Ander jasje, ander liedje

Geen genre dat zich zo vaak verjongt en vernieuwt als de pop. Vaak – maar niet altijd – zit die transformatie vooral aan de buitenkant. Over vlinders, rupsen en kameleons in de muziek.

‘Mijn God, wat zag ik er toen uit!” In iedere talkshow of documentaire waarin clips uit het verleden worden getoond, is er wel een artiest die van schaamte het liefst onder de tafel van de vals gniffelende presentator zou willen kruipen. Wie met dat idee een avondje gezellig gaat zitten YouTuben, heeft een topavond: de plateauzolen van Abba, de make-up van Lou Reed, het ooglapje van Bowie, de lillende lappen borstvlees van Iggy Pop, en Boy George in zijn geheel: wat hebben popsterren zich in de loop der jaren toch belachelijk toegetakeld. En wij hobbelden daar slaafs achteraan, in een wanhopige poging door de medemens te worden geaccepteerd. “I changed my hairstyle so many times now, I don’t know what I look like,” zingt David Byrne in Life During Wartime. We weten het wel, maar wie heeft de moed om uit de carrousel te stappen? Rock en metamorfose: ze horen bij elkaar als de vlinder en de rups. En zoals de zwarte rups uit de familie der nymphalidae zich steeds weer ontpopt als een dagpauwoog, kent ook de menselijke soort vaste, steeds terugkerende personae.

Zo is bijvoorbeeld, na zo’n veertig jaar verpoppen, de hippie ineens terug. Niet de nephippie met de bloemen en de kralen, maar de echte, zoals Neil Young of de Grateful Dead rond 1970. Vettige slierten schouderlang haar, roodgeruite houthakkershemden en – de bell-bottom was alweer zó jaren zestig – smalle broekspijpen gepropt in de schachten van stoere laarzen: een outfit waarin je decennia na dato nog niet dood in gevonden wilde worden. Dat wil zeggen: tot de Fleet Foxes dit pappa-is-in-de-sixties-blijven-hangen-imago de ultieme upgrade gaven. Leg een groepsfoto van Creedence Clearwater Revival anno 1970 naast die van de Fleet Foxes uit 2010 en je zou zweren dat het dezelfde band is. Met name de gelijkenis tussen CCR-drummer Doug Clifford en Fleet Fox Robin Pecknold is bijna griezelig: dit is geen metamorfose meer, maar pure reïncarnatie – terwijl Clifford nota bene nog in leven is.

Helaas gaat het nog een stap verder: het oude ouderwets is het nieuwe hip. Giel Beelen – we noemen maar een role model – is een perfecte kopie van de authentieke jarenzestigpispaal. Kleurloze kleding, laf, would-be lang haar en een ‘eikenhouten’ bril die hij op moest van zijn ouders, omdat de aanschaf van een hip Lennonbrilletje onbespreekbaar was. Ray Cokes herkende het gemakkelijke slachtoffer meteen uit zijn jeugd. De voormalige MTV-coryfee, die in januari op Noorderslag een talkshow verzorgde, nam Beelen flink te grazen toen die Cokes’ show wilde onderbreken voor een spontaan live interview. Met een venijnig “Who the fuck are you?” werd Beelen afgeserveerd als het lulletje van de klas, een afgang die tot het eind der tijden op YouTube is te zien.

Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

ruud meijer