Baby’s plukken de vruchten van de crisis

Voor onze allerkleinsten is het fijn dat hun ouders banen verliezen en de overheid moet bezuinigen. Zij hoeven niet meer te stressen op de crèche.

Waar laten we toch die baby als we allebei naar het werk zijn? Het is een steeds terugkerend vraagstuk voor aanstaande ouders die allebei buitenshuis werken en dat ook graag blijven doen na de komst van hun eerste spruit. Er zijn best fijne oplossingen, zoals opvangopa’s en -oma’s of een gastouder, maar deze liggen niet binnen ieders bereik en vaak komt de omstreden crèche om de hoek kijken.

Slechte opvang
Omstreden, zo lezen we in het nieuwe boek van psychologe en schrijfster Marilse Eerkens (Wat doen we met de baby?), omdat de opvang in Nederland slecht tot matig is en baby’s er überhaupt niet bij gebaat zijn om opgevangen te worden door een ander dan hun ouders voordat zij negen maanden oud zijn.
Veel Nederlandse ouders negeren dit feit, en brengen hun allerkleinsten tóch naar een kinderdagverblijf. Dat kan zijn omdat zij per se wíllen werken, de financiële situatie hen niet anders toestaat of omdat zij geen andere mogelijkheid zien, omdat hun carrièrepad een tijdelijke afwezigheid niet toestaat. Wat de reden ook moge zijn, het resultaat is hetzelfde: kleine baby’s die hele dagen -zo zeggen ook andere onderzoeken- onvoldoende aandacht krijgen en gestresst zijn.

Crèche in crisis
Sinds begin dit jaar lijkt het crèchebezoek af te nemen. De overheid heeft de kinderopvangtoeslag verlaagd, waardoor het minder lucratief is je kind uit te besteden. Als je met veel schuldgevoel, moeite en stress 1000 euro per maand verdient, en vervolgens evenzoveel kwijt bent aan de opvang van je kinderen, is de keuze natuurlijk gauw gemaakt. Crèches merken dit. Zij hebben het moeilijk, en waar wachtlijsten eerder vanzelfsprekend waren, bieden opvangcentra tegenwoordig korting aan. Naast de bezuinigingen leidt ook banenverlies door de crisis tot hernieuwde zorg voor eigen kroost. Zodra een van de ouders thuis komt te zitten, is opvang immers niet meer nodig en aantrekkelijk om op te besparen.
Ergo: voor onze baby’s is de crisis helemaal zo slecht nog niet. Zij mogen weer lekker naar huis. Misschien dat hun ouders er ook niet eens zo onder lijden. Gedwongen thuiszitten is immers een oplossing voor het welbekende moederschuldgevoel.

Nadelen
Zijn er dan helemaal geen nadelen? Natuurlijk wel: de emancipatie heeft zwaar te lijden onder de lagere kinderopvangtoeslag. Nog steeds is de vrouw veelal de minstverdienende in een huishouden (zie ook de Emancipatiemonitor van het CBS). Haar baan sneuvelt daarom meestal als eerste als de opvang te duur wordt.
Ook daar weet schrijfster Eerkens wel een oplossing voor: we moeten ons Hollandse parttime-model van samen anderhalve baan verfijnen en bovendien moet het, net als in Finland, voor vaders even aantrekkelijk gemaakt worden als voor moeders om thuis te blijven bij de baby.
Voordat het zover is moet er echter nog heel wat gebeuren; ondertussen hebben we de crisis om voor blije baby’s te zorgen.

Karen Geurtsen