Signaleren

Henk Spaan schrijft graag over voetballers van wie niemand gehoord heeft.

Vroeger ging het als volgt: een recensent las een boek, bekeek een film of luisterde naar een cd, vormde zijn mening en schreef die op. Die methode is achterhaald, onder meer dankzij de hoeveelheid boeken, cd’s en films die iedere dag verschijnen, een massa waar de recensent gemakkelijk door overweldigd kan raken, tenzij hij het afleert om zijn mening te laten beïnvloeden door het eindresultaat. Vaak kan hij uit de omschrijving van de uitgever of producent, de mening van iemand op een gespecialiseerd internetforum of het kapsel van de kunstenaar in kwestie wel zo’n beetje opmaken wat hij van het eindproduct zal gaan vinden. Het lezen, bekijken of beluisteren van het eindproduct zou zijn scherpe mening slechts onnodig kunnen nuanceren, en daar zit niemand op te wachten, op nuance.

NRC-literatuurcritica Elsbeth Etty is een van de voorlopers van dit nieuwe recenseren, dat zijzelf ‘signaleren’ noemt. In de boekenbijlage van NRC Handelsblad signaleert zij iedere week stapels boeken, die ze deels of helemaal niet gelezen heeft, maar die desalniettemin het aanprijzen waard zijn. Het is een waterdicht systeem, dat signaleren, een systeem dat in één klap twee wijd-verbreide misverstanden onderuit haalt: dat critici leven in een bubbel van geestelijke onafhankelijkheid waar vooroordelen geen poot aan de grond krijgen én dat de lezer zit te wachten op een afgewogen, genuanceerd oordeel. De rest van NRC’s boekenrubriek wordt nog gevuld door mensen die trouw alles lezen wat hun onder ogen komt, maar ook zij zullen vermoedelijk binnenkort op het schrijven van signalementen overgaan.

De sport loopt achter met het signaleren van dingen die niemand nog kan weten. Henk Spaan is bijzonder bedreven in het schrijven over voetballers van wie niemand ooit gehoord heeft, maar die reist dan ook iedere week stad en land af om op Grote Internationale Jeugdtoernooien (er is altijd wel ergens een Groot Internationaal Jeugdtoernooi) talenten te spotten voor zijn Parool-rubriek. Als hij ’s avonds thuiskomt, pakt hij nog een paar live-wedstrijden uit een Zuid-Amerikaanse competitie mee, terwijl hij de Italiaanse en Spaanse sportkranten uitpluist op zoek naar door nog niemand gesignaleerde toptalenten. Spaan heeft die spelers ook daadwerkelijk zien spelen, vaak nog live ook, meestal heeft hij met hun ouders gepraat en kent hij de zaakwaarnemer, de verbeterpunten en het favoriete pastagerecht van zo’n jongen. Dat noem ik geen signaleren, dat is gewoon ouderwets recenseren. Het echte sportsignaleren blijft vooralsnog braakliggend terrein waar iedereen zich kan vestigen, zoals Elsbeth Etty haar tenten op het braakland van het literaire signalement heeft opgeslagen. Misschien heb ik er wel talent voor – in welk geval ik mezelf natuurlijk als eerste zou signaleren als beloftevol signaleerder.


Een voetballer van wie de wereld nog gaat horen, is Viktor Fischer. Viktor speelt in Jong Ajax, een elftal dat ik dit jaar nog niet heb zien spelen, maar als ik andere mensen (ik bedoel: Henk Spaan) moet geloven, is Viktor fischer een verbeterde versie van Christian Eriksen, die ik trouwens al signaleerde voor ik hem ook maar één minuut had zien voetballen. En dat zou zomaar kunnen: Viktor komt ook uit Denemarken en speelt bovendien op dezelfde positie. Bovendien scoorde hij laatst nog.

Als u het wielrennen volgt, zou u de komende tijd eens moeten letten op Wilco Kelderman. Hij heeft nog nauwelijks gereden bij de profs, ik heb hem tenminste nog nooit zien rijden. Toch vermoed ik dat we hier met een enorm talent te maken hebben. De Wieler Revue volgt hem al een tijdje op de voet, en bij de Wieler Revue werken mensen die het kunnen weten.

In de paardensport kunt u binnenkort het best het veulentje KPMG Destiny in de gaten houden. Of het een merrie of een hengst is, ik heb geen idee, maar de naam klinkt als een olympisch kampioen in de dop. Zodra het beest geboren is, bent u de eerste die het hoort.