The Islanders – een introductie

Absurd, onheilspellend, grappig, sciencefiction-achtig is de wereld die Charles Avery de afgelopen acht jaar heeft gecreëerd en die hij The Islanders noemt. Hij schreef er The Islanders: An Introduction (2008) over. Het is een beetje als Tolkien, zeggen sommigen. Avery laat zich inspireren door de natuur van de Schotse Hooglanden, waar hij opgroeide, maar ook door wat er op straat gebeurt in de rauwe Londense wijk Hackney, of elders in de wereld. En hij put uit zijn eigen fantasie.

Heel in het kort bestaat Avery’s schepping uit The Island en Triangleland. De creoolse bevolking van Triangleland wordt gekoloniseerd door de Islanders. In dit universum zijn jagers, toeristen en hangjongeren. Er zijn handelaren en dronken filosofen die ruziën. Er zijn muizen met zo’n lage hartslag dat ze onmiddellijk in steen veranderen als je ze van het eiland afhaalt, er zijn dinosaurusachtige dieren, strak geometrische bomen, en er is de jacht op de Noumenon, een kantiaans begrip voor een mythisch wezen dat niemand ooit heeft gezien. Hunter, de ‘ontdekker’ van The Island, wil een romance met Miss Miss – dat zou je de rode draad door het verhaal kunnen noemen.

De tentoonstelling New works from The Islanders Project, Concerning the Qoro-Qoros, The Jadindagadendar and The Eternal Dialectic is tot en met 19 mei te zien bij Galerie Grimm in Amterdam. De installatie Untitled (Miss Miss finally gives in by the tree where Aeaen sought to bamboozle the One-Armed Snake…) uit 2010 is nu te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag.