Eigenwijs

Nu-Soul zou meer moeten zijn dan een stem alleen. Mooie stemmen genoeg, zelfs in tv-programma’s waarin het helemaal niet meer om een goede stem gaat, maar om kijkcijfers. Ook op de albums van met een hoop bombarie aangekondigde talenten als Emeli Sandé of Michael Kiwanuka ontbreekt het aan visie. Een indrukwekkende stem over een retromuziekje heen is gewoon niet goed genoeg – we willen ook weleens wat nieuws horen. Dat ‘nieuwe’ hoeft helemaal niet gepaard te gaan met grote gebaren, integendeel. Het is bijna zoals met het herinrichten van een woning: leg het vloerkleed eens diagonaal en je ziet de hele woonkamer opeens in een ander perspectief. Dat laatste heeft Alabama Shakes gedaan met de Motown-sound. Hold on, de openingstrack van het debuutalbum Boys & Girls, is daar een mooi voorbeeld van. Eerst alleen drums: een basaal rockpatroon in medium tempo, zoals dat in miljoenen oefenruimtes op de wereld te horen is. Dan de gitaarakkoorden, wat stijfjes gespeeld, een riff die een groot deel van het nummer bepaalt. Maar dan volgt een vocale mokerslag, die wordt uitgedeeld door Brittany Howard. Haar geluid is rauw en androgyn, licht doorslaand naar het masculiene. Wat zij zingt geloof je. Wie ooit nog eens diep komt te zitten, moet maar naar haar luisteren. Wanneer Howard je gebiedt om de rug recht te houden, dan dóe je dat. Zeker als de gitarist, om haar smeekbede kracht bij te zetten, zijn distortion-pedaal intrapt en de drummer zijn cimbalen laat kletteren. Oké, dit is misschien het sterkste nummer van de plaat en kent Boys & Girls ook wat mindere momenten, maar wat visie, sfeer en intentie betreft, toont Alabama Shakes een lekker eigenwijze smoel. Dus dat vloerkleed laten we mooi zo liggen. De woonkamer van Alabama Shakes bevalt ons wel.

Ruud Meijer