafel in slagen om te bereiken wat ze voor ogen hebben. Voor het voortbestaan van de coalitie en de gedoogconstructie was dat goed nieuws. Maar het welslagen van de Tussenformatie zou de positie van Verhagen en diens bondgenoten aanzienlijk versterken. Daarover maakte Kwist zich zorgen.
Op die middag, met zijn hoofd vol van deze gedachten, nam minister Ernest Kwist van het kleinste en minst belangrijke departement een definitief besluit. Hij zou het kabinet-Rutte I opblazen. Hoe, wist hij nog niet. Maar het moest gebeuren. En dan zou hij zich opwerpen als kandidaat-partijleider voor het CDA. De kans was groot dat hij zou verliezen, maar daarvoor was hij niet meer bang. Dan was hij er maar van af. Het spel moest worden gespeeld. De tijd was rijp.

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer