De truffels van Berlijn

Er is waarschijnlijk geen stad in de Wereld waarover in Nederland de afgelopen jaren zo veel is geschreven als over Berlijn. Iedereen die een beetje meetelt, komt er vaak, kent iemand die er woont en heeft Boze geesten van Berlijn gelezen van, toen nog, Volkskrant-correspondent Philippe Remarque. Toen in Amsterdam de anarchisten steeds meer terrein moesten afstaan en er bovendien niets meer te bouwen of te ontwerpen viel, weken ze en masse uit naar de Duitse hoofdstad, op slechts zes uur rijden. Daar was ruimte te over, daar waren horden creatievelingen met bruisende ideeën en had je weinig gezeur met vergunningen en boetes. Daar kon alles, daar werd je gelukkig. Of ongelukkig, maar dat was ook wel hip.

Voor de kenners, maar net zo goed voor de nieuwlichters, is er nu Berlijn voor gevorderden – 8 Nederlanders over de ziel van hun stad, met essays van de hand van acht Nederlandse journalisten. Eigenlijk is het gewoon een reisgids – en wat onderwerp betreft dus misschien niet de meest originele – maar wel een intelligente, en zo goed geschreven dat je hem van begin tot eind uitleest.

Onder anderen Wouter Meijer (NOS Journaal), Merlijn Schoonenboom (de Volkskrant) en Antoine Verbij (Trouw) verwoorden hun fascinatie voor de veelgeprezen Duitse miljoenenstad. Ze schrijven, ieder vanuit zijn eigen expertise, over Berlijn als kunstmetropool en als filmdecor, over de alom aanwezige en ontegenzeggelijk pijnlijke geschiedenis, over de internationalisering – of juist niet – van de stad, over architectuur en over werken. En we lezen ook dingen die we nog níet wisten over die plek waarover we al zo veel gelezen hebben en die we al zo vaak bezocht hebben. Bijvoorbeeld dat hier de Schlagernachtsparty is uitgevonden: dat is disco voor nudisten. En dat er een ware tangomanie heerst. We maken kennis met de ‘truffelvarkens’, mensen met een neus voor de juiste lege plekken waar zij – tijdelijke – stadsstranden en buurttuinen laten ontstaan. Met autonomen van linkse en rechtse signatuur, die zo veel van elkaar lijken te verschillen en tegelijkertijd – bijna per ongeluk – zo hetzelfde zijn. En met het fenomeen ‘archipunctuur’: nieuwe, duurzame gezinswoningen in bestaande gebouwen.

De essays worden afgewisseld met portretten van bewoners. Van de onbekende automonteur Martin Kriese tot de zegsman van de Piraten-partij Ben de Biel. Helaas zijn aan al deze mensen dezelfde drie – saaie – vragen gesteld. Niettemin zijn het mooie portretten waarvan je er best meer wilt lezen. De samenstellers geven ook een lijst met boeken over de stad en films die er zijn opgenomen. En er staan alternatieve stedentips in, zoals over de museumnacht, het filmfestival Berlinale, de Fuckparade – de ‘alternatieve techno-parade tegen fascisme en veryupping’, en de site ddr-bilder.de, met schitterende DDR-foto’s van Hans-Joachim Helwig-Wilson.


Berlijn voor gevorderden is dus toch vooral een reisgids, met sterke essays. Die zijn alleen wat kort. Soms zou je verder willen lezen waar het stopt. Gelukkig duurt de vlucht naar Berlijn ook maar kort. Van alle volgende steden die ‘in’ raken, mag ook zo’n gids komen.

Jaco Boer (red.): Berlijn voor gevorderden – 8 Nederlanders over de ziel van hun stad. Oostenwind, €19,50. Ook via ako.nl.

Pauline Bijster