‘Schulden zijn levens- gevaarlijk’

We moeten af van de illusie dat economische groei ons gelukkig maakt. Ale het aan de Tsjechische econoom Tomá Sedláçek ligt, nemen we afscheid van de eeuwige tredmolen van het consumentisme. ‘Vooruitgang of tevredenheid, dat is ons dilemma.’

In zijn bestseller Economie van goed en kwaad uit 2009 plaatst de Tsjechische econoom en politiek adviseur Tomá Sedláçek (35) een bom onder zijn professie. Als eerste legt hij namelijk de wortels van onze economie in onze cultuurgeschiedenis bloot. Van 2001 tot 2003 maakte Sedláçek deel uit van de staf van de toenmalige president Václav Havel, die zijn ‘nieuwe, niet door vier decennia van communistische dictatuur belaste visie’ waardeerde. Tot 2006 adviseerde hij de Tsjechische minister van Financiën over het consolideren van de overheidsfinanciën en het hervormen van het belasting-, pensioen- en zorgstelsel. Sedláçek draait de marxistische these van de economische onderbouw en de geestelijke bovenbouw om: volgens hem draait het in de economie uiteindelijk om de vraag hoe we willen leven. De gezaghebbende Yale Economic Review noemde hem een van de ‘five hot minds in economics’. Momenteel werkt Sedláçek als chef-econoom bij de grootste Tsjechische bank, SOB, is hij lid van de nationale economische raad en doceert aan de Praagse Karelsuniversiteit. Economie van goed en kwaad (waarvan de Nederlandse vertaling in augustus verschijnt bij uitgeverij Scriptum) is in verscheidene landen een bestseller.

In de film Wall Street uit 1987 spreekt acteur Michael Douglas als beurshandelaar Gordon Gekko de legendarische woorden: ‘Greed is good.’ Is hebzucht door de economische crisis weer in een kwaad daglicht komen te staan?

“Gekko’s hebzucht brengt hem eerst rijkdom, en daarna valt hij eraan ten prooi. De geschiedenis leert ons dat hebzucht een januskop heeft: het is de motor van onze vooruitgang, maar ook de oorzaak van ons verval. Ontevreden zijn, telkens meer willen, schijnt aangeboren te zijn en vormt de kern van onze beschaving. De zondeval van Adam en Eva in de hof van Eden was het gevolg van hebzucht.”


Niet gewoon van verleiding en nieuwsgierigheid?

“Hebzucht en nieuwsgierigheid gaan hand in hand. De slang wekte een begeerte die al sluimerend in Eva aanwezig was. De verboden vrucht zag er te mooi uit om te laten hangen.”

Dat lijkt op de reclame anno 2012.

“De allereerste zonde van de mensheid is een vorm van overdreven en nodeloze consumptie. Eva verlangt naar iets wat ze niet nodig heeft. Ze leeft in het paradijs, en desondanks is ze niet tevreden met alles wat God hun heeft gegeven. Hebzucht staat dus niet alleen aan de basis van de theoretische economie, maar van onze hele geschiedenis. Het begint allemaal met hebzucht.”

Is de mens existentieel ontevreden?

“Het verzadigingspunt wordt nooit bereikt, net zomin als het einde van de geschiedenis. Consumeren werkt als een drug. ‘Genoeg’ ligt altijd achter de horizon. De marxistische filosoof Slavoj iek heeft het aldus geformuleerd: ‘De raison d’tre van de hebzucht is niet het bereiken van het doel, waarmee volledige bevrediging wordt verkregen, maar zichzelf als hebzucht reproduceren.'”

Het leven is dus sisyfusarbeid?

“Een economisch evenwicht is per definitie onmogelijk, want Eva’s begeerte – economisch gesproken de vraag – zal nooit een einde kennen, en Adams arbeid in het zweet zijns aanschijns, het aanbod dus, zal nooit toereikend zijn. In de film Fight Club zegt hoofdfiguur Tyler Durden tegen een vriend die een hekel aan zijn baan in de autobranche heeft: ‘Dankzij de reclame doen we klotewerk om rommel te kunnen kopen die we helemaal niet nodig hebben.’ Dat is de verdrijving uit het paradijs, maar dan op een moderne manier gezegd.”

