‘Straks sturen de bakra’s het leger op Bouta af’

Gehoord in de metro naar Reigersbos, twee oudere Surinaamse mannen, over de aangenomen Amnestiewet die president Bouterse hoe dan ook vrijspreekt van de december-moorden van 1982.

“Bouta heeft het handig gedaan hoor,” zegt de een, die bij het raam zit.
“Het is niet goed man,” zegt de buurman. “De bakra’s zijn boos. Ze hebben die dinges al teruggeroepen uit Paramaribo.”
“Bouta heeft er maar twee doodvermoord. Twee. Dat is toch ook weer niet zó veel.”
“Het zal je broer maar zijn. Of je oom, je vader.”
“Jozef Slagveer was een neef van mijn vrouw… Van mijn eerste dan hè.”
“Was dat die vakbondsleider?”
“Nee, hij was journalist….”
“We staan er gekleurd op, in de wereld.”
“Wat bedoel je?”
“Nederland gaat die geldkraan dichtmaken. En de Amerikanen ook. En de Chinezen. We gaan het zwaar krijgen.”
“Ik weet nog niet zo zeker of die eh, hoe heet-ie, die Frans Rutte z’n spierballen durft te laten rollen jongen.”
“Nou, ik weet het zeker denk ik.”
“Waarom dan?”
“Die bakra’s gaan er een heel nummertje van maken jongen, want eh, als iedereen naar Suriname kijkt, kijkt er niemand meer naar die Rutte en vergeten ze al die plannen om te bezuinigen.”
“Mi gado, denk je dat echt?”
“Straks sturen ze het leger op Bouta af, om de orde te herstellen in Paramaribo. Dat hebben ze al eens eerder willen doen, dat weet je toch?”
“Als ze maar wel ná het EK gaan.”
“En na het Kwakoe Festival.”
“Gaat het weer door dit jaar?”
“Ik geloof het wel, maar ze moeten nu alles zelf betalen. Het stadsdeel is blut.”
“Ik moet er hier uit. Ik ga je tegenkomen man.”
“Zeker weten… Je weet waar mijn huis woont.”
Zijn buurman knikt, maakt een onnavolgbare handgroet en is weg.

frans van deijl