‘Het was een prachtig jongensboek-avontuur’

Vijftien jaar geleden begonnen Broos Schnetz en Henk Westbroek Leefbaar Utrecht. Een jaar later waren ze de grootste partij van de stad. Ze blikken terug op een bewogen periode, met een glansrol voor Pim Fortuyn.

Hier is het allemaal begonnen, in Stairway to Heaven, jullie eigen café.
Broos Schnetz: “Henk en ik zaten ons hier altijd druk te maken over de lokale politiek.”
Henk Westbroek: “Alles duurde maar. Er werd nooit iets opgelost, er werden altijd toververhalen verteld. Dat hele Utrecht City Project bijvoorbeeld, dat was allemaal fantástisch georganiseerd. Nu zijn we vijftien jaar en 36 miljoen euro verder, en staat er nog helemaal niks.”
Schnetz: “Toen zeiden we op een avond tegen elkaar: ‘We doen er wat aan of we houden onze kop erover.’ Toen hebben we bij Henk thuis een aantal prominente Utrechters uitgenodigd om het idee te bespreken: advocaat Bernard Tomlow, consultant Reinier Schat en Tom van der Maas. Tom was destijds woordvoerder van Frits Bolkestein. Ook een Utrechter. Wat bleek? Ze vonden het alle drie een slecht idee.”
Westbroek
: “De een vond de VVD een te gekke partij en de ander vond dat de PvdA het geweldig deed. Terwijl die partij deze stad vijftig jaar gruwelijk slecht heeft bestuurd. GroenLinks was nog erger. GroenLinks heeft hier bestúúrders afgeleverd, die kun je nog geen dierenasiel laten runnen.”
Schnetz: “Uiteindelijk zijn we toch eigenwijs die partij begonnen, vijftien jaar geleden. We dachten: met een beetje geluk halen we twee, drie zeteltjes. Na de eerste peilingen nodigde het Utrechts Nieuwsblad ons uit op het stadhuis om die te bespreken. Ze voelden wel dat de verkiezingen begonnen te leven in de stad. Bleken we op vier zetels te staan. ‘Jezus mina, zo veel!’ zeiden we. GroenLinks en PvdA dachten: hoe is het in godsnaam mogelijk? Wat is er met de stad aan de hand? Zaten die partijen ook aan tafel. Ik zat besmuikt te lachen. Twee weken later waren het er negen, waren we de grootste partij. Onvoorstelbaar.”
Westbroek: “En de pijn die het deed. Ze gunden het ons niet. Eerst zeggen ze dat je overbodig bent, vervolgens dat je een fascist bent.”

En dat waren jullie niet?
Westbroek: “Er bestaan hele linkse en hele rechtse Leefbaarpartijtjes. Men veegde alles op een hoop. Daarom waren we zo trots dat Filip Dewinter ons in Buitenhof ‘superanarchisten’ noemde. Dewinter heeft het ’t best begrepen. Wij waren drie keer zo links als de PvdA en GroenLinks bij elkaar.”

En toen kregen jullie echt negen van de 45 zetels. Hadden jullie dat verwacht toen je bij Henk met die drie prominenten zaten te praten?
Schnetz: “Het succes heeft ons overvallen.”
Westbroek: “We wilden de luis in de pels zijn. Dat we van niks ineens de grootste partij werden, hadden we niet verwacht. Maar dat was ook wel weer leuk. Bestuurders zaten huilend op de stoep van het stadhuis. En hoe vaak ik niet heb moeten horen (met aardappelinkeelstem): ‘Ik koop ook een orgel en ik ga ook zangles nemen, dan komt het vanzelf.’ Tja. We hebben die mensen natuurlijk hun carrièreperspectief ontnomen. Ik weet nog dat we na de eerste verkiezingsoverwinning een feestje vierden, en dat een gozer met wie ik nota bene nog had gestudeerd in het voorbijgaan even zijn elleboog in mijn gezicht plantte.”
Schnetz: “Er zat zo veel pijn. Ik zeg altijd: we hebben hun feestje verpest. In de oude politiek konden ze altijd wheelen en dealen. Wij hebben dat op zijn kop gezet.”
Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

niek stolker