Helden of matennaaiers?

Na ‘de breuk’ en ‘de val’ van het kabinet-Rutte is het ‘jij-bakken’ losgebarsten. Zoals dat hoort bij dit soort gebeurtenissen, lopen de scheidslijnen overal dwars doorheen. Ook op onze redactie. Vandaar twee uiteenlopende meningen, de eerste van hoofdredacteur Frank Poorthuis en de tweede van verslaggever Frans van Deijl.

 

1.
Ik hoorde demissionair CDA-minister Hillen op de radio zeggen dat hij en die andere mannen van stavast ‘tenminste vuile handen’ hadden gemaakt in dit kabinet. Hij klonk als een held, tenminste: ik neem aan dat hij bedoelde als een held te willen klinken.
Hij deed voorkomen alsof wij die anderhalf jaar lang niet in dit kabinet hadden gezeten, wij die tegen de gedoogcoalitie waren geweest, wij die hadden gewaarschuwd dat je niet met Wilders een regering moet gaan vormen, wij die daar ook stelling tegen hadden genomen, hij deed voorkomen alsof wij de angsthazen waren van dit land.

Ik loop al enige tijd mee in dit vak en ik ben bijna tien jaar politiek verslaggever en commentator in Den Haag geweest. Dus ik was al cynisch. Maar anders was ik het de afgelopen dagen zeker geworden. En ik vrees, nee laat ik zeggen: ik weet zeker, dat heel veel gewone mensen die het toch al niet hoog op hebben met de dames en heren in Den Haag, dat die ook weer een stukje verder zijn opgeschoven in die richting.

Want wie heeft er nu afgelopen weekeinde gelijk gekregen? Wie bleek er onbetrouwbaar, wie kon er niet achter zijn woord staan? Wie dook weg toen-ie echte verantwoordelijkheid moest nemen in plaats van gemakkelijke ophitsende taal uit te slaan? Wie heeft er eigenlijk pontificaal in de tuin van het Catshuis met zijn arm om Wilders gestaan, om aan te geven dat ze de eeuwige vrienden waren. Was ik dat? Waren wij dat, in het land?

Helden, dat zijn die mannen die met Wilders in het kabinet zijn gaan zitten zeker niet geweest. Maar echte mannen bleken ze ook nog niet. Als ze echte mannen waren geweest, dan hadden ze niet de dag nadat ze ruzie met elkaar kregen, alle maatregelen waarvan ze ons de afgelopen maanden hadden verzekerd dat die echt nodig waren, met het grootste gemak weer terug gedraaid. Dierenpolitie? Was het ons idee soms? Hebben wij niet VVD en CDA net zo hard als PVV horen roeptoeteren dat dat echt noodzakelijk was? Boerkaverbod? Is dat ineens niet meer nodig. wat volgt? Het zal een onafzienbare lijst worden.

Over een paar maanden verwachten ze weer dat wij ons vertrouwen in hen stellen. Ik voel nu al het lood in mijn schoenen.

Frank Poorthuis

2.
De ‘kogel’ voor Wilders zal van rechts komen. Kijk naar de blikken tijdens het Kamerdebat eergisteren van CDA-vicepremier Verhagen en VVD-premier Rutte richting Wilders: ready to kill.

De voorbereidingen van de aanslag zijn al begonnen. Het boerkaverbod, de animal cops, het verbod op de dubbele nationaliteit, de minimumstraffen; de speeltjes van de PVV die de afgelopen anderhalf jaar zijn toegeworpen in ruil voor politieke steun, zijn of worden door het overgebleven minderheidskabinet achter elkaar en met enige gretigheid afgeschoten.

Ik vind dat terecht.

Wilders heeft anderhalf jaar in goede harmonie samengewerkt met Rutte en Verhagen, beweren althans alle betrokken partijen zelf. Het Catshuisakkoord leek na zeven intensieve weken op een haar na beklonken. Geen van de onderhandelaars hield nog rekening met verwerping door wie dan ook. Als uit het niets kregen CDA en VVD de deksel op de neus. Wat de redenen precies waren, zal de geschiedenis ooit haarfijn uitzoeken, maar het komt erop neer dat Wilders uiteindelijk geen vuile handen durfde te maken.

Je kunt het ook anders stellen: zodra het moeilijk werd, het pijn ging doen, haakte Wilders af en liet hij zijn companen barsten. Slappe knieën, zouden Henk en Ingrid dat noemen, of waarschijnlijker: matennaaierij.

Bewindslieden van VVD en CDA leggen alle schuld bij Wilders, en niet de domsten uit deze samenleving, menen dat zij zich aldus opwerpen als een soort martelaren die zich opofferden voor het landsbelang. Die opstelling is in de ogen van deze kritikasters laakbaar, want Rutte en Verhagen hadden destijds ook gewoon ‘nee’ kunnen zeggen tegen Wilders.

Dat hadden zij inderdaad kunnen doen, maar ze deden dat niet en kan ik me niet voorstellen dat het door de slechte verkiezingsuitslag danig aangeschoten CDA stond te trappelen om weer te gaan regeren, laat staan met een discutabele partij als de PVV. Daaraan lag een diep geworteld besef ten grondslag van verantwoordelijkheid, van ‘iemand moet het doen’, want als iedereen wegkijkt of wegloopt omdat het wellicht een beetje riskant is allemaal, dan gebeurt er niets en raakt het land stuurloos.

Het CDA koos voor de moeilijkste weg en dat kostte de partij bijna het voortbestaan. Zelfs is het de vraag of die partij ooit nog het oude niveau van voor 2010 zal halen. Voor Mark Rutte was het afbreukrisico wat kleiner, maar her en der klonk al rumoer over de te rechtse, a-liberale koers van de VVD.

Toen de crisis in volle hevigheid losbarstte, toonden CDA, VVD en PVV politieke moed om een bezuinigingsoperatie op te zetten die zijn weerga niet kent. Opnieuw waren de electorale risiso’s immens, maar de drie partijen leken bereid die te nemen. Gedrieën zouden zij het uur U doorstaan. Schouder aan schouder.

En toen was daar die zaterdag 21 april, de dag van het grote verraad.

Rutte en Verhagen zullen alles doen om Wilders terug te pakken en uit te schakelen. Ik begrijp dat met de minuut beter.

Frans van Deijl

Frank Poorthuis en Frans van Deijl