Zombies doen ons denken aan demente bejaarden

Ineens zie je overal zombies in de populaire cultuur. Waarom? Omdat ze ons sterk doen denken aan een steeds groter wordende groep in onze samenleving: de demente bejaarden.

De horrorfilm bedient zich meer nog dan andere genres (de western, de actiethriller, de romkom) van clichés en stereotiepen om de gewenste effecten op te roepen. Heb je één film uit de serie A Nightmare on Elm Street gezien, heb je ze alle negen gezien. Afgezien van een klein groepje aficionado’s bestaat het publiek voornamelijk uit lacherige tieners en prille stelletjes die de enge scènes aangrijpen om zich aan elkaar vast te houden. De griezelfilm wordt gemaakt voor een nichemarkt die verzekerd is van een stabiel publiek: wat eraf gaat aan mensen die erop uitgekeken raken, komt erbij in de vorm van nieuwe jongeren die de Disney-film ontgroeid zijn.

De brede sector van de griezelfilm kent op zijn beurt weer allerlei subcategorieën, die altijd inspelen op een klassieke angst. Je hebt psychologische horror, bijvoorbeeld over claustrofobie, slasher movies (gewelddadige psychopaten gaan bloederig te keer met messen en bijlen), films over kwaadaardige, eventueel buitenaardse monsters (Jaws, Godzilla, Alien) of over enge beesten (Arachnofobia), films die draaien om de angst voor het bovennatuurlijke (The Omen, The Exorcist), de afdeling Dracula, vampiers en weerwolven. En dan zijn er de zombies. De zombiefilm heeft altijd een marginaal aandeel gehad in het spectrum van horrorfilms. De bekendste voorbeelden zijn Night of the Living Dead (1968) en Dawn of the Dead (1978) uit de zesdelige zombiecyclus van George A. Romero, een regisseur die cultstatus verwierf vanwege zijn maatschappijkritiek en omdat de films in artistiek zwart-wit werden opgenomen.

De zombie, van oorsprong een figuur uit Haïtiaanse volksverhalen, is een levende dode. Hij of zij (ze kunnen van beide geslachten en van alle leeftijden zijn) ziet eruit als een lijk, maar loopt gewoon rond en geeft overlast. Een zombie beweegt zich langzaam en onzeker en heeft maar één doel: zich voeden met levende mensen. Ze hebben een afzichtelijk voorkomen met een askleurig gezicht, fluorescerende, nietsziende ogen, gapende wonden waaruit ingewanden puilen en deels in ontbinding verkerende lichaamsdelen.

Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

beatrijs ritsema