Bange dromen

In het relatiedrama Revolutionary Road (2009) mochten Kate Winslet en Leonardo DiCaprio zich uitleven in een ongemeen felle woordenstrijd. Dat leverde indrukwekkende acteerprestaties op van het soort waarbij het bioscooppubliek zo nu en dan collectief de adem inhoudt. De enige acteur in Revolutionary Road die een Oscarnominatie in de wacht wist te slepen, was evenwel Michael Shannon. Terecht overigens. Shannon speelde een hyperintelligente man die met psychische problemen kampte en de mensen in zijn omgeving met verwoestende eerlijkheid analyseerde. De tragiek was dat hij met zijn genadeloze tirades zijn vrienden én zichzelf beschadigde.

Shannons uiterlijk droeg bij aan de intensiteit van die rol. Hij heeft betrekkelijk grove gelaatstrekken en weet moeiteloos een verwilderde uitdrukking in zijn ogen te leggen. Het zijn eigenschappen die gemakkelijk tot typecasting kunnen leiden. Voor je het weet, ben je de rest van je werkzame leven veroordeeld tot rollen als sadistische cipier, bijlzwaaiende seriemoordenaar, perverse gluurder, laaghartige SS’er of krankzinnige wetenschapper. Maar hoewel ook Shannon daar niet helemaal aan ontkwam (en in de toekomst nog wel in een paar rollen als psychopaat zal opduiken), levert zijn verontrustende gezichtsuitdrukking hem zo nu en dan ook prachtige rollen op.

In Take Shelter bijvoorbeeld. Shannon speelt Curtis, een toegewijde huisvader die de kost verdient bij een bedrijf dat boorwerkzaamheden verricht. Een collega stelt bewonderend vast dat hij zijn zaakjes ‘goed voor elkaar’ heeft. Maar die collega weet niet dat Curtis geplaagd wordt door nachtmerries die zo indringend zijn dat hij ze moeilijk van de werkelijkheid kan onderscheiden. Die dromen beginnen steevast met een dreigende storm, waarna vertrouwelingen van Curtis zich tegen hem keren. Zijn hond bijt in zijn arm. Vreemdelingen proberen zijn dochtertje uit zijn huis te halen. Een collega gaat hem te lijf met een pikhouweel. Het besef dat het om dromen gaat, stelt Curis amper gerust. Die dromen dringen allengs dieper binnen in zijn dagelijks leven. En dus begint Curtis bang te worden voor zijn hond, zijn collega’s en zo’n beetje iedereen in zijn omgeving. En overdag komen daar dan ook nog eens allerlei helse visoenen bij. Curtis verbeeldt zich voortdurend grote zwermen vogels te zien. En als het regent, voelen de druppels op zijn huid aan ‘als verse motorolie’.


Hoewel sommige scènes doen denken aan het idioom van horrorfilms, heeft Take Shelter niets met dat genre te maken. Dit is het verhaal van een man die weet dat hij aan waandenkbeelden lijdt, maar niet bij machte is daar iets aan te doen. De ironie van het noodlot wil dat Curtis zo geobSedeerd is door het voornemen zijn gezin te beschermen dat hij ze daarmee nu juist pijn doet. Jessica Chastain speelt voortreffelijk als de echtgenote die machteloos moet toezien hoe haar man door de waanzin wordt opgeslokt, en het spel van Michael Shannon laat zich karakteriseren als huiveringwekkend. Maar die sterke acteerprestaties zijn niet de enige reden dat Take Shelter onder je huid kruipt. De makers spelen ook een subtiel spel met ons verwachtingspatroon. Aan het slot van de film heeft ook de kijker er opeens moeite mee werkelijkheid en illusie van elkaar te onderscheiden.

Take Shelter. Regie: Jeff Nichols. Vanaf 5 april in de bioscoop.

Erik Spaans