De Anne Frank-industrie

David Barnouw maakt korte metten met de soms hysterische aandacht voor het joodse icoon, inclusief wedstrijden als ‘wie was Annes beste vriendin?’ Een zeer lezenswaardig boek.

In het slothoofdstuk van Het fenomeen Anne Frank schrijft David Barnouw dat de populariteit van Anne Frank (1929-1945) ook in de 21ste eeuw zal blijven groeien. Nieuwe lezers van haar dagboek zullen zich melden en honderdduizenden nieuwe bezoekers zullen in de rij staan voor het Achterhuis.

Wat Barnouw schrijft, is ontegenzeggelijk waar. In de tijd dat zijn boek op mijn bureau lag – ongeveer tien dagen lang – kwam Anne Frank twee keer in het (internationale) nieuws voorbij. De eerste keer in het bericht dat de gewoonte van Amerikaanse mormonen om personen postuum te dopen, nu ook Anne Frank had getroffen. In de hemel boven Salt Lake City loopt Anne Frank tegenwoordig rond als een mormoonse, een voorrecht dat veel beroemdheden is beschoren, onder wie ook Ghandi en Moeder Teresa.

Dichter bij huis bepaalde de rechtbank in Amsterdam dat de Stichting Support Anne Frank Tree het opruimen en het bewaren van de omgevallen boom moet betalen. Zo werd de aannemer die destijds de stutconstructie van de zieke kastanje heeft aangebracht, in het gelijk gesteld. De stichting moet 16.000 euro neertellen, een fractie van de kosten die – vergeefs – zijn gemaakt om de boom overeind te houden. Dat met de uitspraak van de rechter de boomaffaire definitief is geregeld, kan ik haast niet geloven. Die pruttelt vast nog wel een tijdje door.

En mind you, het gaat om een boom die Anne Frank hád kunnen zien, als ze uit het raam van het Achterhuis hád kunnen kijken. Maar naar buiten kijken, deed zij niet, op een enkele keer na. De ramen moesten juist worden geblindeerd.


David Barnouw heeft zich zo langzamerhand ontwikkeld tot dé Anne Frank-expert. In zijn boek vertelt hij dat dat min of meer per toeval is gegaan. Hij is zogezegd in Anne Frank gerold. “De massale belangstelling en de bijbehorende verschijnselen,” schrijft Barnouw, “waren voor mij reden om in kritische zin de term ‘Anne Frank-industrie’ te gebruiken, analoog aan de eerder gebezigde term ‘4-5 mei-industrie’ of ‘Holocaust-industrie’. Zelf was ik daar ook deel van gaan uitmaken.” Geconstateerd kan worden dat Barnouw, als een radertje in de Anne Frank-industrie, zich heeft ontwikkeld tot een vruchtbaar schrijver. Na Anne Frank voor beginners en gevorderden, dat hij in 1998 publiceerde, heeft hij deze bedrijfstak verrijkt met Het Fenomeen Anne Frank.

In zijn schrijven heeft David Barnouw, onderzoeker en woordvoerder van tegenwoordig het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies heet, zich een zekere tongue-in-cheek-stijl aangemeten. Zijn toon is afstandelijk, maar geregeld sijpelt er ironie in door. Het lijkt wel of hij zich er steeds van bewust is dat Anne Frank over zijn schouder meekijkt. Als ze nog geleefd zou hebben, was ze nu 83 geweest. Even oud als Audrey Hepburn, als die ook nog in leven zou zijn. Van sommige dingen kun je je beter geen voorstelling maken.

Af en toe voel je wel dat Barnouw bij het schrijven op hete kolen loopt. Zijn onderwerp verplicht hem tot een zekere eerbied, en tegelijkertijd moet hij omtrekkende bewegingen maken als hij de soms hysterische aandacht voor Anne Frank behandelt. Toch is het prettig dat er iemand als Barnouw bestaat, die eenmaal in de vijftien jaar de nieuwe ontwikkelingen op het Anne Frank-front in het juiste perspectief plaatst.


