Geniale gek

Dé kraker in de kwartfinales van de Champions League deze week is het tweeluik tussen AC Milan en FC Barcelona, op 28 maart en 3 april. De wedstrijden zijn om vele redenen speciaal. Mark van Bommel en Maxi López spelen tegen de club waar ze het allebei net niet maakten, Clarence Seedorf hoopt voor het eerst in acht jaar van de Catalanen te winnen en Zlatan Ibrahimovic neemt het op tegen de trainer die hij drie meter ver schopte.

Herstel: Zlatan Ibrahimovic neemt het op tegen de trainer die hij uit irritatie over een plek op de bank drie meter ver schopte en tegen wie hij toen schreeuwde: “Jouw ballen zijn net zo groot als die van mijn kinderen. Jij doet het in je broek voor Mourinho. Loop naar de hel!”

De trainer die met zich liet sollen, Pep Guardiola, nam wraak door zijn spits te verhuren aan AC Milan.

Ik, Zlatan, de biografie van de Zweedse spits die voor galg en rad opgroeide in een migrantenwijk in Malmö, leest als een trein, mede door de spreektaal. Veel ‘weet je’ en toevoegingen als ‘die rat’ (over collega-spits Trezeguet, op een positieve manier bedoeld) en ‘laf watje’ (over Guardiola, absoluut niet op een positieve manier bedoeld). En het mooie: de straattaal komt niet gekunsteld over. Op één vreemde vertaling na. Jonge fietsendief Zlatan noemt fietsen consequent ‘karretjes’. Daar had vertaalster Geri de Boer een beter woord voor kunnen bedenken.

De Zweedse journalist en romanschrijver David Lagercrantz, die vele uren met Ibrahimovic doorbracht, wist het vertrouwen van de trotse voetballer te winnen, waardoor de biografie eerlijk en authentiek overkomt. Ibrahimovic is ook kritisch over zichzelf. Over de tijd dat hij als negentienjarige naar Ajax wordt getransfereerd voor een recordbedrag, waarna hij op wolken gaat lopen: “Misschien was ik in die tijd wel een beetje manisch.” Hij wordt in één klap miljonair, mag dure auto’s uitzoeken en verlooft zich halsoverkop. Als een journalist vraagt wat voor verlovingscadeautje hij heeft gegeven, antwoordt hij: “Hoezo, cadeautje? Ze heeft Zlatan toch!” Een paar weken later verbreekt hij de verloving.


De spits gaat in de biografie van conflict naar conflict. Zelfverzekerde macho’s als Leo Beenhakker en José Mourinho, zijn coach bij Internazionale, daar loopt hij mee weg. Mannen als Louis van Gaal, daar botst hij mee. Hij introduceert Van Gaal als volgt: “Hij wilde een dictator zijn, maar zonder enig gevoel voor humor. Als speler was hij niet bijzonder geweest, maar in Nederland had hij veel status, omdat hij als trainer de Champions League had gewonnen met Ajax en daar een of andere onderscheiding voor had gekregen.”

Wanneer Van Gaal als technisch directeur van Ajax Zlatan op zijn typische lompe manier vertelt dat hij meer moet meeverdedigen (“Heb je dat begrepen? Snap je dat?”), wordt de Joego in Ibrahimovic wakker. Zijn antwoord: “Van Basten zegt dat de nummer 9 zijn energie moet bewaren om te scoren. Naar wie moet ik luisteren? Van Basten, de legende, of Van Gaal?” De Zweed laat optekenen dat hij vooral de nadruk legde op de naam van de technisch directeur, ‘alsof dat een totaal onbeduidende figuur was’. Van Gaal kookte, Ibrahimovic zei ‘ik moet gaan’ en vertrok.

Henk Spaan slaat de spijker op z’n kop op het omslag: “Onmogelijk mens, uitstekend boek.”

Zlatan Ibrahimovic & David Lagercrantz: Ik, Zlatan. Ambo, €19,95. Ook via ako.nl.

Niek Stolker