J.L. Heldring stopt ermee. Dat is nogal een klap

Columnisten, zo hoor je vaak zeggen, moeten ‘onderscheidend’ zijn. Bij J.L. Heldring begon dat onderscheid al bij zijn naam. Net als zijn inmiddels overleden generatiegenoten G.B.J. Hiltermann en W.L. Brugsma heeft Heldring namelijk voorletters in plaats van een voornaam.

Ook qua journalistieke statuur hoort hij overigens thuis in het gezelschap van G.B.J. en W.L., en dat heeft Heldring vooral te danken aan zijn ‘Dezer dagen’-column, waarvan de eerste aflevering op 4 januari 1960 verscheen in de Nieuwe Rotterdamse Courant, het zeer gerenommeerde liberale dagblad waarvan hij in 1968 hoofdredacteur werd. Tussen 1970 en 1972 bekleedde Heldring die post bij NRC Handelsblad, de fusiekrant die ook daarna zijn columns trouw bleef afdrukken.

Maar morgen stopt de krant daarmee. Op verzoek van Heldring (inmiddels 94), die geen inspiratie meer zegt te hebben. “Aangezien ik niet in herhaling van uitgekauwde thema’s wil vervallen, lijkt het mij beter een einde te maken aan mijn rubriek,” liet hij aan de hoofdredactie weten.

Dat is nogal een klap.

“Niemand schrijft meer zo,” verzuchtte Heldring twee jaar geleden bij het vijftigjarig jubileum van ‘Dezer Dagen’. Acht jaar eerder, in 2002, gaf hij ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag een wat uitvoeriger uiteenzetting van zijn aanpak: “Ik hou niet van geouwehoer, van wazigheid,” vertelde hij toen in een interview. “In mijn schrijven analyseer ik gebeurtenissen, problemen. Het oproepen van sfeer hoort daar niet bij. Dat is literatuur. Moraliseren hoort daar ook niet bij. Ik wil niet moraliseren. Ik voel er ook weinig voor om mijn mening te geven. Er zijn al zoveel meningen. Bovendien heb ik vaak geen mening. Ik stel diagnoses, zonder sentimentaliteit, eventueel zelfs gevoelloos. Die diagnose kan gevolgd worden door een therapie, maar die twee mogen nooit worden gemengd.”

Geen enkele Nederlandse columnist deed dat Heldring na. Omdat ze het niet konden, omdat ze het niet wilden maar misschien ook wel omdat ze een voornaam hébben, in plaats van het te zíjn.

roelof bouwman