Spaanse hemel

Met een voor een flamencogitarist ongekende tederheid beroeren de vingers van Eric Vaarzon Morel de snaren van zijn instrument, een teken voor Eric Vloeimans om zijn trompet klaaglijk te laten huilen.Het instrument beweent echter niet de gebroken akkoorden van de gitarist, maar het tragische leven van de schilder El Greco, dat al in de aangrijpende openingsmaten van de gelijknamige flamenco-opera te horen is. El Greco (‘De Griek’) was een Griekse immigrant die in het Spaanse Toledo de ambitie had om hofschilder van Filips II te worden. Zijn proefstuk werd echter afgewezen door de monarch, een deceptie die de schilder zijn verdere leven eigenlijk niet meer te boven kwam en ontaardde in een duister isolement waarin zijn schilderkunst tot volle bloei kwam. Eric Vaarzon Morel, de vermaarde gitarist, componist en in dit geval ook tekstschrijver – hij schreef het libretto onder meer op basis van de laatste brief van El Greco – greep het levensverhaal van de schilder aan om de multiculturele triomf van de stad Toledo in de zestiende eeuw te vertellen. Zoals de katholieke, joodse en Moorse culturen hier probleemloos samenleefden, zo plaatst Vaarzon Morel zijn opera in een zelfbedachte muziekvorm waarin flamenco, opera, jazz en soms zelfs pop naadloos in elkaar overgaan. El Greco de Toledo wordt uitgevoerd door twee klassiek geschoolde vocalisten, twee vocalisten uit de flamencotraditie, een strijkkwartet, een flamencodanseres en een jazztrompettist. Naast Eric Vloeimans, die laat horen dat flamenco en jazz sinds Miles Davis’ Sketches of Spain een innige band onderhouden, is het vooral Eric Vaarzon Morel zelf die de spreekwoordelijke sterren van de Spaanse hemel speelt. El Greco de Toledo komt diep uit zijn hart, en zijn instrument lijkt bespannen met de snaren van zijn ziel.

Ruud Meijer