Dries van Agt bij DWDD

Toegegeven, eerst was er ergernis. Omdat Dries van Agt zo tergend breedsprakig was. Hij zat aan tafel bij De Wereld Draait Door om daar zijn boekje Op weg naar de Alp d’Huzes te pluggen, of zoals hij dat zelf waarschijnlijk zou noemen: ‘onder de aandacht des volks te brengen’.

Hij houdt namelijk van wielrennen, de voormalig premier. Een lekker snelle sport die hij, zelfs tot ergernis van de Koningin blijkt te hebben beoefend. En omdat er aanstaande juni bij de Alp d’Huzes de berg op- en afgefietst gaat worden voor het goede doel (kankerbestrijding), is Van Agt uit de mottenballen gehaald om zijn steentje bij te dragen. Zijn aanwezigheid bij De Wereld Draait Door stond al ingepland. Bijkomend voordeel: het kabinet was toevallig gevallen, dus wellicht kon de oud-premier daar ook nog iets zinnigs over zeggen.

Dat kon hij, maar wel heel moeizaam en traag. Of in ieder geval: tegen de wetten van DWDD in. Hij durfde namelijk voordat hij antwoord gaf, gewoon diep adem te halen om daarna lange volzinnen te vormen, met tangconstructies die zelden echt antwoord op de vraag gaven. Hij had vooraf ook geen oneliners ingestudeerd, of was die in ieder geval alweer vergeten.

Matthijs van Nieuwkerk en tafelheer Jan Mulder werden onrustig. Die voelden per seconde hoe mensen wegzapten. “Een kleine acceleratie, Dries,” mompelde Mulder tevergeefs.

En toen was ik om. Ik wilde niet meer wegzappen door Dries van Agt, maar door Jan Mulder. Want verdorie, de goede man is boven de tachtig, laat hem nou eens eventjes rustig zijn verhaal vertellen! Door dat opgefokte gedoe zou ik ook in de war raken. En verdorie, wat maakt het uit dat hij geen antwoord geeft op vragen over wielrennen? Alsof we daar überhaupt meer over willen weten. Nee, luister eens naar die oude baas! Naar de woorden die hij gebruikt. ‘Byzantinisme,’ zei hij om Van Nieuwkerk daarna uit te leggen dat dat ‘vleierij’ betekent. En nog zo’n aandoenlijke openbaring: Dries van Agt huilt of weent niet, nee, als er vocht uit zijn ogen komt dan schreit hij. Je ziet hem zitten bij de finish van de Alp d’Huzes met de handen voor zijn ogen, ver weg van enige politieke poespas, schreiend van geluk omdat zijn kleinkinderen de race hebben gereden voor het goede doel. Daar kan geen oneliner tegenop.