In Het Fenomeen Anne Frank wordt onder meer een aantal nieuwe verraadtheorieën tegen het licht gehouden. Ook schrijft Barnouw over een paar dagboekvelletjes, die in 1998 onverwacht opdoken en waarvoor een klein fortuin moest worden betaald. Verder gaat Barnouw dieper in op de Holocaust-ontkenners, die dankzij internet ook zo langzamerhand een eigen industrie hebben opgezet. Bijna altijd lopen Holocaust-ontkenners hand in hand met figuren die de echtheid van Anne Franks dagboek betwijfelen. Het viel mij daarbij op dat de dagboektwijfelaars te werk gaan als astrologen: zij gebruiken veelal pseudowetenschappelijke methoden om hun gelijk aan te tonen.

Daarnaast geeft Barnouw een klein overzicht van de nieuwe Anne Frank-trends op film- en toneelgebied. Het hoofdstuk ‘Anne Frank in Hollywood’ is bijna hilarisch te noemen. Kort gezegd gaat het hierbij om twee kampen: zij die vinden dat Anne Frank universele en algemeen menselijke waarden vertegenwoordigt, en zij die vinden dat daardoor juist het element van Annes joodse identiteit wordt vertroebeld. Die tegenstelling heeft tot verbitterde conflicten en rechtszaken geleid, die uiteindelijk toch altijd weer gingen over ijdelheid en geld. Joden bleken het hoogst oneens met elkaar, en daarvan werd door de dagboektwijfelaars dankbaar gebruik gemaakt. De wereld hangt van kleinzieligheden aan elkaar, juist als het hooggestemde zaken betreft.

Gelukkig kan Barnouw melden dat de wedstrijd ‘wie was de beste vriendin van Anne?’ een happy end heeft gekregen en dat de twee laatst overgebleven rivales de strijdbijl hebben begraven om gezamenlijk de internationale podia te betreden.

Overigens kunnen wij er in Nederland ook wat van als het om hilarisch gedrag gaat. Zo dong Anne Frank in 2004 mee naar de titel ‘Grootste Nederlander’. Naar ik meen was Xandra Schutte toen haar ‘ambassadrice’. Maar al snel bleek dat Anne nooit de Nederlandse nationaliteit had gehad. Ze was als Duitse geboren, en de Neurenberger rassenwetten van 1935 hadden haar statenloos gemaakt. In Nederland en in de Verenigde Staten zijn toen nog plannen geweest om haar postuum tot Nederlandse of Amerikaanse te maken, ongeveer zoals de mormonen van Anne Frank een mormoonse hebben gemaakt. Maar bij mijn weten heeft ze, dood als ze was, nooit een nieuw paspoort gekregen.


Anne Frank eindigde bij die verkiezingen overigens als achtste. Ik herinner me het geklaag over het feit dat geen enkele schrijver hoog was geëindigd. Voor Multatuli, Mulisch, Hermans en Reve was geen plaats in de toptien weggelegd. Anne Frank zelf werd nauwelijks als een schrijver gezien. Ze was ‘dat joodse meisje dat ondergedoken had gezeten’. Een icoon weliswaar, maar geen schrijver. Hoogstens iemand die later schrijver had kunnen worden. In zijn boek wijst Barnouw erop dat Nederland het land is waar men het minste oog heeft voor de literaire kwaliteiten van het dagboek. Elders in de wereld is het dagboek al lang in de literaire canon opgenomen. Ik vermoed dat men het hier te weinig gelaagd vindt, te veel non-fictie en meer van dat soort onzin.

Voor wie geïnteresseerd is in de ironie van de geschiedenis is Het fenomeen Anne Frank een lezenswaardig boek. Mij is vooral één opmerking van Barnouw bijgebleven. Die gaat over de verfilming van The Diary of Anne Frank, waarvoor Hollywood even naar Amsterdam kwam. In de eerste montages zat een scene met Anne Frank in een concentratiekamp, maar die sneuvelde na de voorvertoning omdat het testpubliek ongelovig reageerde op de realistische voorstelling van zaken.

De werkelijkheid, daar kunnen wij slecht tegen.

David Barnouw: ‘Het fenomeen Anne Frank’. Bert Bakker, €18,95. Ook via ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Max Pam