Het droeve lot van de braverik

Niemand houdt van het braafste jongetje in de klas. Wanneer we kans zien zijn irritant smetteloze blazoen te besmeuren, grijpen we die. Leedvermaak is daarom Mark Rutte’s deel in Europa. Hoe komt het dat de braverik zo vaak verliest?

Niemand hoeft ver af te dalen in zijn herinnering om zich het braafste jongetje uit zijn oude schoolklas voor de geest te halen. Altijd als eerste zijn vinger opstekend, altijd zijn huiswerk op tijd af, altijd netjes gekleed en gekapt. Hij was zelfs in staat opstandige klasgenoten terecht te wijzen en spiekers te verlinken. Gruwelijk, dat braafste jongetje van de klas. Maar waarom eigenlijk?

Het is geen fijn gevoel om te worden gewezen op je eigen tekortkomingen. Daar kunnen de ettertjes in de klas over meepraten: hun wordt bij elke faux pas een spiegel voorgehouden door het bevoegde gezag van de school, in de vorm van een vermanend gesprek of een straf. Maar dan hebben we het dus over het gezag: de leraar of erger nog, de conrector.

Oneindig irritanter is het te worden terechtgewezen door je gelijke die zich beroept op regels die hijzelf niet heeft opgesteld. Leerlingen die ‘sssstt’ roepen tijdens geroezemoes in de klas worden om die reden nooit populair bij de leerlingen die meestal bepalen wie populair is: zij die in opstand komen tegen het gezag en om die reden door de massa stilletjes worden bewonderd. Maar het kan ook hemeltergend zijn om als rebel te zien hoe andere klasgenoten zich zonder gewetensbezwaren lijken te kunnen conformeren aan dwingend opgelegde regels. Daar heb je die spiegel weer: niemand vergelijkt zich graag met iemand met wie het beter gaat. Tegen zo iemand zet je je liever af door hem te vereenzelvigen met de machthebber onder wie hij zo lijkt te gedijen. Het braafste jongetje van de klas is in de beeldvorming daarom ook per definitie een slijmbal. En daarmee het ideale pispaaltje.

Fast forward naar vandaag. Het is Mark Rutte geweest die, gesecondeerd door Minister van Financiën Jan Kees de Jager, de andere eurolanden aan hun eigen begrotingsregels hield. Zo hoort dat, zou je denken. Maar Rutte kwam terecht in de ondankbare rol van het braafste jongetje van de klas: hij nam zijn gelijken de maat.

Aanvankelijk oogde dat stoer: het kleine Nederland durfde op te staan tegen de klaplopers van de klas, die soms nog een maatje groter waren ook. Maar sinds afgelopen weekeinde is de flinkheid omgeslagen in de lulligheid die het braafste jongetje nu eenmaal beklijft. Rutte was zelf al niet de formele autoriteit en verloor nu ook het morele gezag. Leedvermaak is zijn deel, zoals we vroeger opgelucht ademhaalden wanneer het braafste jongetje een keer een steek had laten vallen en dus toch meer op onszelf leek dan we dachten.

Rutte’s voormalige gedoogpartner, Geert Wilders, kan zich ten opzichte van zijn achterban behaaglijk nestelen in de aantrekkelijke rol van de rebel die het durft op te nemen tegen het anonieme Brusselse gezag. Het is niet zo verwonderlijk dat zijn medestanders hem trouw blijven: het is aantrekkelijk om je te identificeren met het ettertje in de klas – de underdog die genoeg ballen toont om mede namens jou tegen het systeem te schoppen. De enige manier voor de premier om uit zijn benarde positie te komen is door hetzelfde te doen en deze maand zijn begrotingshuiswerk niet op tijd in te leveren.

Meer leuke content? Like ons op Facebook