Eerst mijn koffertje terug

Uilskuiken van de week: Wim Deetman

In 1985 was ik negen en zat ik op een school in Lelystad in de klas van meester Peereboom. Op de school werd geëxperimenteerd met vernieuwende onderwijsvormen. Je mocht onder meer zelf je werktempo bepalen, waar vooral luiaards en lastpakken opgetogen over waren.

Op een dag in september vertelde meester Peereboom dat ‘de koffertjes’ waren aangekomen. Ze waren van geel plastic en voorzien van een zwart-geel schouderbandje. Elke leerling in Nederland kreeg zo’n koffertje; in vrachtwagens werden ze afgeleverd bij de scholen. Je moest ze zelf in elkaar vouwen en de bijgeleverde folders erin doen.

Meester Peereboom legde uit dat we de koffertjes van minister Deetman hadden gekregen. Deetman wilde ermee vieren dat na twintig jaar voorbereiding de Wet op het Basisonderwijs in werking was getreden. De folders waren voor onze ouders bestemd: er stond in wat een geweldig systeem het basisonderwijs was.

Met het koffertje mocht je doen wat je wilde. Klasgenoot Erik G., die eerder op het toilet een stapel papier had aangestoken waardoor een wc-bril was gesmolten, besloot de zijne in het parkje naast de school met folders en al in brand te steken.

Mijn moeder waardeerde het geschenk van Deetman niet. Hoe haalde hij het in zijn hoofd om in tijden van crisis drie miljoen gulden te spenderen aan een stuk plastic? Ze wilde dat ik mijn koffertje terugstuurde naar het ministerie van Onderwijs. In plaats daarvan plakte ik er zeldzame Doe Maar-stickers op en fietste ik er elke dag mee naar school. Vlak daarna vertelde meester Peereboom dat we de koffertjes moesten inleveren. Het plastic bleek het uiterst giftige cadmium te bevatten. Met pijn in het hart deed ik afstand van Deetmans geschenk. Ik probeerde de zeldzame stickers eraf te halen, maar die scheurden.


Het Jeugdjournaal onthulde dat Deetman wist van het cadmium. Hij had de koffertjes willen vernietigen. Toen een ambtenaar zei dat ze niet afbreekbaar waren, had hij ze toch maar laten verspreiden.

Na de verdwijning van mijn koffertje ben ik de carrière van Deetman met argwaan blijven volgen. Hij voerde eind jaren tachtig zijn Wet op de Studiefinanciering in, die rampzalig uitpakte en massale demonstraties uitlokte. Op het Malieveld zongen studenten ‘Deetman, er klopt geen reet van’. Een deskundige noemde zijn beleid ‘de ijstijd van Deetman, de zwartste episode die het onderwijs de afgelopen vijftig jaar heeft gekend’.

Na dat desastreus verlopen ministerschap probeerde zijn partij, het CDA, van hem af te komen. Hij mocht een tijdje Kamervoorzitter zijn, daarna zorgden ze dat hij burgemeester van Den Haag kon worden. Toch bleef hij zijn partij hoofdbrekens bezorgen. Met zijn regenteske manier van besturen kwam hij voortdurend in opspraak.

Om de zoveel tijd bleek hij weer talloze bijbanen te hebben verzwegen. Dat begon ergens in 1993, toen hij conferenties van een Amerikaanse wapenfabrikant voorzat, en dat was vorig jaar opnieuw het geval, toen hij het burgemeestersambt had verruild voor het lidmaatschap van de Raad van State. Morrend betaalde hij 75.000 euro aan verzwegen inkomsten terug.

Ik dacht aan mijn koffertje toen Deetman in 2010 werd gevraagd om de commissie te leiden die onafhankelijk onderzoek zou doen naar seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk. Afgelopen december verscheen het rapport. Dit zou het definitieve document zijn; het misbruik van jeugdigen door priesters zou tot op de bodem zijn uitgezocht.


Vorige week onthulde NRC Handelsblad dat de commissie-Deetman om ‘onderzoekstechnische redenen’ de zaak van een misbruikte en later gecastreerde jongen terzijde heeft geschoven. De latere premier Marijnen, in wiens instelling de teelbalverwijdering plaatsvond, nam betrapte broeders in bescherming. Waarna Deetman hem in bescherming nam. Mij verbaasde het niet. Typisch Deetman. Er klopt gewoon geen reet van.