Van 14 naar 65

Elke week een artikel in zijn geheel op de website. Dit keer de column van Frank Heinen. Cruijff is nog dezelfde, ook nu hij korting krijgt in bus en tram.

Alles verandert, ooit. Je kunt het je nu nauwelijks nog voorstellen, maar ooit was Ajax gewoon een voetbalclub die voetbalde in een écht voetbalstadion. Een club met een voorzitter met een bolknak in de mondhoek, zo’n man die de salarissen in stapels bankbiljetten uit het onderste laatje van zijn bureau plukt. Plannen voor een stadion met de uitstraling van een uit de kluiten gegroeid stuk prijzig keukengerei waarvan je niet precies weet wat je ermee kunt, bestonden nog slechts in de geperverteerde hoofden van bestuurders en projectontwikkelaars voor wie schaalvergroting prestige betekent en smakeloosheid de hoogste vorm van expressie is. En geloof het of niet, maar Johan Cruijff was ooit gewoon alleen maar een briljante voetballer – dat kan ik bewijzen, daar zijn beelden van.

Zo moet er ook een tijd geweest zijn waarin het langebaanschaatsen uitsluitend plaatsvond op desolate openluchtijsbanen, waar de speaker met dubbele glu?hweintong af en toe een geschatte rondetijd naar een voorbij kuierende boer lalde. Schaatsers gingen gekleed in een zelfgebreide trui met pompeblêden en een lange, wollen onderbroek en ze slepen hun schaatsen op een stuk steen dat ze overal met zich meesjouwden. Niemand schilderde een vlaggetje op zijn wang, en de Teletoeters waren nog niet geadopteerd door een landelijke krant, maar actief in de enveloppendichtlikbusiness en de paperclipbuigbranche. Dat moet allemaal nog vóór het Ard & Keessie-carnaval zijn geweest, dus kort na de Middeleeuwen.

Of neem het tennis: u dacht toch niet dat dat altijd zo’n gezellig rondtrekkend fitnessclubje van frisse jongens en meisjes was die in esthetisch verantwoorde, overwegend witte outfits om de winst streden, om elkaar na de wedstrijd innig te omhelzen. De tijden van Jimmy Connors en Ilie Nastase liggen nog maar een paar generaties achter ons. Randcriminelen waren het, balancerend op de grens tussen sport en misdaad, rauwdouwers die hun houten rackets hanteerden als knuppels, als ze er tenminste niet een ballenjongen mee achternazaten. Technische hulpmiddelen bestonden niet, de enige manier om te bepalen of een bal in of uit was, was het aantal keren ‘fuck’ tellen dat McEnroe tussen de punten door bezigde. Umpires droegen in die dagen een kogelvrij vest. Er was een tijd dat de beste schakers hoogbegaafde, ernstig autistische jongens in truien van staalwol waren, mannen die je ook gerust kon vragen op welke dag je geboortedatum viel en wat voor weer het die dag was. Tegenwoordig bestaat de internationale schaaktop uit voetballende pubers en langbenige topmodellen. Maar misschien zijn de regels gewoon aangepast.

En toch… Hoeveel er ook verandert, hoezeer alles altijd in beweging is en ook de sport metamorfosen ondergaat waar Ovidius (oud-speler van Lazio Roma) menig puntje aan gezogen had willen hebben, ergens daarbinnen bevindt zich een kern van onbewerkelijk graniet, zo hard dat zelfs de stormen van verandering er niks aan kunnen doen. Ajax, Feyenoord en PSV spelen nog altijd bovenin mee in de competitie, terwijl pak ’m beet Almere City zich drijvend probeert te houden in het niemandsland tussen profambitie en amateurniveau; de beste schaker is ook nu nog een ernstig brillende Rus (Vladimir Kramnik), en het wereldkampioenschap allround schaatsen werd dit jaar verreden op een ijsbaan die in de tijd van de Bataafse overheersing al aan vervanging toe was.

En Johan Cruijff? Hij wordt een dezer dagen 65, een mooi moment om Nummer 14 nog eens te bekijken, de film van de kort geleden in betrekkelijke anonimiteit overleden Maarten de Vos. In die film maakt Cruijff van voetbal ballet en vice versa. Zie hoe hij aan zijn teamgenoten uitlegt hoe het anders had gemoeten, hoe het beter had gekund. Kijk en zie: Cruijff is nog dezelfde, ook nu hij kortingsgerechtigd is in bus en tram. Alles om hem heen is veranderd, en in een tijd waarin alles anders is, lijkt dat wat hetzelfde is gebleven, opeens veranderd.

frank heinen