Het einde van een mythe

Iedere week een artikel in zijn geheel op de site. Deze week de column van Frank Heinen. Lionel Messie maakte een einde aan de legende van Cesar Rodriquez.

César wilde altijd de zee kunnen zien. Daarom ging hij niet naar Atletico Madrid, maar naar een onaanzienlijke voetbalclub uit Catalonië. In Barcelona kocht hij een huis waarvan de ramen aan de achterzijde uitzagen op het strand en het blauw van de Middellandse Zee. César zou in zijn nieuwe thuis de eerste grote ster van na de oorlog worden. Nog vóór Ladislao Kubala (van wie de kleine Jopie Cruijff de kunst probeerde af te kijken) was er César Rodríguez Álvarez, doelpuntenfabriek. Op YouTube zijn er korte fragmentjes van hem te vinden. In schokkerig zwart-wit kun je enkele van zijn 232 Barça-doelpunten bewonderen, de goals die hem voor eeuwig clubtopscorer zouden maken. De maker van de compilatie heeft er een liedje van The Platters onder gemonteerd, muziek die The Everly Brothers als heavy metal doet klinken.

Iedere club verdient zijn legenden, mannen wier namen in verweerd marmer gebeiteld staan en wier portretten vroegoude jongens tonen. Mannen die niemand ooit heeft zien voetballen zonder de muziek van The Platters. Coen Dillen, Bertus de Harder, Arthur Friedenreich, César Rodríguez; namen die onthouden worden dankzij de statistiek. Sinds een paar weken bestaat de legende van César Rodríguez niet meer. De man die daarvoor verantwoordelijk is, heeft nooit van The Platters gehoord. Zeven was hij toen de man stierf wiens record hij heeft afgenomen, de man die tot zijn dood in 1995 een maandelijkse toelage van de club ontving.

Lionel Messi speelt nu precies een half leven in Barcelona. Twaalf jaar was hij toen Carles Rexach vanuit Barcelona naar Rosario reisde om de mythe van de toverkabouter op noppen met eigen ogen te aanschouwen. Hij trof er een ventje met een afzakkende broek en een shirt van vijf maten te groot. Rexachs reis leek verspilling van geld en moeite te zijn geweest; het kereltje op het veld leek al te klein om zonder kussentje in de achtbaan te mogen, laat staan de oversteek naar Europa te maken om daar topsport te bedrijven. Lionel leed aan een bijzondere vorm van dwerggroei. Hij zou nooit groter worden dan de armzalige één meter en veertig centimeter die hij nu mat. Rexach wist dat. De wedstrijd begon en de man uit Barcelona borg al na een paar minuten zijn opschrijfboekje terug in zijn zak. Iedere notitie zou overbodig zijn, iedere poging om in woorden te beschrijven wat hij hier zag, zou ontoereikend blijken. Hij kon slechts één woord denken: Goud. De club overtuigde vader en moeder Messi hun zoontje een hormoonkuur te laten volgen. De injecties zouden elke dag moeten worden toegediend. Ze zouden van hun minuscule zoon een kleine man kunnen maken. De groeistuipspuiten kostten vijftig euro per dag. Te duur, voor de familie. Barcelona beloofde voor alle kosten op te draaien en de familie ging akkoord. Zo werd een begin gemaakt met het project-Messi, een meerjarenplan dat qua natuurlijkheid nog het meest doet denken aan het groeiproces van een tomaat in het Westland.

In een gesprek met de Italiaanse schrijver Roberto Saviano voor La Repubblica vertelde hij over het eindeloze braken dat de hormonen veroorzaakten, over de helse pijnen die zijn bovenmatig snel groeiende spieren hem deden lijden. En toch: “Ik kon het me niet permitteren om pijn te voelen.” De pijnen gingen, en alle pijnen die nog volgden, voelden aan als strelingen vergeleken bij die eerste puberteitsjaren. De missie-Messi slaagde, de jongen in het kleuterlichaam werd een man in een jongenslichaam. En bovendien: de beste voetballer die de wereld ooit zag. In een commercial moest hij eens een tekening van zichzelf maken: een klein poppetje met een bal in een woud van bomen van verdedigers, een woud waarin hij blindelings de weg wist.

De geschiedenis van Lionel is er een om in marmer te beitelen. Misschien op de plek van die van César Rodriguez, van wiens mythe sinds twee weken niet méér over is dan een verhaal van een zonderling die altijd de zee wilde zien.

[[poll uid=652]]

Meer leuke content? Like ons op Facebook

frank heinen