Ten aanval!

Het einde van HP/De Tijd als weekblad is vooral óók een nieuw begin, zegt hoofdredacteur Frank Poorthuis.

Zondagmiddag reed ik naar het strand van Scheveningen. Er scheen een waterig zonnetje en het woei stevig, kitesurfers speelden op de golven, wandelaars struinden met hun kraag hoog opgestoken tegen de wind in over het zand. Als je normaal praatte, kon je jezelf nauwelijks verstaanbaar maken, maar diverse hoofden keken wel mijn kant op toen ik, met mijn beide handen aan mijn mond, luid ‘Haagsche Post’ riep. Ik moest het doen, als hommage aan Samuel Frederik van Oss, oprichter van het tijdschrift dat deze week zijn laatste editie als weekblad uitbrengt. Bijna honderd jaar geleden, het was 1913, liet de Haagse ondernemer een jongen op ditzelfde strand zes namen omroepen die hij op een lijstje had geschreven. Die van de Haagsche Post klonk hem ‘het klaarst en opwekkendst in de oren’, en zo was het tijdschrift geboren waarvan ikzelf nu de elfde hoofdredacteur ben.

De afgelopen dagen heb ik tientallen artikelen, boeken en speciale uitgaven gelezen die bij weer een net afgewende teloorgang, een gedaantewisseling of een nooit gedacht jubileum het licht zagen. De titels van de werkstukken laten weinig te raden over hoe de redacteuren hun eigen geschiedenis graag boekstaven. ‘Rare jaren’, ‘De kat met de tien levens’, ‘Rare dagen’, ‘Raar blad’. Dat was de Haagse Post. Daarnaast is het eens roemruchte dagblad De Tijd in onze titel opgegaan. Het werd opgericht in 1845, werd een opinieweekblad in 1974 en fuseerde in 1990 met de Haagse Post. Net toen ik daar zaterdagmiddag wel zo’n beetje klaar mee was, kreeg ik een mail van het reclamebureau dat verantwoordelijk is voor de campagne die het nieuwe HP/De Tijd in de markt moet zetten. Want zoals u weet, gaan we weer een nieuw leven beginnen.

Er is een fraaie campagne bedacht, met televisiespotjes en mooie affiches.U zult het de komende weken en maanden wel zien. Het is een campagne die wordt opgehangen aan onze dwarse opinies over personen in politiek, maatschappij en media. Ik zag een aantal suggesties langs komen die er prima in pasten. Er figureerden echter ook enkele personen in die onze kolommen wellicht nooit zouden halen. Dat bleek geen probleem voor de reclamejongens. Onder punt vijf van de briefing stond het verzoek of ik ervoor kon zorgen dat in het blad en op de nieuwe site een paar artikelen geschreven zouden worden die bij de campagne passen. “Hoho,” mailde ik terug. “We maken een reclamecam- pagne bij een blad, we gaan niet een blad bij een campagne maken.”

Mijn gedachten gingen op dat moment direct naar Van Oss en de jongen op het strand met dat lijstje van zes namen. Van Oss was waarschijnlijk een van de laatste hoofdredacteuren in wie de koopman en de journalist nog verenigd waren.
Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

frank poorthuis