Toch droomt de mens ervan om uit die tredmolen te kunnen stappen en in harmonie te leven.


“Vooruitgang of tevredenheid, dat is het dilemma waarmee we kampen. Er zijn twee manieren om de discrepantie tussen behoefte en bevrediging te verkleinen. De ene is door het aanbod aan goederen en de koopkracht te vergroten. Dat is het hedonistische model, dat we al sinds de Grieken en Romeinen kennen, maar dat nu door de schuldencrisis in elkaar dreigt te zakken.”

En het alternatief is spaarzaamheid en soberheid.

“Dat is het model van de Griekse stoïcijnen. Daarbij maak je de vraag kleiner, zodat het aanbod altijd toereikend is. Diogenes was er in zijn ton van overtuigd dat hij steeds vrijer werd naarmate hij minder bezat.”

Hij wordt tegenwoordig toch nauwelijks als voorbeeld gezien.

“Dat is hij waarschijnlijk ook nooit geweest, maar zijn filosofie is heel modern.”

Een profeet die waarschuwt voor de grenzen aan de groei, net als de Club van Rome in 1972.

“Het adagium ‘meer is beter’ gaat niet meer op. Dat maakt Diogenes heel eigentijds. Het moment dat we ons realiseren dat wetenschap en techniek ambivalent zijn, is het einde van de moderne tijd.”

Zorgen dat we meer gaan consumeren is heel simpel, maar het tegenovergestelde is een stuk moeilijker. Wordt onze hebzucht niet ook in de hand gewerkt door de ongelijke verdeling van welvaart? Waardoor mensen denken: wat hij heeft, wil ik ook?

“De economie gaat ervan uit dat iedereen zijn behoeften ten volle wil bevredigen, maar het probleem is dat wij onze behoeften niet goed kennen. We weten gewoon niet wat we willen. Daarom hebben we vergelijkingen nodig, voorbeelden, dingen die ons worden ingefluisterd. Probeert u zich maar eens iets begeerlijks voor te stellen, laten we zeggen een mooie vrouw. Dat lukt u pas als u foto’s hebt gezien of beschrijvingen hebt gelezen. Anderen moeten u vertellen wat u zo aantrekkelijk vindt. De samenleving, uw buren of uw collega’s, maar ook de reclame- en amusementsindustrie. Alle verlangens die uitstijgen boven de biologische basisbehoeften, zijn cultureel bepaald.”


De schulden van de westerse landen zijn de laatste veertig jaar niet uit gebrek maar uit overvloed ontstaan.

“Aristoteles, de man van de gulden middenweg, ziet de neiging tot overdaad als onze grootste zwakte.”

Dat klinkt mooi, maar wat is dan die gulden middenweg? Volgens de experts moet onze economie alsmaar blijven groeien om te overleven. Is economie net zoiets als fietsen: zodra je stopt met trappen, val je om?

“Nee hoor, het is net als lopen: je kunt gewoon stilstaan zonder dat er iets gebeurt. Dat staat aan de basis van de sabbat-economie. God rustte uit op de zevende dag, niet omdat hij moe was maar omdat hij tevreden was met zijn schepping. De jacht op het betere is de ergste vijand van het goede.”

Deze toestand van tevredenheid heeft het communisme, waarmee uw generatie is opgegroeid, in een halve eeuw niet weten te bereiken.

“Omdat het niet kon functioneren. Niet het communisme is de motor van de permanente revolutie, maar het kapitalisme. Dat stimuleert mensen om hun uiterste best te doen, omdat het hen ervan overtuigt dat succes mogelijk is. Dat heeft het communisme nooit gekund. Karl Marx dacht en schreef in de wereld van Oliver Twist, waarin uitbuiting aan de orde van de dag was. Als hij nu had geleefd, had hij de revolutie waarschijnlijk niet zo nodig gevonden.”

Adam Smith heeft het in The Wealth of Nations over de gevolgen van het eigenbelang van het individu en de ‘onzichtbare hand’ van de economie.

