Robben, het onbegrepen genie

Altijd als ik Arjen Robben zie, probeer ik te raden wat hem dwars zit. Het moet iets onaangenaams zijn, iets wat alle doelpunten, prijzen, roem en financiële genoegdoening in een allesomvattende schaduw van ontevredenheid plaatst, want zijn blik is die van de docent Nederlands die aan het eind van een uitputtende werkweek aan een stapel proefwerken vol d/t-fouten begint.

Wanneer Arjen niet wordt aangespeeld, heft hij zijn handen ten hemel. Wanneer hij struikelt en de scheidsrechter geen vrije trap toekent, heft hij zijn handen ten hemel. En wanneer hij de bal niet afspeelt en zijn medespelers hem laten weten dat zij er óók best goed voorstonden, heft hij zijn handen ten hemel.

Wanneer hij scoort, steekt hij zijn handen in de lucht.

Mijn theorie is dat Arjen Robben een genie is, vereenzaamd in zijn brille, altijd speurend naar mensen die zien wat hij ziet. Ik ken weinig genieën, maar het lijkt me een frustrerend bestaan, een ongeordend leven dat door teleurstellingen bijeengehouden wordt.
Soms staat Arjen na een wedstrijd Jack van Gelder te woord. Dat moet.

“Arjen, Real-uit. 0-3 gewonnen, twee keer gescoord, naar de finale: dat moet een lekker gevoel zijn.”

Een “lekker gevoel”? Hoe moet hij uitleggen wat hij voelt? Aan de andere kant van de microfoon zitten twee miljoen mensen die ternauwernood hun eigen stoelgang snappen en dan moet hij gaan uitleggen hoe hij zich voelt? Zijn mond vertrekt in iets wat op een glimlach lijkt, maar zijn gezicht is niet gewend aan dergelijke plotselinge vreugde-uitbarstingen. Hij denkt aan al die momenten dat hij alleen is met zijn inzichten, momenten die hij markeert met wanhopig armgewapper. Hij denkt aan de zes zekere goals die hij niet kon maken, gewoon omdat geen medespeler Het ziet. Hij denkt aan Ribéry, die er gerust nóg eens een halve ton voor over heeft om hem zo meteen in de kleedkamer op zijn gezicht te mogen timmeren. Hij kan het hem nauwelijks kwalijk nemen, zelfs hij zíet Het niet.

En hij kijkt naar Jack, die hier voor hem staat. Jack ziet eruit alsof hij permanent een “lekker gevoel” heeft, wat dat ook is.

Hij kijkt naar de microfoon, de camera, de glimmende schedel van Jack.
Alles in zijn hoofd gaat op zwart.

“Ja, dat is een heel lekker gevoel natuurlijk.”