“De mens wordt door eigenbelang gedreven, maar Smith wist ook dat dat niet onze enige drijfveer is. Hij heeft zich duidelijk gedistantieerd van zijn tijdgenoot Bernard Mandeville, die zei dat de hebzucht van de losbandige de maatschappij tot nut is. In navolging van Smith moeten we morele kwesties betrekken bij economische vraagstukken. Sterker nog: moraal vormt de kern van de economie.”


Als die ‘onzichtbare hand’ in staat was eigenbelang om te toveren tot algemeen nut, zou je geen overheidscontrole nodig hebben.

“Wanneer het eigenbelang een grens overschrijdt, vormt het een bedreiging voor de markteconomie. Een goed functionerende samenleving rust op drie pijlers: moraal, concurrentie en regulering. Hoe zwakker de moraal, des te krachtiger de overheid moet optreden. De Oost-Europese landen, die na de val van de Muur via deregulering een markteconomie op poten wilden zetten, hebben dat op een pijnlijke manier geleerd. Een samenleving die egoïsme zonder moraal toestaat, vervalt tot anarchie.”

De Amerikaanse Tea Party-beweging wil zo weinig mogelijk overheidsbemoeienis.

“Dat het kapitaal en de staat van elkaar afhankelijk zijn, is in de huidige crisis toch duidelijk aangetoond. Zonder staatssteun zou het financiële systeem in elkaar zijn gestort, en dat zou ook de regeringen de das hebben omgedaan.”

Het is toch niet de taak van een econoom om ethische normen vast te stellen?

“Juist wel: ethiek leidt naar de vraag wat een goed en juist leven is, naar eudaimonia, oftewel geluk zoals Aristoteles het bedoelt. Een markteconomie zonder moraal is een zombiesysteem: de robots doen keurig hun werk, maar laten een spoor van vernieling achter.”

Dit soort quasi-religieuze opvattingen zullen uw collega-economen en de politici die u adviseert leuk vinden.

“Het vooruitgangsdenken is óók een Religie. Waardevrije economie bestaat niet. Elke keer dat u iets koopt, neemt u een morele beslissing.”

De economie mag niet het antwoord geven op de vraag naar de zin van het leven, dat zou absurd zijn. En als politici dat proberen, wordt het gevaarlijk.


“Moderne economen gedragen zich even absurd als de mensen in de roman The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van Douglas Adams. Ze vragen de supercomputer Deep Thought wat de zin is van het leven en het universum. Hij rekent en rekent, en spuugt dan zijn antwoord uit: het getal 42.”

Wat is uw antwoord op de economische crisis?

“Ik heb een vraag voor u: is een leven vol hebzucht een goed leven? Ik houd me strikt aan Aristoteles, die economie ‘de wetenschap van het geluk’ noemt. En een gelukkig leven is volgens hem een leven in tevredenheid.”

Neem me niet kwalijk, maar dat klinkt banaal en naïef. Bent u niet bang dat u als moraalridder wordt gezien?

“Uit de reacties die ik krijg, blijkt eerder het tegendeel. Ook politici, met name de pragmatici, hebben de boodschap begrepen. Maar het blijft moeilijk om ze ervan te overtuigen dat je soms ook in goede tijden hervormingen moet doorvoeren, om te zorgen dat het systeem op de rails blijft.”

Hebben we de crisis nodig om sterker te worden?

“Een crisis is goed om afscheid te nemen van onze obsessie met economische groei. Economisch beleid moet een heel ander doel krijgen, namelijk niet het vergroten van het bruto binnenlands product maar het verkleinen van onze schuldenlast.”

Hoe bereik je het een zonder het ander?

“Je moet politici het recht ontnemen om schulden te maken, zoals ze ook geen recht meer hebben om geld te drukken. Ik stel een nieuw stabiliteitspact voor: als de groei van een economie in een jaar tijd drie procent bedraagt, mag het overheidstekort niet groeien, en als de groei nul is, mag het tekort met maximaal drie procent groeien. En in topjaren moeten de overschotten opzij worden gezet. Schulden zijn levensgevaarlijk. Wie er niet mee kan omgaan, komt net als in de Middeleeuwen terecht in een schuldengevangenis, zoals de Grieken nu. De volgende crisis kan dodelijk zijn.”


Der Spiegel. Vertaling: Thijs Joosten

Romain Leick